Cavalerie: Nieuws van de Wapenoudste.

 

21 mei 2021

Generaal-majoor Gerard Koot

Waarde Cavaleristen, met veel genoegen heb ik de rol van Wapenoudste Cavalerie op mij genomen. Ik neem deze rol op mij in bijzondere tijden. De samenleving ondergaat sterke veranderingen, Corona verandert hoe we leven en hoe we met elkaar leven, de economie verandert, solidariteit lijkt zelfs terug te keren in een samenleving die vooral sterk individualistisch is. Maar ook veiligheid en defensie zijn sterk in beweging. De klassieke machtsverhoudingen verschuiven, nieuwe dreigingen doen hun intrede, de rol van onze grootste bondgenoot binnen NAVO is niet meer zo vanzelfsprekend en technologische ontwikkelingen veranderen de wereld, veranderen oorlogvoering en veranderen dus de landmacht. De cavalerie verandert hierin mee.

Mijn voorganger heeft met een team van betrokken cavaleristen vormgegeven aan de herindeling van ons Wapen. Een proces dat met het oog op de toekomst en met respect voor ons verleden zeer zorgvuldig is uitgevoerd en waarbij velen vanuit ons Wapen en daarbuiten zijn betrokken. Door het oprichten van een nieuw Regiment Huzaren en het borgen van het Regiment Huzaren van Boreel, hebben zij een toekomstgerichte organisatie opgezet, geworteld in en met het grootste respect voor onze gezamenlijke historie. Ik vind deze ontwikkeling goed passen bij de aard en het karakter van ons Wapen: krachtig en flexibel, doortastend, kameraadschap voorop, respect voor onze geschiedenis en tradities. Nu is het aan ons allen om die nieuwe organisatie tot leven te brengen.

Onze cavaleristen en cavalerie-eenheden hebben binnen de landmacht een uitstekende naam opgebouwd en bewijzen tijdens missies, operationele inzet, oefeningen en wedstrijden dat zij kwaliteit leveren. Zij leggen de lat hoog voor zichzelf, weten als geen ander dat in ons vak geen ruimte is voor een tweede plaats. De verkenningseskadrons van de brigades en binnen het JISTARC worden uitstekend geleid en zijn voor al hun commandanten zeer waardevolle en onmisbare tactische eenheden die werk van hoge kwaliteit leveren. Ook de individuele kwaliteiten van onze cavaleristen zijn veelal uitstekend. Niet voor niets waren het ex-cavaleristen die recent alle pantserinfanteriebataljons commandeerden, die een luchtmobiel bataljon commandeerden, die een uitstekend plaatsvervangend commandant van een pantsergeniebataljon zijn en niet voor niets zijn ex-cavaleristen zeer succesvol als compagnies-sergeant-majoor en sergeant-majoor operatien bij dezelfde infanteriebataljons. Het Nederlandse tankeskadron binnen het Duits-Nederlandse Panzerbataillon 414 heeft in korte tijd een uitstekende naam opgebouwd. Het Fanfare Korps Bereden Wapens levert topklasse militaire muziek en is een graag gehoorde gast bij militaire ceremoniën. Het Cavalerie Ere-Escorte begeleidt niet voor niets de koets waarin onze Koning naar de Ridderzaal rijdt voor het uitspreken van de Troonrede. Maar ook al die cavaleristen die binnen onze defensieorganisatie werken in binnen- en buitenland, zij laten in hun werk zien dat zij trots zijn op het dragen van de zwarte baret. Kortom, we mogen trots zijn op wat onze mensen leveren en wat onze eenheden presteren. Maar ook onze oudgedienden delen in die trots, zij zijn en blijven nauw betrokken bij ons Wapen in regimentsactiviteiten, bij reüniebijeenkomsten van onze (oud)-eenheden, bij de Historische Verzameling Cavalerie, bij ons verenigingsblad en bij de gedenkmomenten voor onze gevallenen.

Als Wapenoudste wil ik inhoudelijk bijdragen aan het blijven ontwikkelen van ons Wapen en het blijven nemen van onze rol en verantwoordelijkheid in een geloofwaardige krijgsmacht. Ik wil samen met u mijn bijdrage leveren aan het vitaliseren van de nieuw opgezette organisatie, werken aan het perspectief voor actief dienenden binnen de Cavalerie, bijdragen aan het thuis voelen van actieve en post-actieve cavaleristen, onze tradities in ere houden en die voor het nieuwe regiment ontwikkelen. Samen met onze mensen wil ik zorgdragen dat we zichtbaar zijn en blijven, dat we onze mensen op de goede plaatsen kunnen blijven inzetten, toekomstgericht met respect voor onze historie. Ik ga daartoe het gesprek aan met onze commandanten, met onze officieren en onderofficieren, met actief dienenden en met onze post-actieven.