Cavalerie: Nieuws van de Wapenoudste.

Bron: VOC 3-2022
 

Brigadegeneraal Mr. Joris Legein

Waarde Cavaleristen,

Eind april heeft generaal-majoor Gerard Koot het Wapenoudsteschap aan mij overgedragen. Een aantal weken eerder had hij mij gevraagd of ik er over wilde nadenken ‘het stokje van hem over te nemen’. Een eervol verzoek, dat ik niet te licht wilde opnemen, omdat de rol van Wapenoudste belangrijke verantwoordelijkheden met zich meebrengt en ik mij er tegelijkertijd van bewust was dat niet iedereen mij kent. Hoewel heimelijk opereren een verkenner als het goed is in het bloed zit, vergt deze rol toch echt wat anders.

Sommigen van u zullen zich afvragen waar ik mij in die afgelopen jaren ‘in heimelijkheid’ dan heb opgehouden en misschien ook wel waarom ik deze rol graag op mij neem. Mijn cavaleriewieg stond bij 103 Verkenningsbataljon in Seedorf. Maar daar ging nog iets aan vooraf. Als kind van de Koude Oorlog groeide ik in de jaren ’70 en ’80 op in een wereld met grote Oost-West tegenstellingen, een kernwapenwedloop en als gevolg daarvan grote anti-kernwapendemonstraties in Europa en jongeren die luidkeels ‘De Bom’ van Doe Maar meezongen op feestjes. En in 1989 als klap op de vuurpijl de wereldramp in de kerncentrale van Tsjernobyl. De USSR was een schrikwekkende wereldmacht. Drie maanden na mijn opkomst in Breda in 1989 viel de Muur, maar vier jaar later was in Seedorf de staart van de Koude Oorlog nog voelbaar. De kernwapendreiging leek af te nemen, maar helemaal gerust over de vraag of Europa nu veilig was, waren we er nog niet op.

En toch waren die jaren 1993-2000 in Seedorf de mooiste jaren van mijn militaire leven. Je leerde het vak van commandanten die de Koude Oorlog nog in volle omvang hadden meegemaakt en die zich hadden voorbereid op een gewapend conflict in Europa. Manoeuvre denken werd je als jonge cavalerist met de paplepel ingegeven en ik weet nog dat ik het boek ‘Red Storm Rising’ van Tom Clancy in één ruk uitlas, alsof je erbij was. Ook voor mijn persoonlijke ontwikkeling zijn die jaren van onschatbare waarde geweest. Jong, oud, officier, onderofficier, korporaal en huzaar richtte mij subtiel (of minder subtiel).

Mijn kennis en ervaringen in het recht hebben mij daarna helaas geleerd dat recht soms allesbehalve rechtvaardig is en dat het ontwerpen van een rechtsorde belangrijk is, maar dat het naleven ervan geen gegeven is. Mensen schenden de veiligheid van anderen en er zijn mensen zoals wij voor nodig om veiligheid te bewaken, te bewaren, te herstellen en te brengen. Oorlog aan de randen van Europa en de grilligheid van politieke leiders maken ons dat nu wederom pijnlijk duidelijk. Het gevoel dat jongeren in de jaren ’60, ’70 en ’80 hadden, zie ik dan ook weer bij de generatie jongeren van nu. Ook bij mijn kinderen. En ook nu zijn het veelal jonge militairen die daadwerkelijk worden ingezet.

Gelukkig is er na decennialange afname van de Defensiebudgetten nu eindelijk aanzienlijk meer geld. Een goede ontwikkeling. Daarmee kan er weer stevig worden gebouwd aan onze fysieke en digitale component. De wereld die zich thans ontvouwt, dwingt ons daarbij echter ook heel nadrukkelijk aandacht te schenken aan de conceptuele en mentale component. En dat zullen we samen moeten doen. Onze jonge cavaleristen die de toekomst van de cavalerie zijn en daarmee de toekomst van onze veiligheid in Europa. En onze oudere cavaleristen en cavaleristen buiten dienst, die weten wat het verleden ons kan leren en heeft geleerd. Die oudere cavaleristen hebben mij in het verleden mijn energie leren richten. En mij veel geleerd over ons vak en over mijzelf. Zonder hen was ik niet geweest wie ik nu ben. Daar ben ik hen dankbaar voor. Desondanks voelde ik als jongeling destijds niet altijd verbinding met de oudere generaties. Het was een andere tijd en het heeft vast en zeker aan mij gelegen. Maar zoals gezegd, ik heb veel aan hen te danken. Zij zijn mijn basis en mijn geheugen. De jonge cavaleristen zijn mijn hoop en onze toekomst.

Toen Gerard mij vroeg of ik het Wapenoudsteschap wilde overnemen, realiseerde ik mij na een moment van contemplatie dat de waarde van het verleden en het belang van de toekomst samen precies de zaken zijn waarvoor ik mij wil inspannen. Een brug zijn tussen de generaties. Opdat wij samen onze energie en denkkracht richten en wij samen voorwaarts gaan.