Cavalerie: Artikel VOC

februari 2021
Bron: VOC nr 1-2021

RHPCA

 

Oprichting Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia

Luitenant-kolonel b.d. Ed Westerhuis

Geen aangetreden detachementen van de cavalerie-eenheden, geen indrukwekkend decor van Leopard gevechtstanks en Fennek verkenningsvoertuigen op de Vlasakkers te Amersfoort. Geen traditionele muzikale omlijsting door de Fanfare Bereden Wapens. Ook geen aanwezigheid van vertegenwoordigers van de andere Wapens en Dienstvakken van de Koninklijke Landmacht of belangstellende oudgedienden, reservisten en civiele gasten. Het was niet de grote cavalerie ceremonie die een dergelijke gebeurtenis in de geschiedenis van de krijgsmacht verdient, maar een plechtigheid in afgeslankte vorm in een met militaire uitrustingsstukken aangeklede loods op de Soldaat Ketting Olivierkazerne te Soesterberg. De oprichting van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia op 20 november 2020 was door de vigerende maatregelen ter bestrijding van de Covid-19 pandemie een sobere aangelegenheid. Naast het samenvoegen van de drie bestaande tankregimenten tot het nieuwe regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia, stond de ceremoniële bijeenkomst tevens in het teken van de oprichting van het nieuwe Wapen van de Informatiemanoeuvre. Een historische gebeurtenis, want de laatste keer dat er een nieuw Wapen werd opgericht bij de landstrijdkrachten was in 1949.

Wapen van de Informatiemanoeuvre
Het belang van informatie binnen het optreden van de krijgsmacht neemt toe. Dat komt vooral door de razendsnelle technologische ontwikkelingen. De hoeveelheid data die moet worden verwerkt tot bruikbare informatie voor militaire operaties is enorm. Door de specialisten van de nieuwe Korpsen Inlichtingen en Veiligheid (I&V) Prinses Alexia en Communicatie en Engagement (C&E) Prinses Ariane onder het Wapen van de Informatiemanoeuvre te plaatsen, verbetert hun samenwerking en daarmee de informatiepositie op het slagveld van de toekomst.

‘De landmacht levert traditioneel slagkracht in de fysieke dimensie en die is nog even relevant als voorheen. Maar daarnaast is ook slagkracht vereist in de cognitieve en virtuele dimensie van de operationele omgeving. Met het Wapen van de Informatiemanoeuvre ontwikkelen we het informatiegestuurd optreden, zoals ook beschreven in de Defensievisie 2035’ aldus Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Martin Wijnen.

De oprichting van het Wapen van de Informatiemanoeuvre is een uitvloeisel van de ontwikkelingen binnen de samenleving en de landmacht. Internationale verhoudingen en technologische ontwikkelingen hebben de rol van de informatie vergroot, waardoor binnen dit domein groei en professionalisering heeft plaatsgevonden en nog verder moet plaats vinden. Het oprichten van een eigen Wapen draagt daaraan bij. In een van de komende edities van de VOC-Mededelingen zal het Wapen van de Informatiemanoeuvre nader worden geïntroduceerd.

Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Martin Wijnen legt het belang uit van de oprichting van het nieuwe Wapen van de Informatiemanoeuvre en het samenvoegen van de drie tankregimenten tot het nieuwe Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia. De plechtigheid was via een livestream te volgen en werd voor de media gepresenteerd door Anne-Marie Fokkens.

Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia
De samenvoeging van de drie bestaande tankregimenten in het nieuwe Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia staat volledig los van de plannen rond nieuwe wapensystemen of de mogelijke herinvoering van de tank binnen de Koninklijke Landmacht. De samenvoeging heeft tot doel het borgen en uitwisselen van vakkennis, de handhaving van tradities en het versterken van de onderlinge verbondenheid. Een belangrijk element hierbij is het op een duurzame wijze voor de toekomst borgen van de personeels- en veteranenzorg.

Voor de samenstelling van het Wapen der Cavalerie waar het om de kerntaken van de cavalerie gaat, wijzigt er niets. De eskadrons en het personeel ingedeeld bij het Regiment Huzaren van Boreel die werkzaam zijn in het werkveld Inlichtingen en Veiligheid gaan over naar het Korps Inlichtingen & Veiligheid Prinses Alexia. Ten aanzien van de loopbaanpatronen en de functies binnen de Cavalerie zijn er geen veranderingen. Al het personeel registratief ingedeeld bij de drie oude tankregimenten gaat over naar het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia. Dit geldt ook voor het personeel van de eenheden die worden ingedeeld bij het nieuwe regiment. Voor het personeel oorspronkelijk beëdigd op de standaard van het Regiment Huzaren van Boreel en nu werkzaam bij Panzerbataillon 414 of het Cavalerie Ere-Escorte betekent dit dat zij voor de duur van hun plaatsing daar de uitmonstering van het nieuwe regiment dragen.

Het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia zet de tradities van de drie samengevoegde tankregimenten onverkort voort.

Er is nadrukkelijk gekozen voor het samenvoegen van de bestaande tankregimenten in een nieuw regiment. Dit betekent tevens dat de tradities van de bestaande tankregimenten onverkort door het nieuwe Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia zullen worden voortgezet. De elementen en voorwerpen die kenmerkend waren voor de traditiebeleving van de tankregimenten zullen ook bij het samengevoegde regiment in gebruik blijven. Alle activiteiten die de afgelopen decennia door de tankregimenten zijn georganiseerd blijven ook binnen het nieuwe regiment doorgaan. Dit betreft niet alleen de gezamenlijke activiteiten zoals Veteranendag en de herdenkingen in Amersfoort en Quatre-Bras, maar ook de aan de voormalige tankbataljons en uitgevoerde missies verbonden reünies en andere activiteiten.

Livestream
De oprichting van een nieuw Wapen is enerzijds een historische gebeurtenis en anderzijds een ontwikkeling die bijdraagt aan het succesvol optreden van landmacht militairen, waarbij de onderlinge band en vakkennis kritische factoren zijn. Maar dan moeten mensen zich wel (via gezamenlijke ervaringen) onderling verbonden gaan voelen. De oprichting van een eenheid is daarbij een belangrijk startpunt. De oprichting van het Wapen der Informatiemanoeuvre en van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia is per Koninklijke Besluit vastgesteld op 20 november 2020. Het uitstellen van de oprichtingsceremonie in verband met de vigerende Corona-maatregelen zou kunnen leiden tot afbreuk of afstel, terwijl de oprichting juist zo belangrijk is voor het functioneren.

Noodgedwongen moest de plechtigheid daarom worden aangepast en in een klein gezelschap worden uitgevoerd. Geen eenheden met voertuigen op een groot exercitieterrein en de aanwezigheid van honderden militairen. Tijdens de ceremonie mochten door de aangescherpte Corona-maatregelen niet meer dan 30 personen tegelijkertijd in de loods aanwezig zijn. Om toch de direct betrokken mensen en alle andere geïnteresseerden verspreid over het land – en zelfs daarbuiten – getuige te laten zijn van de oprichting, werd besloten tot een rechtstreekse tv-uitzending per livestream. Vanaf 10.00 uur zat men voor de buis. Deze alternatieve wijze van ooggetuige kunnen zijn van de plechtigheid bood tevens de kans de beelden van de oprichtingsceremonie voor de kijkers af te wisselen met korte videoclips, die een goede indruk gaven van de taakstelling van de nieuwe eenheden en hun belangrijke rol binnen een moderne krijgsmacht.

Een historische oprichtingsceremonie onder aangescherpte Corona-maatregelen. De Wapenoudste der Cavalerie generaal-majoor Gijs van Keulen met zijn blauwe NATO mondkapje.

Sobere plechtigheid
Nadat Commandant Landstrijdkrachten tijdens het vraaggesprek met presentatrice Anne-Marie Fokkens een duidelijke toelichting had gegeven waarom de landmacht overging tot het oprichten van het Wapen van de Informatiemanoeuvre en het samenvoegen van de drie tankregimenten tot het nieuwe Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia, was het moment aangebroken voor een korte en sobere plechtigheid.

Als eerste trad brigadegeneraal Dubbeldam naar voren en meldde zich bij Commandant Landstrijdkrachten. Luitenant-generaal Martin Wijnen wees de aanwezigen op dit historische moment onder historische omstandigheden. Niemand van de huidige generatie militairen heeft immers ooit de oprichting van een nieuw Wapen meegemaakt. En zeker niet tijdens een virus-pandemie van de huidige omvang. Waarna hij generaal Dubbeldam de opdracht gaf om het Wapen van de Informatiemanoeuvre te activeren. Hierop gaf de Wapenoudste van het nieuwe Wapen de aangetreden afvaardiging van de Korpsen Inlichtingen en Veiligheid (I&V) Prinses Alexia en Communicatie en Engagement (C&E) Prinses Ariane het commando ‘Baretten op’. Met deze symbolische handeling was de oprichting van het Wapen van de Informatiemanoeuvre een feit. Onder de aangetreden militairen de Korpscommandant I&V kolonel Jos Brouns en de Korpscommandant C&E luitenant-kolonel Yvonne Schroeder. Allen droegen de uitmonsteringen van de nieuwe Korpsen.

Met het commando ‘Baretten op’ was de oprichting van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia symbolisch een feit.

Vervolgens trad generaal-majoor Gijs van Keulen naar voren en was het moment van de oprichting van het nieuwe tankregiment aangebroken. Commandant Landstrijdkrachten benadrukte het feit dat het nieuwe tankregiment deel uitmaakt van een eeuwenoud Wapen en dat met deze vernieuwing de toekomst van de zware cavalerie duurzaam geborgd is. Hierna gaf ook de Wapenoudste van de Cavalerie de aangetreden tankers in hun nieuwe uitmonstering het commando ‘Baretten op’. Met deze symbolische handeling was de oprichting van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia (RHPCA) een feit. Onder de dertien aangetreden cavaleristen de regimentscommandanten van de drie oude tankregimenten, kolonel Luijten, kolonel Koek en luitenant-kolonel De Haan. Verder de regimentsadjudanten en vertegenwoordigers van Panzerbataillon 414, het Fanfarekorps Bereden Wapens en het Cavalerie Ere-Escorte. De nieuwe regimentscommandant RHPCA is luitenant-kolonel Corstiaan de Haan, de nieuwe regimentsadjudant adjudant-onderofficier Hans Oesterholt.

Na afloop van de plechtigheid overhandigde luitenant-generaal Martin Wijnen het originele door koning Willem-Alexander ondertekende Koninklijk Besluit van de oprichting van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia aan regimentscommandant luitenant-kolonel Corstiaan de Haan.

Nieuwe uitmonstering
Het oprichten van de nieuwe eenheden binnen de Koninklijke Landmacht is binnen en buiten defensie uiterlijk zichtbaar gemaakt door de invoering van nieuwe emblemen en regimentskleuren. Het embleem van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia blijft de bekende Sint Joris afgebeeld op een Nassaublauwe ondergrond, omdat dit de schutspatroon en de wapenkleur van de cavalerie zijn. De nieuwe regimentskleur is hemelsblauw, gebaseerd op de kleur die vroeger in gebruik was bij zware cavalerieregimenten en na de Tweede Wereldoorlog ook in eerst instantie bedoeld was voor het eerste Nederlandse tankregiment. Het devies van het nieuwe tankregiment luidt ‘Pro Rege, Lege Et Grege’, wat betekent ‘Voor Koning, Wet en Volk’. Dit devies is afgeleid van de oproep van Willem van Oranje om te protesteren tegen het Spaanse bewind in de Nederlanden. De spreuk stond in het begin van de Tachtigjarige Oorlog op de vaandels van de troepen van de Prins van Oranje.

De nieuwe uitmonsteringen. Van links naar rechts de kraagspiegels van het Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia, het Korps Inlichtingen & Veiligheid Prinses Alexia en het Korps Communicatie & Engagement Prinses Ariane.

Het Korps Inlichtingen & Veiligheid Prinses Alexia is herkenbaar aan het embleem met de brandende toorts en de naar boven wijzende pijl. De toorts is een internationaal gebruikt symbool voor militaire inlichtingeneenheden. De toorts werd in Nederland al in 1914 gebruikt bij de Afdeling Inlichtingen van de Generale Staf. De pijl symboliseert concentratie, snelheid, verdediging en doelgerichtheid. De achtergrond is groen met grijs. Het groen verwijst naar veiligheid en legt de link met de jagerseenheden, die van oudsher ook gebruikt worden voor het vergaren van inlichtingen. Het grijs verwijst naar de onopvallendheid van inlichtingeneenheden. Het Korps heeft als credo ‘In Tenebris Lucens’, Latijn voor ‘Licht brengend in de duisternis’, verwijzend naar het inzicht dat inlichtingenwerk verschaft. Onder dit Korps valt al het militaire personeel van de Koninklijke Landmacht dat een loopbaan volgt in het werkveld Inlichtingen en Veiligheid. Moedereenheid van het Korps is het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition & Reconnaissance Commando, kortweg JISTARC. Het personeel van 5 van de 9 onderdelen binnen deze eenheid heeft zijn basis in het Korps Inlichtingen & Veiligheid Prinses Alexia.

Per Koninklijk Besluit heeft koning Willem-Alexander ingestemd de namen van zijn dochters, de prinsessen Catharina-Amalia (midden), Alexia (rechts) en Ariane te verbinden aan drie nieuwe eenheden van de Koninklijke Landmacht.

Het Korps Communicatie & Engagement Prinses Ariane voert als embleem het schaakstuk paard, met gekruist een papyrusrol en zwaard. Het schaakstuk paard – het enige stuk dat irreguliere patronen hanteert en in staat is om over een ander stuk heen te springen – staat internationaal symbool voor militaire informatieoperaties. De papyrusrol verbeeldt kennis en het zwaard staat voor effect en doelgerichtheid, maar is neerwaarts gericht om de niet-gewelddadige wijze van optreden weer te geven. Het Korps heeft oranje als achtergrondkleur. Dit staat voor ambitie, kracht en uithoudingsvermogen. Oranje verwijst tevens naar de kleur van de nationale verbondenheid en de band met het koningshuis. Het oranje wordt gecombineerd met de lichtgrijze wapenkleur van de Informatiemanoeuvre. Het Korps Communicatie & Engagement hanteert het credo ‘Noster Animus Nostrum Telum’, oftewel ‘Onze geest is ons wapen’. Moedereenheid binnen dit Korps is 1 Civiel Militair Interactiecommando, kortweg 1 CMICo.

Drie trotse generaals na afloop van de plechtigheid. Van links naar rechts de Wapenoudste der Cavalerie generaal-majoor Gijs van Keulen, Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Martin Wijnen en de eerste Wapenoudste van het Wapen van de Informatiemanoeuvre, brigadegeneraal Joland Dubbeldam.

Standaard
Aan een eenheid die is ontstaan door samenvoeging van bestaande eenheden die reeds een standaard voerden, wordt bij Koninklijk Besluit een nieuwe standaard verleend. In afwachting van dit besluit is daartoe het Regiment Huzaren Catharina-Amalia gerechtigd om de standaard van het oudste van de samengevoegde regimenten te voeren, te weten de standaard van het Regiment Huzaren van Sytzama, met daaraan gehecht een cravate met de benaming van de nieuwe eenheid. Alvorens wordt overgegaan tot de verlening van een eigen standaard dient te worden bepaald welke standaardopschriften van de samengevoegde eenheden gevoerd mogen worden. Om die reden wordt thans aan de standaard van het Regiment Huzaren van Sytzama eveneens een cravate gehecht met de benaming en de standaardopschriften van het Regiment Huzaren Prins Alexander, alsmede een cravate met de benaming en de standaardschriften van het Regiment Huzaren Prins van Oranje.

Commandant Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia, luitenant-kolonel Corstiaan de Haan.

Een blik vooruit
In verband met de corona maatregelen zijn de vooruitzichten op korte termijn zodanig dat van bijeenkomsten van enige omvang geen sprake kan zijn. Toch leeft de behoefte aan activiteiten en drang om de nieuwe identiteit uit te dragen. Zodra er ruimte en mogelijkheden zijn, is de commandant Regiment Huzaren Prinses Catharina-Amalia, luitenant-kolonel Corstiaan de Haan, voornemens hier gebruik van te maken. Ook als dit maar kleine activiteiten kunnen zijn. Grote bijeenkomsten zullen naar verwachting pas op langere termijn weer mogelijk zijn. De regimentsleiding beraadt zich dan ook op een goede koers richting deze activiteiten en zal binnen afzienbare tijd bekend maken wat de mogelijkheden zijn om op verantwoorde wijze invulling te geven aan bijvoorbeeld een Diner de Corps. Wat zeker zal gebeuren is dat in een traditionele cavalerie ambiance de oprichting van het nieuwe Regiment Huzaren alsnog op gepaste wijze zal worden gevierd.

februari 2021
Bron: VOC nr 1-2021

DEFENSIEVISIE

 

Defensievisie 2035 – Vechten voor een Toekomstbestendige Landmacht

Majoor Laurens Reinders

Op 15 oktober 2020 presenteerde de minister van Defensie mevrouw Ank Bijleveld-Schouten de lang verwachte Defensievisie 2035. In 45 bladzijdes wordt beschreven dat wij niet adequaat toegerust zijn om toekomstige dreigingen het hoofd te beiden en veel geld tekortkomen om aan onze (internationale) verplichtingen te voldoen. Laat staan om in staat te zijn een toekomstbestendige organisatie te bouwen. We moeten keuzes maken als Defensie. Maar welke mogelijkheden en keuzes zijn er voor de Landmacht? En is er überhaupt nog wel een bestaansrecht weggelegd voor de Cavalerie in deze Landmacht, ondanks ons nieuw opgerichte tankregiment? Op verzoek van de redactie beziet de auteur, werkzaam bij de staf Commando Landstrijdkrachten, de Defensievisie 2035 en hoopt hij ons aan het denken te zetten.

Geen mosterd na de maaltijd
De Defensievisie 2035 (DV2035) is een open, transparante, maar ook een niet te lijvig document dat een toekomstige Defensie omschrijft. Een visie, vooralsnog zonder bijbehorend budget. Sommigen zien het als een nodeloos stuk papier, omdat het politiek landschap er na de aankomende verkiezingen in maart 2021 weer geheel anders kan uitzien en visies zullen wijzigen. Maar belangrijker is de vraag hoe het nieuwe kabinet de Nederlandse begroting weer in balans brengt, na alle uitgaven tijdens de wereldwijde coronapandemie. En als dan de stof is opgetrokken na de pandemie, ligt er een DV2035 waarin de huidige tekortkomingen en de financieringsbehoeften zijn beschreven en het belang van Defensie als een huis staat. Want dat hebben we keihard nodig in de wijzigende geopolitieke machtsverdeling en in een Europa dat op eigen benen moet kunnen staan.

Het rommelt
Vol ongeloof aanschouwen we op 06 januari jl. de onverwachte bestorming van het Capitool in Washington D.C. Overtuigde aanhangers van president Trump, die door desinformatie geloofden dat de verkiezingen gestolen waren, namen binnen enkele uren bezit van het hart van Amerikaanse democratie. Dit geeft aan hoe fragiel en verdeeld dit land is geraakt tijdens de afgelopen regeerperiode van president Trump. Onze traditionele bondgenoot richt zich naar verwachting, ook onder president Biden, op Azië. Interne veiligheidsaangelegenheden staan eveneens hoog op de agenda, juist door die grote verdeeldheid binnen de Verenigde Staten. Tegelijkertijd zal president Biden zijn handen vol hebben aan het bestrijden van de coronapandemie, waarbij de Verenigde Staten wereldwijd koploper is.

Op 6 januari 2020 bestormden aanhangers van president Trump het Capitool in Washington D.C. Velen noemden het een aanval op het hart van de Amerikaanse democratie van een land dat tot op het bot verdeeld is geraakt.

Maar er gebeurt meer op het geopolitieke toneel. China wordt machtiger en streeft ernaar om voor 2050 wereldleider te zijn, zowel op technologisch als op militair vlak. Hun defensiebudget steeg tot € 178,2 miljard afgelopen jaar. Niet voor niets kwam het Nederlandse kabinet in 2019 met een China strategie, waarin we de mensenrechtensituatie in China afkeuren, maar ook concluderen dat we economisch niet zonder dit land kunnen.

Rusland blijft haar invloed en (militaire) macht gebruiken om haar historische grenzen zeker te stellen en meer grip op de Arabische landen te krijgen. President Poetin herinnerde de wereld tijdens de Munich Security Conference in 2007 aan ‘de gebroken belofte’, na de val van de Muur, dat de NAVO nooit naar het Oosten zou uitbreiden. De nieuwe geopolitieke weg die Rusland is ingeslagen sinds 2007 zien we elke dag terug met grootschalige desinformatiecampagnes, beïnvloeding van verkiezingen, de annexatie van de Krim en inmenging in bijvoorbeeld de oorlog in de Oekraïne.

Daarnaast blijft de bevolking op het Afrikaanse continent groeien, en daarmee ook haar zoektocht naar veilig heenkomen met welvaart en perspectief. Vluchtelingenstromen, die als gevolg hiervan ontstaan, worden door bijvoorbeeld een Turkse president Erdogan ‘diplomatiek’ gebruikt als een politiek pressiemiddel richting de EU. Daarmee blijven onze Europese buitengrenzen permanent onder druk staan, zowel fysiek als bijvoorbeeld in de cyberomgeving.
Onze minister zei in 2018 dat we in cyberoorlog met Rusland waren verwikkeld, dit nadat een viertal Russische inlichtingenofficieren op Nederlandse bodem was gearresteerd en uitgezet. Zij hadden een hackpoging voorbereid op de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die de vergiftiging van de overgelopen Russische spion Skripal en zijn dochter in Salisbury onderzocht.

Camerabeelden van de Russische inlichtingenofficieren, die beschuldigd werden van de hack-operatie op de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) in 2018 in Den Haag.

Naast de nabijgelegen brandhaarden en vluchtelingenproblematiek die Europa raken, zijn er intern ook uitdagingen met EU-lidstaten. Denk bijvoorbeeld aan Polen en Hongarije, die de onafhankelijke rechtstaat op een andere wijze interpreteren. Of de nasleep van de Brexit-deal, waarmee we een belangrijke EU-partner verliezen.

Bij de NAVO is men ook allerminst gerustgesteld. President Trump stelt Artikel 5 ter discussie en trekt zonder overleg troepen terug. Niet alleen uit missiegebieden, maar mogelijk ook uit Duitsland. Hiermee wil hij NAVO-lidstaten onder druk zetten om aan de NAVO-norm te voldoen. Ook Turkije baart zorgen, dat zelfstandig Noord-Syrië binnenvalt, flirt met Rusland en deze liefde bezegelt met een wapendeal. Of President Macron die de NAVO hersendood noemt, na gedragingen van president Trump binnen het bondgenootschap. En al deze kopzorgen ontwikkelen zich in een snel veranderende wereld, waarbij technologie en informatie steeds toegankelijker wordt voor eenieder. En dreigingen daardoor uit onverwachte hoek kunnen komen.

De dreigingsanalyse. Het gehele palet aan dreigingen die men voor nu en de toekomst identificeert.

Transparant naar 2035
Kenmerkend voor de DV2035 is dat de olifant in de kamer niet vermeden wordt: er wordt benoemd dat we niet adequaat zijn toegerust voor huidige en toekomstige dreigingen, en dat Europa op eigen benen moet staan. Ook voor het eerst, tegen de zin van velen, spreekt onze minister over bedragen die Defensie nodig heeft voor herstel en technologische groei. Daarvoor hebben we structureel € 13 tot € 17 miljard extra nodig, boven op de huidige begroting die nu tussen de € 11 en € 12 miljard blijft en maar 1,2% vormt van ons Bruto Binnenlands Product (BBP). De afspraak tijdens de NAVO-top in Wales in 2014 was om door te groeien naar 2% van ons BBP tot in 2024, conform de NAVO-norm. Helaas is deze norm nog ver uit zicht. Maar, zo stelt de DV2035, ongeacht welke keuzes de komende kabinetten maken en prioriteiten die gesteld worden, Defensie moet starten met het verwezenlijken van deze visie. Gepaard met een realistische blik, omdat we keuzes moeten maken: niet alles kan, en niet alles kan tegelijk. De verwachting is echter dat een budget voor optimale groei niet haalbaar is. Men kijkt nu naar de gemiddelde groei richting 2024 van nationale Defensiebudgetten binnen Europa. Maar zelfs dat blijkt moeilijk haalbaar.

Op basis van deze 3 eigenschappen en 10 inrichtingsprincipes wil Defensie een andere weg inslaan naar 2035, of er nu geld bij komt of niet.

Een nieuw Profiel
De DV2035 spreekt over een nieuw profiel voor Defensie aan de hand van drie eigenschappen en tien inrichtingsprincipes. Dit moet de basis vormen om nu en in de toekomst onze organisatie zodanig in te richten dat we een antwoord hebben op dreigingen en problemen, zowel binnen als buiten Nederland. We blijven gebruikmaken van het succesvol combineren en integreren van diplomatie, economisch beleid, ontwikkelingssamenwerking, inlichtingen en interdepartementale samenwerking, zoals we dat in Uruzgan en vooral in Mali hebben laten zien. Helaas zien we niets concreets terug over de intensieve samenwerking, of zelfs diepe integratie, van Nederlandse militairen met andere bondgenoten, zoals met de Duitse Bundeswehr. Hierin worden we door onze bondgenoten alom geprezen en gezien als internationaal voorbeeld.

De drie hoofdtaken, grondwettelijk vastgelegd, zijn nog steeds vanzelfsprekend. Alleen hebben we ons sinds de val van de Muur vooral gericht op hoofdtaak 2: de bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde, door vredemissies onder de vlag van de VN, EU of NAVO. Steeds meer zien we de accenten verschuiven naar de andere twee hoofdtaken. We leveren een significante bijdrage aan NATO’s Very High readiness Joint Task Force (VJTF) en de missie in Litouwen, enhanced Forward Presence (eFP), die overduidelijk vallen onder hoofdtaak 1, de bescherming van het eigen of bondgenootschappelijk grondgebied.
De huidige ondersteuning met militair personeel van de civiele zorginstanties of teststraten tijdens de coronapandemie is een goed voorbeeld van hoofdtaak 3. De Landmacht neemt hierbij het leeuwendeel voor zijn rekening. Dit geldt trouwens ook voor de bijdragen in het kader van hoofdtaak 2, in het verleden en het heden. Hiermee heeft Nederland een bewezen behoefte aan een ‘single set of forces’ die in alle hoofdtaken breed inzetbaar is. In lijn met een groot deel van de inrichtingsprincipes, spreekt het tegen het inrichtingsprincipe waar gepleit wordt voor verdere specialisatie.

Militair personeel verlicht de druk op de civiele zorginstanties tijdens de Covid-19 pandemie.

In de DV2035 is de inzet van de krijgsmacht geen ambitie meer. Integendeel, het wordt (terecht) verwoord als pure noodzaak voor onze veiligheid in Nederland, waarbij we onze democratie, welvaart en vrijheid willen behouden. Ambitieniveaus laten we daarom los. We zien ook een sterkere koppeling ontstaan tussen hoofdtaak 1 en 3. Het cyberdomein is bijvoorbeeld ons eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, dat we bewaken samen met civiele autoriteiten. De enige vraag die opkomt, is de zinssnede die we vaak lezen in de DV2035: ‘Defensie kan ingezet worden in het hoogste geweldsspectrum’. Maar hebben wij daar de middelen en mensen voor? En kan de Cavalerie hier iets in betekenen?

De Mens binnen de Landmacht
De vertaalslag van de DV2035 door de Landmacht wordt gevat in een hedendaagse infographic. De Landmacht centreert zijn visie rondom de mens, die het verschil maakt als verbindende factor tussen informatie en slagkracht. Wij zijn namelijk het enige Defensieonderdeel dat in elk operatiegebied als mens, tussen de mensen staat. The boots on the ground. In elke geografische omgeving moeten onze mensen in staat zijn in een persoonlijk gesprek het vertrouwen te winnen van de persoon die tegenover hem of haar staat, bescherming te bieden en het gevecht te winnen, wanneer dit gevecht niet te vermijden is door de-escalatie of afschrikking.

Demografische ontwikkelingen leiden ertoe dat onze beroepsbevolking in de toekomst niet of nauwelijks meer groeit. Het blijft moeilijk de Landmacht te vullen met personeel, ook in de toekomst. Als de Landmacht wil blijven groeien, zal het op een andere wijze de gelederen moeten vullen. We zien momenteel ontwikkelingen op het gebied van robotica en artificial intelligence (AI), samengebracht in autonome systemen. Dit vindt plaats binnen de 13e Lichte Brigade in Oirschot in een experimenteeromgeving binnen de Robotica en Autonome Systemen (RAS) eenheid. We moeten naar mens-extensieve en onbemande systemen, die binnen nu en tien jaar binnen onze eenheden en ons optreden een vast onderdeel vormen. De mens blijft de baas, omdat alleen wij een ethisch normbesef hebben en de emoties begrijpen van de medemensen om ons heen. Er wordt ook geëxperimenteerd met onder andere een onbemand rupsvoertuig, drones en sensoren, samen met civiele, commerciële partners. Hierdoor beproeven we nieuwe technologie en optreden, die onze inbreng in Europese Defensieprojecten waardevol kan maken.

De Koninklijke Landmacht binnen de Defensievisie 2035.

Het nieuwe Manoeuvreren
In lijn met de Defensienota 2018 (DN2018) en de DV2035 investeren we in Informatie Gestuurd Optreden (IGO). Afgelopen november is naast ons nieuwe tankregiment ook het Wapen van de Information Manoeuvre opgericht. Hiermee zet de Landmacht een belangrijke stap en specialiseren we ons in het opbouwen en behouden van een gezaghebbende informatiepositie. Sensoren, databases, data-analysecapaciteit en wapensystemen worden aan elkaar gekoppeld. Dit zorgt ervoor dat wij de conflictomgeving beter begrijpen en sneller besluiten kunnen nemen. Het stelt ons in staat aan alle mogelijke dreigingen het hoofd te bieden. We spreken dan over dreigingen in het cognitieve (gedrag, perceptie en onderlinge interactie), virtuele (cyber & elektromagnetisch spectrum) en fysieke (mens en middelen – tastbaar en zichtbaar) domein. Het Wapen bestaat uit twee korpsen: het Korps Communication & Engagement (C&E) en het Korps Inlichtingen & Veiligheid (I&V).

Ook op een lager, tactisch niveau wordt er geëxperimenteerd met IGO. Het 17e Infanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene in Oirschot laat door middel van het Tactical Information Manoeuvre Team (TIMT) op compagnies- en bataljonsniveau zien hoe om te gaan met het huidige, complexe gevechtsveld. Experimenteren met eigen capaciteiten die door middel van open en eigen gegenereerde informatie worden ingezet in een genetwerkte omgeving om zo de vijand uit te schakelen die in een hybride omgeving acteert. Van infanterist naar computernerd, maar dan anders. Het laat zien dat het noodzakelijk is deze weg in te slaan, als we onze huidige en toekomstige vijand willen voorblijven. Maar vecht de infanterist-van-de-toekomst niet meer met zijn geweer?

Een geloofwaardige Landmacht
Tijdens de voorjaarsnota Defensie 2019 werden de resultaten van de NATO Defence Planning Capability Review letterlijk benoemd. Hierin beschrijft de NAVO dat de grootste tekortkoming binnen onze Landmacht een Heavy Infantry Brigade is. De 43e Gemechaniseerde Brigade in Havelte mist in deze, naast haar twee pantserinfanteriebataljons 44 en 45, een Nederlandse vuist. Het Duits-Nederlandse Panzerbataillon 414 wordt door de NAVO gerekend tot de slagkracht van de Bundeswehr. Niet tot die van onze eigen Landmacht. Zo benoemde onze minister in haar brief naar de Tweede Kamer (het nationaal plan) dat naast bijvoorbeeld de extra F35 gevechtsvliegtuigen, IGO en SOF Support (ondersteuning Special Forces) en de uitbreiding van het I&V domein, ook de Versterking Vuurkracht Land (VVL). Hierin is het plan gevat om de Landmacht te versterken met een eigen tankbataljon en een afdeling lange-afstands precisie raketartillerie, inclusief alle ondersteuning, om uiteindelijk tot die Heavy Infantry Brigade te komen. In de voorjaarsnota is echter alleen ruimte gevonden om 9 extra F-35’s aan te schaffen en te voorzien in de 1e slag SOF Ground Enablers. Daarnaast wordt er budget gevonden om langer met de transporthelikopter Cougar door te vliegen. Een eerste stapje in de richting van het verkleinen van de tekortkomingen van de Nederlandse krijgsmacht in de ogen van de NAVO. Waar de F35’s en de onderzeeboten concreet worden benoemd, zien we de VVL niet terugkomen in de DV2035. Hooguit de versterking van de ondersteuning, onze Combat Support en Combat Service Support.

Het Duits-Nederlandse Panzerbataillon 414 wordt door de NAVO gerekend tot de slagkracht van de Bundeswehr. Niet tot die van onze eigen krijgsmacht.

Wel spreekt men in inrichtingsprincipe 4 van ‘escalatiedominantie met onze partners’. Alleen een bijlage verwijst naar een zware infanteriebrigade. Het woord ‘tank’, op welke manier dan ook, zien we niet terug. Bij de verstaalslag van de visie door de Landmacht is dat anders. Men kijkt in de toekomst en spreekt over een Main Ground Combat System (MGCS), een system of systems-benadering voor de vervanging van een groot deel van de huidige landsystemen en bijbehorende sensoriek en IT. Hieronder ook een volgende generatie Main Battle TANK. Dit Duits-Franse project, waarin andere landen kunnen deelnemen als observer of participant, is een uitermate geschikte gelegenheid om de Nederlandse Capabilty Gap in te vullen. Niet te vergeten dat dit gunstig zou kunnen zijn voor onze eigen industrie of het bedrijfsleven. Nederland heeft zich vanzelfsprekend aangemeld, waarop Berlijn en Parijs positief reageerden en beide landen ons voorstel in overweging nemen. Een betrouwbare en geloofwaardige Landmacht, die niet alleen bestaat uit infanterie en ondersteuning, maar ook kan afschrikken en vechten door een vuist van raketartillerie en tanks binnen het huidige en toekomstige optreden.

Rond de jaarwisseling zijn door de Defensie Materieel Organisatie (DMO) grote materieelcontracten getekend voor de MidLife Update (MLU) van het Infanterie Gevechtsvoertuig CV-9035 en het verkenningsvoertuig Fennek. De MLU van de Panzerhaubitze (PzH 2000 – 152mm artillerie) zal binnenkort volgen, waarmee honderden miljoenen euro’s gemoeid zijn om met deze systemen tot 2035 operationeel relevant en technisch inzetbaar te blijven. Ook gaat er Defensiebreed geïnvesteerd worden in nieuwe IT-systemen, die binnen het project Grensverleggende IT (GrIT) vallen. Het Tactical Edge Network (TEN) gaat ervoor zorgen dat alle tactische communicatie met elkaar kan ‘praten’, of interoperabel is, ook met onze primaire partner Duitsland. Dit is hard nodig, willen we een robuuste genetwerkte en informatiegestuurde Landmacht zijn. Maar in het voorsorteren op toekomstige, hoogtechnologische gevechtssystemen zien we nog niets concreets. In orde van grootte van de F35 voor de Luchtmacht of de nieuwe onderzeeboot voor de Marine, is het Main Ground Combat System ‘the next big thing’ voor de Landmacht.

Defensie gaat investeren in Cyber Warfare en Satellieten. Wanneer in de Versterking Vuurkracht Land (VVL) door de landmacht te versterken met een eigen tankbataljon?

Wat nu?
Complicerende factoren zijn de onvoorziene kosten van de pandemie, maar ook bijvoorbeeld het strategisch vastgoedvraagstuk binnen Defensie, waar door jaren achterstallig onderhoud in geïnvesteerd moet worden. Daarmee rijst de vraag: is er op dit moment überhaupt geld voor VVL? VVL houdt niet alleen tanks in, maar ook het investeren in Combat Support, waar onze verkenningseenheden deel van uitmaken. Wat betekent dat voor de Cavalerie? Zijn we nog steeds relevant? We worden steeds kleiner in aantallen. Onze I&V-specialisten stappen over naar het nieuwe Wapen Information Manoeuvre en krijgen na jaren eindelijk hun eigen entiteit binnen het korps I&V, maar voor de Cavalerie is dit een aderlating. Ons wapen wordt nog kleiner van omvang, minder divers en mogelijk minder gewichtiger in toekomstige discussies. We zien nu al dat er te weinig permanente vakinhoudelijke invloed is in de pilaar Kennis & Ontwikkelingen (K&O). We kunnen gewoonweg niet altijd kennis en ervaring garanderen binnen het Kenniscentrum Grond Gebonden Manoeuvre (KC GGM), of de afdeling Strategie & Planning (S&P) binnen de Staf Commando Landstrijdkrachten (CLAS) tot aan de Afdeling Landoptreden (ALO) van Directie Plannen in Den Haag. En die is essentieel, wil je invloed behouden in toekomstige ontwikkelingen met een Cavalerie-oog. De heroprichting van Bureau Tanks heeft het helaas niet gehaald binnen het Kenniscentrum ten tijde van de oprichting van Panzerbataillon 414. Alleen bij de oprichting van een eigen Nederlands tankbataljon in de toekomst, komt er ook weer een Bureau Tanks.

Onze verkenningseskadrons raken meer en meer verdeeld door hun koppeling aan de vier moedereenheden (Gemotoriseerd, Gemechaniseerd, Luchtmobiel & JISTARC) en hun eigen personeelsdoorstroom. Dat verkennen voor de verkenner de basis is, is niet meer vanzelfsprekend. Ook zij gaan mee met de tijd, in hun eigen brigade. Ze moeten wel.

Ondanks dat we onder druk staan, blijft ons wapen relevant en noodzakelijk. Karaktereigenschappen onder het credo van ‘Vorwarts Denken, Vorwarts Schauen, Vorwarts Reiten’, zijn kenmerkend voor de cavalerist. Over lange afstanden, bereden, snel en flexibel kunnen manoeuvreren, en daar het verschil maken door de vijand een beslissende slag toe te brengen, ook binnen Multi Domain Operations. Niet te vergeten de zorg voor materiaal: ‘eerst het paard, dan de huzaar’. Basisprincipes die altijd zijn gebleven.

Informatie gestuurde Cavalerie
Het wordt dus hoog tijd dat we nadenken hoe we als cavalerie met onze jarenlange kennis en ervaring op het gebied van slagkracht, mobiliteit en informatie verzamelen kunnen aansluiten op een informatiegestuurde Landmacht. We zien ontwikkelingen binnen de brigades richting een grotere behoefte om informatie te verzamelen, verwerken en verspreiden, om zo op vijand en omgeving het voordeel te verkrijgen. Zo is het idee ontstaan om een verkenningseskadron uit te breiden naar een bataljon per brigade, vergelijkbaar met onze Duitse collega’s, versterkt met extra sensoren, waaronder drones en elektronische oorlogsvoering. Maar ook C&E componenten, analisten en cyberspecialisten. Mijn mening is dat elke brigade een Information Manoeuvre bataljon nodig heeft, zodat de brigade permanent versterkt is met een Subject Matter Expert (SME) die Situational Understanding verschaft over de omgeving waar de brigade voor verantwoordelijk is. Zo kunnen infanteriebataljons, die nu zelf experimenteren met IGO, weer terug naar datgene waar ze goed in zijn: vechten!

Gezien deze eenheid acteert binnen de brigade-operatie en eigenlijk tactische gevechtsinlichtingen verzorgt, zal iemand met ervaring binnen het brigadegevecht dit bataljon met zijn variëteit aan sensoren moeten leiden. Bij uitstek een kans voor onze verkenners, die hierbinnen worden grootgebracht. JISTARC blijft voor het hogere niveau inlichtingen voorzien als strategisch I&V-eenheid. Denk bijvoorbeeld als deel van de divisietroepen voor divisieniveau en hoger, waarbinnen aansluiting wordt gezocht met de MIVD. Het Informatie Manoeuvre Bataljon (InfManBat) sluit dan hierop weer aan vanuit het brigadeniveau.

Maar hoe integreer je die tank in het informatiegestuurd optreden? Primair blijft een tank de fysieke slagkracht, de vuist, van de brigadecommandant. Hiermee beslist hij het fysieke gevecht. Duitsland en Frankrijk zijn het er nog niet over eens of ze een opvolger voor hun tank, respectievelijk de Leclerc of de Leopard-2, willen. De planning van beide landen is nu om het concept in 2035 (!) van de band te laten rollen, waarbij de eerste beproevingen in 2028 moeten plaats vinden. Frankrijk heeft de vervanging van haar gevechtsvoertuigen reeds ondergebracht in het project, ‘Scorpion’, waardoor ze alleen opzoek is naar een vervanging van hun tank, de Leclerc. Duitsland is daarentegen op zoek naar een breder scala om meerdere gevechtsvoertuigen te vervangen, hoewel ze al een opvolger heeft voor haar infanteriegevechtsvoertuig genaamd de ‘Puma’. De verwachting is dat men op zoek gaat naar een start door middel van een gezamenlijk Direct Firing Platform, waar vanuit de basisprincipes uitrolbaar zijn naar andere landsystemen. Verregaande technologische ontwikkelingen, zoals een mens-extensief of zelfs onbemand systeem in combinatie met artificial intelligence, een hybride of elektronische aandrijving, actieve camouflage, makkelijker transportabel en luchtverlaadbaar, naast een groter kaliber kanon of zelfs toekomstige technieken zoals laser, zal voor de Landmacht de nieuwe stap in de toekomst moeten zijn, willen we een credible force op land kunnen ontplooien.

Main Ground Combat Systems (MGCS) op het slagveld van de toekomst.

Hoe brengen we de MGCS dan binnen een informatiegestuurde Landmacht? Net zoals de marine haar onderzeeboten en de luchtmacht haar F35 hebben ingebracht, moet het Main Ground Combat System (MGCS) ook worden gezien als een informatiestofzuiger. Onze kracht is het verbinden van sensoren aan slagkracht, waarbij ‘every soldier is a sensor’ principe van toepassing is. Want conflicten worden op de grond, tussen de mensen gewonnen. En daarvoor moet je je omgeving begrijpen. Dat is onze kracht, waarbij in de toekomst elk landsysteem als deel van MGCS een informatiestofzuiger is binnen de Landmacht. Behangen met sensoren en communicatiemiddelen, goed beschermd als een bepantserde server of ‘tactical cloud server’, genetwerkt verbonden met een continue stroom aan informatie. En net zoals de onderzeeboot met een torpedo of een F35 met een bom, kan het MGCS de vijand ook met een kanon uitschakelen.

Investeren
Een randvoorwaarde voor de invoering van de MGCS en een nieuw DFP, met andere woorden een toekomstige tank, is dat we nu al investeren in kennis en ontwikkeling en ervoor zorgen dat IGO ook omarmd wordt binnen ons wapen. Daarnaast moeten we het gevecht van verbonden wapens met onder andere de tank opnieuw gaan borgen binnen de Landmacht, voordat het te laat is. Brigades moeten de wens uiten voor zowel slagkracht in informatie als in het fysieke domein door middel van een InfManBat en een DFP. Daarmee zetten we de volgende stap in het IGO, doordat we onze mensen, de IT-systemen, sensoren en hun voertuigen integreren tot grote informatiestofzuigers, die ook kunnen slaan.

Nu al tanks aanschaffen tot aan 2035, betekent veel meer innovatievermogen om nieuwe kennis in te brengen in dit project. Samen met de Nederlandse industrie kunnen we met een op korte termijn aan te kopen tankvloot beproevingen uitvoeren die uiteindelijk ook binnen het MGCS-project van meerwaarde zijn. Vul je nu een tankbataljon met bijvoorbeeld een Leopard-2A7V, inclusief personeel, kan deze organisatie één-op-één over naar een MGCS-eenheid. En je voldoet aan de NAVO-eis. Ook blijven we onze bataljons trainen in het optreden met tanks. Mijn menig is dat dit primaire aspect van het overdragen van kennis door Duitse tankeenheden binnen de Nederlandse Landmacht niet goed uit de verf komt, vanwege de huidige beperkte inzetbaarheid van de Duitse tankvloot in verband met grootschalige modificatieprojecten. Dat betekent zeer zeker niet stoppen met deze samenwerking. Maar vooral voor beiden dat eruit halen, wat van meerwaarde is voor toekomstige ontwikkelingen, zoals binnen een MGCS-project. Want daarmee blijf je de K&O-pilaar voeden, die vakinhoudelijk productief blijft ten behoeve van het ontwikkeltraject binnen het MGCS-project, samen met de Nederlandse industrie.

Het MGCS-project zal hiermee de Europese samenwerking op Defensiegebied versterken en Nederland als een van de koplopers maken binnen dit hoogtechnologisch project, samen met Duitsland en Frankrijk. En korte-termijn-investeringen wekken immers vertrouwen bij onze partners en bevestigen dat het ons menens is om te investeren in een MGCS, de Europese samenwerking en in de eisen van de NAVO. Want nu hebben we een Landmacht zonder tanden, die niet voldoet. De DV2035 en IGO biedt voldoende opties om nu en in de toekomst relevant te blijven als Cavalerie, Verkenner en Tanker. Het belangrijkste hierin is om alle handen op elkaar te krijgen, als Cavalerie het voortouw te nemen in ‘the next big thing’ en gebruik te maken van het momentum. Daar waar we goed in waren, en nog altijd zijn. Want deze kans gaan we geen tweede keer meer krijgen!