Nederland beschikt over diverse oefen‑ en schietterreinen waar cavalerie‑ en landmachteenheden trainen op tactiek, samenwerking en vuurdiscipline. Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste locaties, hun mogelijkheden en hun rol in de opleiding en gereedstelling van cavaleristen. De foto’s tonen de variatie in terrein, omstandigheden en trainingsvormen die deze locaties uniek maken.
Afb 01 – Oefenterreinen (paginabreed)

Oefen‑ en schietterreinen in Nederland
Kolonel b.d. Hans van Dalen
Tijdens de COVID‑crisis in 2020 en 2021 werd zeer duidelijk hoe afhankelijk de Koninklijke Landmacht (CLAS) is van buitenlandse oefen‑ en schietterreinen voor het behalen van haar gereedheidsdoelstellingen. Zeker voor de uitvoering van complexere scenario’s, waarbij met zwaardere wapensystemen (grotere dracht en uitwerking) wordt opgetreden, bestaan er in Nederland vrijwel geen oefenmogelijkheden of zijn ze te beperkt vanwege vergunningstelsels en lokale hinderwetgeving.
De beperkingen zijn de afgelopen decennia door de toegenomen bestuurlijke aandacht voor geluidsnormen, transporthygiëne, natuurbescherming en kwaliteit leefomgeving alleen maar toegenomen, waardoor complexere schietoefeningen op Nederlands grondgebied op dit moment niet meer mogelijk zijn. Deze kwetsbaarheid vormt een bedreiging voor het gereedstellen van eenheden en doet daarmee afbreuk aan het adagium ‘een CLAS die levert’.
Internationale terreinen
Doordat de grenzen gesloten werden, grensoverschrijdingen beperkt werden of landen andere prioriteiten stelden, konden CLAS‑eenheden tijdens de COVID‑periode beperkt of niet meer terecht op vertrouwde schietterreinen zoals de NATO Truppenübungsplatz Bergen‑Hohne (Duitsland), Älvdalen (Zweden) of Fort Hood (USA). Dit benadeelde ernstig de schiet‑ en oefengereedheid op niveau II, III en hoger.
Tijdens de Schiet‑ en Oefenperiode Bergen en de Schiet‑ en Oefenperiode Munster‑Süd (SOB/SOMS) konden alleen directe missie‑gerelateerde eenheden terecht, waardoor zij tot en met niveau III schietoefeningen konden uitvoeren. Eenheden die niet direct missie‑gerelateerd waren, hadden niet de mogelijkheden om tot en met niveau III te trainen. Zij konden feitelijk — mits het kaliber wapensysteem dit toeliet — alleen nog schietoefeningen op het enkele voertuig of wapensysteem in Nederland uitvoeren.
Afb 02 – Beperkingen op buitenlandse oefenterreinen
Toenemende beperkingen op de vertrouwde oefenterreinen in het buitenland, zoals de NATO Truppenübungsplatz Bergen‑Hohne in Duitsland.
Deze situatie zal in de komende tijd niet veel beter worden, omdat pandemieën mogelijk vaker zullen voorkomen (SARS, EBOLA, MKZ, Afrikaanse Varkenspest, enz.). Ook zal de beschikbaarheid van internationale oefenterreinen kleiner worden doordat zowel Europese als Amerikaanse defensieorganisaties hun oefen‑ en trainingsprogramma’s opschroeven door de toegenomen dreiging vanuit de Russische Federatie.
Daarnaast is de NAVO bezig met herbezinning op conflict‑ en oorlogsvoorbereiding als gevolg van de toegenomen assertiviteit van de Russische Federatie. Deze herfocus op Hoofdtaak 1 wordt vormgegeven via Graduated Response Plans (GRP) en modernisering van de Crisis Response Measures (CRM).
Dit betekent dat alle krijgsmachten zich specifieker en minder vrijblijvend moeten voorbereiden op gewapende crisissituaties. Zelfredzaamheid en partnerbetrouwbaarheid worden belangrijker. Extra reden voor de Koninklijke Landmacht om de oefen‑ en schietinfrastructuur op eigen grondgebied te herzien.
In dit artikel worden de behoeftes en mogelijkheden voor het uitvoeren van schietoefeningen met zwaardere CLAS‑wapensystemen op Nederlands grondgebied geïdentificeerd. Beperkingen zoals hinderwetvergunningen, geluidsnormen, stikstofbeleid, bouwcapaciteit, wolvenproblematiek en Natura 2000 worden niet behandeld, hoewel duidelijk is dat deze aangepast moeten worden.
Afb 03 – Kernboodschap

De kernboodschap is dat de oefen‑ en schietmogelijkheden in Nederland voor de Koninklijke Landmacht uitgebreid en verruimd moeten worden om de geoefendheid op een hoger peil te brengen en te houden.
Klein Kaliber Wapens
Voor Klein Kaliber Wapens (KKW‑wapens) zijn er relatief voldoende mogelijkheden. Wel is de druk op het Infanterie Schiet Kamp (ISK) in de Harskamp groter geworden, onder andere door:
- de verhuizing van een groot deel van het Korps Mariniers naar Nieuw Milligen
- de sterke veroudering van schietinstallaties
- het toegenomen belang van veilige schietoefeningen
Verbetering op het ISK‑terrein is mogelijk door renovatie van bestaande banen, aanleg van nieuwe banen in het westen (inclusief ringweg), en verlenging van bestaande banen richting het middenterrein. Theoretisch kan ook terrein ten westen van het ISK worden aangekocht, waardoor zelfs manoeuvres met pantservoertuigen en uitgestegen infanterie mogelijk worden.
Direct en indirect vurende zware wapens
Voor zware wapens die direct vuur uitbrengen zijn in Nederland (ISK en Marnewaard) slechts zeer beperkte schietoefeningen mogelijk. Vaak kan alleen vanuit statische situaties worden geschoten, waardoor stabilisatiemiddelen van gevechtsvoertuigen niet kunnen worden geoefend.
Ook kan er slechts met enkele voertuigen strak naast elkaar op linie worden geschoten, en niet in lossere of meer verspreide formaties. Dit is onvoldoende: CLAS‑eenheden moeten kunnen vuren vanuit opstellingen om doelverdelingstechnieken mogelijk te maken, inclusief afstemming van vuuropening.
Daarnaast moet vuur van gevechtsvoertuigen afgestemd kunnen worden met vuur van eigen antitankwapens en indirect vuur. Dit is momenteel nergens mogelijk.
Afb 04 – Afstemming van vuur

Het vuur van gevechtsvoertuigen moet afgestemd kunnen worden met vuur van eigen antitankwapens. Dit is nu nergens mogelijk.
Ik stel daarom voor om het ISK aan te passen qua diepte en breedte van enkele schietbanen, zodat deze mogelijkheden worden verruimd. Aankoop van nieuw terrein ten westen van het ISK moet worden overwogen. Ook moet een rondweg ten westen/noorden worden doorgetrokken voor betere bereikbaarheid.
Een andere optie is om grotere, complexere schietbanen aan te leggen bij de vier grote legerplaatsen (Oirschot, Havelte, Schaarsbergen/Deelen en Stroe). Ook moet het aantal schietoefeningen (.50 en 35 mm) op de Marnewaard fors worden uitgebreid.
Daarnaast moet het Artillerie Schiet Kamp (ASK) in ’t Harde worden aangepast. Vooral aan de westzijde bestaan mogelijkheden om gevechtsbanen aan te leggen waar gevechtsvoertuigen in onderling verband kunnen manoeuvreren. Ook moeten geluidsnormen en vergunningen worden verruimd om moderne munitietypen zoals loitering munitie en Excalibur‑granaten te kunnen inzetten.
Afb 05 – Artillerie en mortieren op het ASK

Voor mortieren en artillerie zijn de schietmogelijkheden op het Artillerie Schiet Kamp in ’t Harde op dit moment te gering.
Het terrein van het voormalige Cavalerie Schietkamp (CSK) Vlieland (Vliehors) is nog altijd van Defensie. De luchtmacht voert hier bombardements‑ en schietoefeningen uit. Deze zijn beperkt in omvang en het quotum voor geluidsnormen wordt bij lange na niet gehaald. Er is dus ruimte voor intensivering — en de vraag is waarom we die ruimte niet benutten.
Voorgesteld wordt om dit terrein weer intensiever te gebruiken voor gevechtsschietoefeningen niveau III en mogelijk hoger (maximaal twee pelotons). Dit betekent dat hier beperkte manoeuvres en schietoefeningen mogelijk moeten worden gemaakt voor CV90, Boxers, Fenneks, RAS‑eenheden en mogelijk zelfs gesteund door mortiersecties en mortierpelotons.
Combinatie van AH‑64 helikoptervuur met luchtmobiele infanterie in positie of in manoeuvre is hier eveneens beperkt mogelijk. Ook stellen we voor om hier counterdrone‑schietoefeningen uit te voeren. Moderne conflicten tonen immers het belang van All Arms Air Defence (AAAD) opnieuw aan. Het bestrijden van luchtdoelen, inclusief drones, met reguliere vlakbaanwapens moet weer worden beoefend.
Verder kunnen op het CSK Vlieland drones ook met elektromagnetische (EMS) energie van Cyber Elektromagnetische Activiteiten (CEMA)‑eenheden worden bestreden.
Optreden in Verstedelijkt Gebied (OVG)
Op Nederlands grondgebied bestaan enkele mogelijkheden om het Optreden in Verstedelijkt Gebied (OVG) met scherpe munitie te beoefenen. In Oostdorp op het ISK is dat al beperkt mogelijk en ook in Marnehuizen (op de Marnewaard) worden op dit moment beproevingen uitgevoerd onder auspiciën van SOCOM.
CLAS heeft echter behoefte om dit verder door te zetten en zelfs uit te bouwen, waarbij niet alleen aan infanterie‑eenheden te voet moet worden gedacht, maar ook aan vuurmogelijkheden voor ondersteunende eenheden zoals genie, pantservoertuigen, mortieren, CEMA‑eenheden en zelfs roboteenheden.
De complexiteit van OVG vraagt om een nieuwe(re) aanpak. Er moet niet alleen ín de bebouwing, maar ook tussen de bebouwing geschoten kunnen worden. CLAS stelt voor om bestaande ideeën over re‑configureerbare en verplaatsbare containers (bebouwd met scherf‑ en kogelabsorberend materiaal) verder te benutten en dit op de Marnewaard in te richten. Dit zal gevolgen hebben voor geluidsnormen en Hinderwetvergunningen.
Afb 06 – Nieuwe aanpak voor OVG

De complexiteit van het Optreden in Verstedelijkt Gebied vraagt om een nieuwe(re) aanpak. Er moet niet alleen in de bebouwing, maar ook tussen de bebouwing geschoten kunnen worden.
CEMA‑activiteiten en luchtverdediging
Vanwege civiele beperkingen kunnen in Nederland nergens stooroefeningen worden uitgevoerd. Voorgesteld wordt om dit vanaf het CSK Vlieland te organiseren. Uitgestraalde EMS‑energie kan dan richting de Noordzee of Waddenzee worden gericht op een varend of vliegend doel, zonder de scheepvaart of communicatie op de eilanden te verstoren.
Luchtverdedigingseenheden kunnen nergens in Nederland met scherpe munitie schieten. In het kader van AAAD en de toegenomen dreiging van drones is dit echter noodzakelijk. Voorgesteld wordt om Stinger‑, anti‑helikopter‑ en counter‑drone‑schietoefeningen terug te halen naar Nederland. Hiervoor kan het CSK Vlieland worden gebruikt.
Voor deze oefeningen moeten wel doelvoorstellingsmiddelen (sleepdoelen, goedkope drones) worden aangeschaft.
Drones zijn een nieuw fenomeen. Er moet een gebied worden aangewezen waar op drones kan worden geschoten én waar drones scherpe aanvallen kunnen uitvoeren op gronddoelen. ASK en CSK Vlieland zijn hiervoor geschikt: beide gebieden combineren een redelijk vrij luchtruim met een groot doelengebied.
Afb 07 – Kernboodschap schietgebied

Op schietgebied is de kernboodschap dat gevechtsschietoefeningen tot en met niveau III op Nederlands grondgebied uitgevoerd moeten kunnen worden.
Oefenen op hogere niveaus
Op oefengebied moet de lat hoger worden gelegd. Niet alleen niveau III, maar ook niveau IV en zelfs niveau V moeten op Nederlands grondgebied kunnen worden beoefend.
Niveau IV kan (met moeite) nog op grotere oefengebieden zoals Marnewaard, Leusderheide en Oirschotse Heide. Niveau V wordt nu vrijwel altijd in het buitenland geoefend, maar zou ook in Nederland moeten kunnen plaatsvinden — niet op oefenterreinen, maar in openbare gebieden.
Oorlogen worden immers niet uitgevochten op oefenterreinen, maar rond cruciale infrastructuur: rivierovergangen, steden, wegen, vliegvelden, havens, bergpassen en spoorwegen. Dit betekent oefenen in rurale gebieden (Brabant, Gelderland, Overijssel, Noord‑Nederland) én in grote steden in de Randstad.
Dit betekent ook oefenen met drones en CEMA‑middelen, wat onvermijdelijk overlast veroorzaakt. Maar als we ons land en onze NAVO‑partners willen beschermen, moeten Landmachteenheden realistisch kunnen trainen.
Afb 08 – Oefenen in openbare gebieden

Oefenen in openbare gebieden is essentieel, omdat oorlogen vrijwel altijd om belangrijke infrastructuur worden uitgevochten.
Afsluiting
Ik begrijp de controverse van deze voorstellen en de moeizame realisatie ervan, gezien de huidige beperkende maatregelen. Maar de Koninklijke Landmacht heeft deze operationele behoefte wél degelijk, en die moeten we proberen te realiseren.
We kunnen niet langer de zwaardere oefen‑ en schietlast op de schouders van onze NAVO‑bondgenoten leggen. Ook wij, als Nederlandse bevolking, moeten deze last dragen. Onze Landmachteenheden verdienen waarheidsgetrouwe oefen‑ en schietmogelijkheden — ook op de hogere en meer overlast gevende niveaus.
Naschrift redactie
Vrijwel gelijktijdig met het schrijven van dit artikel maakte demissionair Staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman op 24 november 2025 bekend welke 56 locaties men nodig acht voor de activiteiten van de krijgsmacht. Het zijn in grote lijnen dezelfde locaties als waarvoor het kabinet in mei een voorkeur uitsprak.
In december neemt het kabinet een definitief besluit. Op acht locaties is nog nader onderzoek nodig. Meest opvallend is de aanwijzing van vliegveld Lelystad als basis voor de stationering van F‑35 gevechtsvliegtuigen.
Defensie wil bestuursakkoorden sluiten met lagere overheden, die vervolgens natuur‑, bouw‑ en omgevingsvergunningen moeten aanvragen. Belanghebbenden kunnen bezwaar indienen. Op de website van Defensie is nadere informatie te vinden. Defensie wil in 2026 beginnen met de uitvoering; in 2040 moeten alle uitbreidingen gereed zijn.
Afb 09 – Uitbreidingen en nieuwe locaties

Jaargang 2026
