Combined Arms Symposium

Het Combined Arms Symposium brengt officieren, specialisten en instructeurs samen om actuele ontwikkelingen in het landoptreden te bespreken. De nadruk ligt op samenwerking tussen wapensystemen, tactische innovatie en de lessen die worden getrokken uit recente conflicten. De foto’s en toelichtingen geven een helder beeld van de thema’s die tijdens dit symposium centraal stonden.


Afb 01 – Combined Arms Symposium

Combined Arms Symposium
Kolonel H.J. van der Linden – Commandant Land Warfare Centre


Het laatste kwartaal van het kalenderjaar is het altijd erg druk met congressen, symposia, seminars en tentoonstellingen. Veel van de Wapens en Dienstvakken van de Landmacht organiseren op hun eigen vakgebied een bijeenkomst. De veranderingen in de operationele omgeving zijn groot en gaan snel. Daarbij maken we op dit moment belangrijke keuzes voor de transformatie van onze Landmachtorganisatie voor de komende jaren.

Om in het optreden effectief te blijven — lees: op tactisch niveau het gevecht winnen — moeten we op de hoogte blijven van actuele ontwikkelingen. Van 9 tot en met 11 december werd daarom in Amersfoort, in opdracht van de directeur Plannen van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), het Combined Arms Symposium gehouden.

Vanuit de Vereniging Officieren Cavalerie (VOC) en de Vereniging Infanterie Officieren (VIO) werd dit symposium georganiseerd en ondersteund. De inhoud van het programma werd vormgegeven door het Land Warfare Centre en het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre.


Eerste dag

Dit verslag valt uiteen in twee delen. Het eerste deel behandelt de eerste dag, waarin het thema ‘slimmer vechten’ door verschillende lenzen werd benaderd en toegelicht door diverse sprekers.

Met een geplande opkomst van 400 man en een daadwerkelijke opkomst van ruim 500 was de tent waarin het seminar plaatsvond volledig gevuld. Vanaf de parkeerplaats op de Vlasakkers werd de stroom bezoekers al gemonitord met verschillende types drones, waarvan de beelden in de tent werden geprojecteerd. Later op de dag werd ook binnen in de tent met microdrones gevlogen.

In zijn openingswoord ging luitenant-generaal b.d. Nico Tak in op het thema slimmer vechten. ‘It is many things to many people.’ Sommigen denken dat slimmer vechten minder slachtoffers betekent. Tak nuanceerde dit: oorlog voeren draait niet om meedoen of bijdragen, maar om winnen — en slimmer vechten zal niet altijd minder bloedig zijn.

Hij benadrukte dat slimmer vechten op elk niveau anders wordt ingevuld: politiek, strategisch, operationeel en tactisch. Op tactisch niveau gaat het om zaken als Offensief optreden, Eenvoud, Concentratie van middelen, Beweeglijk optreden en Verrassing. Vooral die laatste twee zijn vandaag de dag moeilijk door het transparante gevechtsveld, zoals zichtbaar in Oekraïne. Verrassing en misleiding zijn daarom extra belangrijk.

Daarna volgde een aansprekend verhaal van luitenant-kolonel Marnix Felius over waar vechten en winnen in essentie om draait. Hij koppelde de juiste mindset aan doctrinaire fundamentals.


Afb 02 – Meer veranderingen, slimmer vechten …


Vanuit het bureau Trends en Ontwikkelingen ging luitenant-kolonel Johan Docter in op factoren die bij toekomstig landoptreden impact gaan hebben en die nu al vertaald moeten worden naar capabilities (het vermogen om iets te kunnen) en capacities (mensen en middelen).

De belangrijkste trends die het afgelopen jaar zichtbaar werden — onder andere door Lessons Identified uit Oekraïne — zijn:

  • de grootschalige inzet van drones
  • de daardoor toegenomen transparantie en letaliteit van het gevechtsveld
  • de noodzaak tot betere bescherming voorafgaand aan manoeuvre
  • de intensivering van het gevecht om het Electro Magnetisch Spectrum (EMS)
  • de toenemende inzet van Artificial Intelligence (AI) voor commandovoering en autonome inzet van sensoren en effectoren

Afb 03 – Lessons Identified uit Oekraïne


Voor de Landmacht bieden deze trends zowel uitdagingen als kansen. Nieuwe capaciteiten zoals drones — vliegend én rijdend — kunnen worden ingezet als sensoren en effectoren, vooral in de diepte en Beyond Line of Sight (BLOS). Ook dwingen deze trends ons na te denken over het snel en meer kunnen concentreren van effecten in plaats van fysieke eenheden, omdat die tegenwoordig zeer kwetsbaar zijn.

Deze ontwikkelingen worden het komende jaar verder geconcretiseerd om het landoptreden tien tot vijftien jaar vooruit beter te kunnen voorspellen. Zo kan CLAS als smart customer richting de industrie optreden.

‘Vorm volgt functie’ — dus moet ook de organisatie worden aangepast. De Landmacht is volop in transformatie, maar de cultuur van 35 jaar bezuinigen en efficiëntiedenken werkt soms remmend op adaptief vermogen.

Luitenant-kolonel Martijn van de Vorm betoogde dat een organisatie niet bestaat om te leren, maar leert om te blijven bestaan. Dat vraagt om een balans tussen informeel leren op laag tactisch niveau en structureel leren door de hele organisatie heen.


Het legerkorps is het hoogst tactische niveau en voert operaties uit met een focus op de diepte.


Na de koffiepauze werd slimmer vechten bekeken vanuit het operationele perspectief van eenheden boven brigadeniveau. Sprekers van het 1st German Netherlands Corps en Nederlandse officieren geplaatst bij de Duitse 1e en 10e Pantserdivisie deelden hun ervaringen.

Kolonel Ron Jongejeugd ging in op de rol van het legerkorps. Hij blikte terug op de Koude Oorlog en Afghanistan, maar richtte zich vooral op het huidige Warfighting Corps. Het corps vecht in de diepte, opereert in de rear en vormt het knooppunt tussen tactisch en operationeel-joint niveau.

Divisies hebben de taak om de voorwaarden te scheppen voor de close fight van brigades. Dit werd verder uitgewerkt door kolonel Ron Sense en luitenant-kolonel Severino Renfrum (1.PzDiv), die benadrukten dat stafprocessen én praktische vaardigheden hand in hand moeten gaan.

Zij lichtten de planningshorizons toe:

  • Corps: 72–96 uur
  • Divisie: 48–72 uur
  • Brigade: 24–48 uur

Brigades voeren de close fight met hun bataljons: to fight the enemy, take terrain or hold positions. Divisies voeren de deep fight om voorwaarden te scheppen voor de brigades. Command and Control (C2) vanuit de divisiecommandopost is daarbij cruciaal.


Afb 05 – Betrouwbare en redundante C2‑ondersteuning

Betrouwbare en redundante Commandovoerings‑ondersteuning (C2Ost) systemen.


Daarna volgde het verhaal van de 10.PzDiv, waarin hun ervaringen van training onder 5th U.S. Corps voor hedendaags optreden werden geduid. Kolonel Marcel de Beus en luitenant‑kolonel Gert‑Jan Chrispijn gingen dieper in op de implicaties en veranderingen op het gebied van de joint functions in een warfighting scenario.

Wat betekent het wanneer het initiatief voor de eerste aanval bij de vijand ligt? Wanneer we moeten vechten tegen een numeriek sterkere en gevechtservaren tegenstander? Wanneer manoeuvre lastig wordt op het huidige transparante gevechtsveld en onze logistieke aanvoerlijnen highly contested zijn? En wanneer de vijand een scherm van area access/area denial (A2AD) capaciteiten over het gevechtsveld uitrolt?

Dit heeft grote consequenties voor alle subeenheden binnen het divisieoptreden.


Afb 06 – Nieuwe voertuigen op de display

Buiten stond een display van nieuwe voertuigen opgesteld, waaronder het Kinetic Defence Vehicle van de firma Diehl.


Om een after‑lunch dip te voorkomen lijkt militaire geschiedenis als context voor hedendaagse ontwikkelingen niet de meest logische keuze. Maar met een spreker als drs. Serge Blom (Nederlands Instituut voor Militaire Historie) is succes verzekerd.

Met humor liet hij zien dat ook de Amerikanen na jaren van Counter Insurgency zichzelf opnieuw moesten uitvinden voor grootschalig optreden. Veel ‘lessons lost’ bleken opnieuw relevant. In FM100‑5 uit 1981 schreef men al over:

  • het belang van seeing deep en onafhankelijke tactische engagements
  • het behouden van initiatief
  • de verschuiving van attrition warfare naar operational manoeuvre

Zijn belangrijkste punt: een organisatie heeft een echte driver for change nodig om veranderingen te institutionaliseren — zowel top‑down als bottom‑up.


Lessons Lost: de Air Land Battle uit 1981.


Van geschiedenis naar toekomst is een kleine stap. Brigadegeneraal Bert Stam, voorzitter van de VIO en strategisch adviseur militaire digitalisering, vroeg aandacht voor het belang van de informatieomgeving. Mogelijk wordt deze in de toekomst zelfs randvoorwaardelijk voor succes.

Activiteiten in de informatieomgeving zijn goedkoop, hebben groot bereik en vereisen weerbaarheid tegen fake‑informatie en deceptie. Generaal Stam benoemde vijf punten waarop Defensie gezamenlijk moet handelen:

  • Communicatie en digitale samenwerking — communicatiemiddelen moeten datastromen aankunnen en bestand zijn tegen verstoring.
  • Digitaal fundament — toegang tot opslag‑ en rekenkracht via cloud‑ en edge‑oplossingen.
  • Data en AI — slimme algoritmen versterken operationele slagkracht, o.a. via autonome drones en snellere besluitvorming.
  • EMS, cyber en redundantie — investeren in cyberweerbaarheid en elektromagnetische capaciteit.
  • Digitaal aanpassingsvermogen — technologie veroudert snel; innovatie moet continu zijn.

Afb 08 – Presentatie CEMA‑bataljon

De commandant van het nieuwe CEMA‑bataljon benadrukte wat brigades kunnen verwachten van deze nieuwe capaciteit.


De volgende lens tijdens het symposium was Trainen en Experimenteren. Met mensen en middelen moet geoefend worden om beter te worden, en geëxperimenteerd om slimmer te worden. De CLAS‑ambitie om 50% van de opleidings‑ en trainingsactiviteiten met simulatiemiddelen uit te voeren krijgt steeds meer vorm.

Ook voor concept validation en Course of Action (COA) validation is optreden zonder oefenbeperkingen waardevol. Nieuwe middelen kunnen eenvoudig naast bestaande capaciteiten worden getest. Luitenant‑kolonel Guus Peters gaf een update over de modernisering van simulatiemiddelen.


Afb 09 – FUCHS JAGM (Rheinmetall)

Op de buiten‑display stond ook de FUCHS JAGM van de firma Rheinmetall.


De laatste presentatie van de dag kwam van Major Adam Szczerbiuk (Experimental Task Force UK Army). Hij gaf een scherpe samenvatting van de dag: hoe implementeer je culturele verandering, hoe denk je slimmer, hoe train je beter en hoe vecht je daardoor beter?

Experimenten zijn essentieel voor capability development. Nieuwe ontwikkelingen maken bestaande doctrines soms ongeldig. Experimenten bepalen hoe capaciteiten verbeterd worden en hoe eenheden direct bruikbare middelen krijgen voor het gevecht.


Commandant Landstrijdkrachten, luitenant‑generaal Jan Swillens, sloot de dag af. Hij was tevreden met de grote en diverse opkomst. Dit toont betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt en wat dat betekent voor ons als militairen.

Hij benoemde zes kernpunten:

  1. Militair vakmanschap blijft de basis: doctrine, kennis, kwaliteit in opleiding en training, geïntegreerd trainen.
  2. Ken jezelf en de tegenstander: warfighter mindset, initiatief, eenvoud, manoeuvrist approach.
  3. Bemand en onbemand optreden zijn onlosmakelijk verbonden; dronespace beheersen maakt manoeuvre mogelijk.
  4. Vechten is en‑en‑en: precisievuur, multidomein, staal, onbemande systemen, cyber, informatie, data.
  5. Data is essentieel: sensors → transmission → storage → AI → decision making → effectors → BDA.
  6. Trek lessen uit verleden en heden en implementeer ze; technologie verandert, cultuur moet mee veranderen.

Zijn slotboodschap was helder: DOE – WAT – NODIG – IS.


Afb 10 – Luitenant‑generaal Swillens

Luitenant‑generaal Jan Swillens benadrukte nogmaals het belang van veranderen en slimmer vechten.



Tweede en derde dag

De tweede en derde dag waren gelijk van opzet. De bezoekers — respectievelijk 300 en 200 militairen — werden in groepen ingedeeld die onder leiding van een begeleider langs de industriestands en presentaties werden geleid. De industriestands waren zeer interessant en ingericht met nieuwe wapens, wapensystemen, sensoren, voertuigen, gevechtsvoertuigen, technieken en vooral veel drones. Ook werden er diverse simulatiesystemen getoond.

De vertegenwoordigers van de industrie waren enthousiast. Het publiek bestond deze dagen grotendeels uit jongere kaderleden, een dankbaar publiek omdat zij in de nabije toekomst daadwerkelijk met de getoonde middelen zouden kunnen gaan werken.


Afb 11 – Stand van KNDS München

Stand van KNDS uit München, de producent van de nieuwe Leopard‑2A8 tanks en de Boxer RCT‑30 Schakal.


Officieren van het Kennis Centrum Grondgebonden Manoeuvre (KCGM) verzorgden een zeer goede presentatie over moderne technieken bij een bataljonsaanval. De presentatie was dynamisch opgezet, met afwisselend gesimuleerde en echte beelden van delen van de aanval, waardoor het geheel zeer inzichtelijk werd.

De rol van het Brigade Verkenningseskadron (BVE) in het nieuwe recce‑strike concept werd helder en energiek toegelicht door ritmeester Liam Kleinschiphorst, nieuw lid van de VOC‑redactie. Zijn verhaal maakte velen ter plekke enthousiast voor de ‘recce‑religie’.


Samenvatting

Samenvattend waren het een paar uitstekende dagen. De organisatie van het Combined Arms Symposium verdient een groot compliment. Het is altijd een uitdaging om een boeiend en inhoudelijk sterk programma samen te stellen, maar dat is hier uitstekend gelukt.

Ook de logistieke en huishoudelijke organisatie — parkeren, toegang, lunch, koffie en borrel — was meer dan uitstekend verzorgd. Het symposium bewees opnieuw zijn waarde als ontmoetingsplek voor kennisdeling, innovatie en samenwerking binnen de Landmacht.

Volgend jaar weer.


Jaargang 2026