Brigade-Generaal Kees Koek
Wapengenoten,
|
![]() |
Eerst moet ik mij even voorstellen. Kees Koek, samenwonend in Winterswijk en trotse vader van drie kinderen. Als 18 jarige cadet startte ik op 23 augustus 1983 mijn opleiding tot officier van de Militaire Administratie. Ja, jullie lezen het goed; de MA. Maar na twee jaren kascontroles, fiscaal recht en financiële jaarverslagen koos ik puur vanuit mijn gevoel en met heel veel enthousiasme voor de cavalerie en tot op de dag van vandaag heb ik daar geen spijt van gehad. Sterker, de cavalerie heeft mij een schitterende loopbaan gegeven en mij gevormd tot de officier die ik nu ben en daar ben ik best een beetje trots op.Ik ben opgegroeid in een tijd dat de Landmacht vijf parate tankbataljons en twee verkenningsbataljons telde met ruim 900 gevechtstanks en honderden verkenningsvoertuigen. Het was helaas ook een tijd van vele bezuinigingen. De Landmacht slonk van ruim 100.000 medewerkers naar een kleine 20.000, en in 2010 namen we afscheid van de laatste tank- en verkenningsbataljons. Daarmee verloor de Landmacht een substantieel deel van haar inlichtingencapaciteit en tegelijkertijd haar vuist waarmee ze, veelal op de flank van de tegenstander, rake klappen kon uitdelen. En nu is het 2026. Het veiligheidsbeeld in de wereld is veranderd. De dreiging is gegroeid en daarmee ook de behoefte aan een sterke Landmacht, die goed kan inspelen op potentiële dreigingen en, als het er echt om gaat, weer rake klappen kan uitdelen. De cavalerie zal die behoefte voor een belangrijk deel invullen met tanks en modern inlichtingenmaterieel, maar ook met kennis over de inzet daarvan. Een belangrijke opgave. |
Als wapenoudste wil ik daar mijn steentje aan bijdragen. Hoe ga ik dat doen? Ik wil de goede voorbeelden van mijn voorgangers meenemen. In mijn beleving staat de wapenoudste middenin de cavalerie, weet hij goed wat er binnen het wapen speelt, is hij gemakkelijk benaderbaar, kan hij luisteren en reflecteren, denkt hij over de regimenten heen, kan hij de belangen van de cavalerie goed behartigen, maar kan hij ook mensen aanspreken op onvolkomenheden of tekortkomingen en is hij bovenal de verbinder binnen de cavalerie. Dat kan alleen als wij elkaar weten te vinden want we hebben elkaar in deze tijd van vele veranderingen hard nodig. Ik ga daarom het contact aan met de regimentscommandanten, het VOC en het VOOC, de reüniecommissies, eenheidscommandanten, maar vooral met alle cavaleristen van de Landmacht van leerling en actief dienend, beroeps, reservist, tot gepensioneerd, veteraan van Boreel tot Catharina Amalia en ik wil van jullie horen wat er op de werkvloer speelt en hoe we elkaar kunnen helpen bij de doorontwikkeling van de cavalerie. |

