Cavalerie: Artikelen VOC 3.

juni 2020
Bron: VOC nr 2-2020

Het 3e Regiment Huzaren tijdens de meidagen 1940

Schrijver bij beheerder bekend.

Inleiding

Op 1 mei 1940 werden de cavalerie-eenheden gereorganiseerd tot vier regimenten. Hierbij verdwenen de paarden, maar werden de fietsen behouden. Voor zover aanwezig werden pantservoertuigen ingevoerd. Het 3e Regiment Huzaren (3RH) bestond in 1940 uit:

– Staf 3RH
– 1e Eskadron (bereden)
– 2e Eskadron (bereden)
– 3e Eskadron (rijwielen)
– 4e Eskadron (rijwielen)
– 5e Eskadron (rijwielen)
– 6e Eskadron (rijwielen)
– Mitrailleur Peloton (motoren met zijspan)
– Pantserafweergeschut Peloton (gemotoriseerd)
– Sectie Mortieren 8 cm (gemotoriseerd)
– Pantserwagen Peloton (pantserwagens)

De meidagen van 1940

Gedurende de meidagen van 1940 heeft 3RH niet in zijn organieke samenstelling aan de strijd deelgenomen. Het 1e eskadron stond onder bevel van 1RH dat ontplooid was in het noordelijk deel van de Veluwe. Het 2e eskadron en het Pantserwagen Peloton stonden onder bevel van 4RH wat rond Ede was ontplooid. De krijgsverrichtingen van deze eenheden worden hier buiten beschouwing gelaten.

Vrijdag 10 mei 1940

Op vrijdag 10 mei 1940 lagen de overige eenheden van het regiment, onder commando van majoor Jhr. Y.D.C. Quarles van Ufford, in de omgeving van Haarlem. 3RH maakte deel uit van het 1e Legerkorps, wat langs de Noordzeekust lag. Die morgen kreeg 3RH rond 05.00 uur het bevel om zich naar Den Haag te verplaatsen in verband met Duitse luchtlandingen aldaar en zich onder bevel van C-Vesting Holland te stellen. Bij deze verplaatsing liep het regiment vast bij Katwijk vanwege een aanval van Duitse parachutisten op het vliegveld Valkenburg. Het regiment werd niet bij de gevechtshandelingen betrokken, maar zette de mars via Leiden en Voorburg voort en arriveerde in de namiddag in Den Haag.

In de namiddag werd het 3e eskadron (3-3RH) van de ritmeester J.H. Kruseman Aretz naar Zoetermeer gezonden ter versterking van de 1e Verlichtingsafdeling. Die avond wisten zij, samen met enkele huzaren van het 1e Regiment Huzaren Motorrijder, 47 Duitsers krijgsgevangen te nemen en 2 stukken vijandelijk pantserafweergeschut te vermeesteren.
Het 4e eskadron (4-3RH) van de eerste-luitenant Mr. J.A. Star Busmann vertrok naar Pijnacker om de 1e Pontonafdeling te versterken en Pijnacker en omgeving van vijandelijke troepen te zuiveren. Ze kwamen daar zonder problemen aan en namen deel aan enkele zuiveringsacties, waarbij twee Duitse parachutisten krijgsgevangen werden gemaakt.

Het 5e eskadron (5-3RH) onder bevel van eerste-luitenant G.N. van Asperen kreeg opdracht de duinstrook tussen Ruigenhoek en de Watertoren te bezetten. Één peloton bleef ter beschikking van C-Vesting Holland voor bewaking van diens hoofdkwartier. Er werden tal van verkenningen uitgevoerd zonder dat men op vijand stootte. Het 6e eskadron (6-3RH) van kapitein C.R. Wehmeyer werd belast met de bewaking van de hoofdweg Den Haag – Leiden bij Den Deyl.

Eenheden in de Vesting Holland.

Het Pantserafweergeschut peloton (Pag Pel-3RH) van de tweede-luitenant C. Diemont kwam onder bevel van C-I Divisie in Rijswijk. Er werd stelling ingenomen aan de westrand van Rijswijk ter verdediging tegen Duitse troepen. Nadat er geen vijandelijke troepen bleken te zijn, kreeg het die avond opdracht naar de zuidrand van Delft te verplaatsen om van daaruit een aanval op Duitse troepen in Rotterdam te ondersteunen.

Ook de sectie mortieren (Sie Mr-3RH) onder bevel van eerste-luitenant J.M.D. Poierrié meldde zich bij C-I Divisie in Rijswijk. Na eerst een opstelling bij de Rooms Katholieke kerk ten zuiden van de Geestbrug in Rijswijk te hebben ingenomen, werd de sectie ter beschikking gesteld van C-II Regiment Grenadiers bij de Hoornbrug. Toen herhaaldelijk bleek dat er geen verbinding met die eenheid tot stand kon worden gebracht, meldde de sectiecommandant zich op 13 mei weer bij C-3RH in Pijnacker.

Het mitrailleurpeloton (Mitr Pel-3RH) van de eerste-luitenant A.H. Soomers kwam op 10 mei ter beschikking van C-Grensbataljon Grenadiers in Scheveningen. Dit peloton heeft tijdens de meidagen in stelling heeft gelegen op de Noordboulevard en bij het radiostation aldaar.

Inzet van het Pantserafweergeschut 47 mm.

Zaterdag 11 mei 1940

In de vroege ochtend van zaterdag 11 mei opende het Pag Pel-3RH het vuur op vijandelijke vliegtuigen die in het voorterrein waren geland en op kreupelhout, loodsen en huizen waar de vijand zich schuil kon houden. Vrijwel alle zichtbare vliegtuigen werden vernield. Bij een verkenningspatrouille van de 1e sectie langs de Oude Rotterdamseweg, stuitte de patrouille op de vijand. Hierbij sneuvelde de dienstplichtig korporaal W. Schol en werden nog enkele huzaren gewond. De korporaal Schol was als motorordonnans meerdere malen door vijandelijk vuur gereden om berichten door te geven. Hij heeft postuum de Bronzen Leeuw ontvangen voor zijn moedige optreden. De dienstplichtig huzaar 1e klas H.A. Barendregt wist bij deze actie een stuk pantserafweergeschut met trekker in veiligheid te brengen, waarvoor hij later ook werd onderscheiden met de Bronzen Leeuw.

De huzaar 1 Barendregt vertelt:

‘Vervolgens stootten wij op een tweede barricade. De korporaal Schol is daar gesneuveld. Ik ben naar rechts uitgeweken en kwam terecht in een huis. Een huzaar kwam daar bij mij. Op een moment hoorden wij een lawaai. Ik ging kijken en kwam achter het huis in een houtloods. Daar zag ik achter de versperring, waar Schol gesneuveld was, 8 Duitsers liggen met vier lichte mitrailleurs. Op een gegeven moment kwam de luitenant Schnabel bij mij. Hij zei mij dat ik moest schieten. Ik vond dat niet verantwoord omdat de overmacht te groot was en heb dat niet gedaan. (…) Ik ben toen met de luitenant en de bovengenoemde huzaar langs het Jaagpad getrokken, waarbij wij hevig vuur ontvingen. De luitenant vroeg of ik een witte zakdoek had, doch ik heb geweigerd deze op te steken. Met een rode zakdoek van de huzaar, gebonden aan een bajonet, zijn wij teruggelopen. Wij kwamen voor een uitwatering van de polder. Van een scheepswerf hebben wij een roeiboot gehaald om over te steken. Goed en wel op het water ontvingen wij van alle kanten vuur. Toen wij aan de overzijde gekomen waren, zag ik aan de andere kant (waar wij zojuist vandaan gekomen waren) een kapitein van de infanterie staan, huilende als een kind. Ik ben terug geroeid en heb hem opgehaald. Daarna ben ik bij de jongens van mijn stuk gekomen, waar ik hoorde, dat ze het stuk en de trekker hadden moeten achterlaten. Ik heb tegen Jongeling gezegd, dat hij met mij mee moest om stuk en trekker op te halen. De afstand bedroeg ongeveer 150 meter. Bij de trekker gekomen heeft Jongeling zich in de sloot gedekt. Wij ontvingen vuur vanuit vliegtuigen in de polder. Zelf ben ik naar de trekker gelopen. (…) Nadat ik de trekker gedraaid had, ben ik teruggereden naar het stuk en heb met behulp van Jongeling het stuk aangehaakt. Vervolgens zijn wij naar Delft gereden waar ik het stuk heb overgegeven aan de bediening’.

Opmars van Duitse luchtlandingstroepen. Naast de weg een Ju-52 transportvliegtuig die een noodlanding moest maken.

C-I Div had 3RH ondertussen opdracht gegeven de Duitse luchtlandingstroepen, die de rijksweg Delft – Overschie en de aangrenzende polders bezet hielden, in de rug en flank aan te vallen. Hiertoe keerden 3- en 4-3RH weer terug onder bevel van 3RH. Beide eskadrons verzamelden in Pijnacker en trokken onder leiding van majoor Quarles van Uffort om 15.00 uur via Berkel op naar Rodenrijs. Om 16.00 uur werd een aanval op de Zwetbrug ingezet, die in vijandelijke handen was. Rond 18.00 uur waren de Duitsers verdreven. Bij deze actie werden 30 Duitsers krijgsgevangen gemaakt, terwijl 25 Nederlandse militairen die in vijandelijke handen waren gevallen werden bevrijd. Toen de Duitsers vanuit het noorden de Zwetbrug opnieuw aanvielen trokken de huzaren, na een kort vuurgevecht, terug op een boerderijcomplex aan de Hofweg. Beide eskadrons namen voor de nacht positie in rond deze boerderij. Het regiment moest die dag naast de dienstplichtig korporaal Schol, ook dienstplichtig wachtmeester P.G. van Pelt (4-3RH) bijtekenen op de lijst van gesneuvelden.

Het Pantserafweerfront bij Delft en de Zwetbrug.

Zondag 12 mei 1940

Omstreeks 02.30 uur op zondag 12 mei werden 3- en 4-3RH rond het boerderijcomplex opgeschrikt door Duits mitrailleurvuur uit de richting van de autoweg bij Kandelaar. De Duitsers vielen aan. Na enige verwarring herstelde men zich om de aanval af te slaan, waarop patrouilles werden uitgestuurd. Toen later vijandelijk mortiervuur werd ontvangen, trokken de eskadrons zich terug. Dat er deze dag nog zwaar gevochten werd, blijkt uit de gesneuvelden. De dienstplichtig huzaren J.P. Gouweleeuw (4-3RH), J.N. Graafland (3-3RH), M.J. van der Have (4-3RH) en B. Tukker (4-3RH) kwamen bij deze gevechten om het leven. Aan de wachtmeester der eerste klasse F.O. Nieuwenhuis werd later de Bronzen Leeuw en aan dienstplichtig korporaal W. Taselaar het Bronzen Kruis toegekend vanwege hun moedige optreden tijdens het gevecht bij het boerderijcomplex.

De 2e sectie van Pag Pel-3RH maakte die dag een opmars van twee secties infanterie richting Rotterdam mee. De opmars stokte echter al op enkele kilometers zuid van Delft. Uiteindelijk kregen voor deze gevechtsacties de pelotonscommandant, tweede luitenant C. Diemont, de Bronzen Leeuw en zijn OPC, de wachtmeester der eerste klasse A. Jongejan, het Bronzen Kruis toegekend wegens moedig optreden tegen de vijand.

In een verklaring vertelt de wachtmeester 1 Jongejan hierover:

‘Op een gegeven moment is de infanterie van de wagens af gekomen en ging te voet verder. Wij hebben het stuk in de stelling gebracht en sprongsgewijs zijn wij ook te voet met het stuk verder gegaan. (…) Wij zijn opgerukt tot voorbij het eerste vliegtuig nabij het autokerkhof. Uiteindelijk is het stuk aan de linkerzijde van de weg in stelling gekomen. Wij ontvingen vuur uit een rand hakhout naast de boerderij die nabij kilometerpaal 11 is gelegen. Wij hebben vuur uitgebracht op deze boerderij en op het hakhout. Hierbij zijn ongeveer 12 granaten verschoten. Luitenant Diemont is persoonlijk bij mij gekomen om mij terug te halen. Aanvankelijk weigerde ik dit daar het vuren juist zo goed ging. Met krachtige taal heeft de luit mij terug moeten sturen. Op de plaats waar de luitenant bij mij kwam bevonden wij ons ongeveer 2 km. voor de eigen troepen. De luitenant is op een solo-motor bij mij gekomen. Op het moment dat hij bij ons kwam lagen wij onder vuur en wij moesten ons hiervoor even dekken. Ook luitenant Diemont was dus onder vuur, doch hij bleef rechtop staan of er niets aan de hand was. Verschillende malen is de luit bij ons geweest en hij is ook verschillende malen alleen vooruit geweest. Hij was erg dapper’.

De infanteriecommandant kreeg uiteindelijk bevel terug te keren wegens het uitbrengen van eigen artillerievuur. De gehele dag werd daarna vuur uitgebracht op gelegenheidsdoelen.

Na de landing en het veiligstellen van de vliegvelden rond Den Haag dienden de Duitse parachutisten de stad binnen te dringen om kabinet en staatshoofd gevangen te nemen. Dit fragment van een buitgemaakte kaart geeft de route aan van vliegveld Ockenburg naar Paleis Noordeinde.

Maandag 13 mei 1940

Om 7.00 uur had majoor Quarles van Uffort bevel van de C-I Div gekregen om het spoorwegviaduct bij Rodenrijs te bezetten en vast te houden. In Berkel werd toen nog gevochten tegen afzonderlijk optredende parachutisten. C-3RH kreeg vervolgens om 13.00 uur bevel terug te trekken op Pijnacker om een verdedigende opstelling in te nemen. 3RH vormde daar een ‘pantserafweerfront‘ en moest zich voorbereiden op een ‘hardnekkige verdediging’. Deze verdediging maakte deel uit van de geïntensiveerde verdediging rond Den Haag in verband met verontrustende ontwikkelingen bij Rotterdam.

5-3RH zond die dag weer tal van patrouilles in de duinen uit, waarbij een patrouille tussen twee vijandelijke eenheden terecht kwam.

In het gevechtsrapport van 5-3RH staat:

C-1e Pel zendt in de omgeving van Golfzang een patrouille – sterk 2 groepen – uit in N richting teneinde verkenningen te verrichten in de richting Wassenaarsche Slag langs het nieuwe rijwielpad. De rest van het Pel verkent richting Wassenaar – den Deijl. Ongeveer te 15.00 uur komen vanuit W richting drie vijandelijke vliegtuigen die ongeveer 1500m ten Z van Wassenaarsche Slag pl. min. 45 parachutisten uitwierpen. Hierdoor kwam de linker patrouille – sterk 2 groepen – tusschen twee reeds in de duinen gelegerde vijandelijke afdelingen en de parachutisten in, met het gevolg dat twee wachtmeesters en 4 dienstplichtigen krijgsgevangenen werden gemaakt. Bedoelde krijgsgevangenen hebben ten dienste van den vijand werkzaamheden verricht, voornamelijk het maken van graven en het verzamelen van gesneuvelden. (…) Op 19 mei 1940 hebben de krijgsgevangenen voornoemd zich weer bij hun onderdeel gemeld.

Die dag overleed de dienstplichtig huzaar L.J.P. Louwen Raquin (3-3RH) aan verwondingen die hij eerder had opgelopen tussen Voorburg en Ypenburg. Hij was de laatste gesneuvelde van het regiment in de meidagen van 1940.

Dinsdag 14 mei 1940

Op de laatste dag van de strijd werd 3-3RH aan deze positie onttrokken om te worden ingezet bij een aanval van infanterie-eenheden op Overschie. Daar hadden zich de resten van op 10 mei neergekomen Duitse luchtlandingstroepen geconcentreerd. De opdracht was om vast te stellen of Schiebroek en Hillegersberg zich in Duitse handen bevonden. Daartoe richtte 3-3RH over de as Berkel en Rodenrijs een verkenningsscherm in en verplaatste vervolgens via verschillende routes richting Schiebroek met de infanterie daarachter. De opmars naar Schiebroek werd vertraagd als gevolg van het bombardement op Rotterdam, waarvan men vanuit de verte getuige was. Uiteindelijk werd om ongeveer 17.00 uur Schiebroek bereikt en werd vastgesteld dat het niet in Duitse handen was. Na het voorwaarts doorschrijden van de infanterie, keerde het eskadron naar Pijnacker terug. Enkele uren na het bombardement op Rotterdam volgde de capitulatie, waarvan men om ongeveer 17.30 uur weet kreeg.

De wachtmeester 1 Jongejan vertelt daarover:

‘Na de capitulatie wilde korporaal Smit doorvechten. Ik heb hem met krachtige woorden moeten bewegen op te houden. Ik heb enige mensen bij hem achter gelaten om te voorkomen dat hij domme dingen zou doen’.

In zijn gevechtsrapport vermeld C-Mitr Pel-3RH dat C-Grensbataljon Grenadiers, waar hij onder bevel was, op 14 mei alle aanwezige wapens, reservedelen en munitie in beslag nam en op 15 mei alle 22 zijspancombinaties liet vernietigen. De oorlog was ten einde.

Een Ju-52 transportvliegtuig in de omgeving van de rijksweg Delft – Overschie.

Van 3RH (voor zover in de Vesting Holland actief) sneuvelden een dienstplichtig wachtmeester, een dienstplichtig korporaal en vijf dienstplichtig huzaren. Er zijn twee Bronzen Leeuwen en vier Bronzen Kruizen toegekend, waarvan één postuum. Bij het bombardement op de Alexanderkazerne in de vroege morgen van 10 mei 1940 waren 31 van de 64 gesneuvelde huzaren afkomstig van het 3e Regiment Huzaren. De standaard en het regimentszilver van 3RH zijn niet in vijandelijke handen gevallen en werden gedurende de oorlog bewaard door mevrouw Marie Germaine van Lanschot-Lagasse de Locht. Uit dankbaarheid voor deze daad, was zij aanwezig op de uitreiking van de originele standaard van het voormalige 3RH aan het nieuwe Regiment Huzaren Prins Alexander op 12 september 1950. Het regiment dat de tradities van het voormalige 3RH, maar ook die van het 1e en 2e Regiment Huzaren-Motorrijder, voortzet tot de dag van vandaag.