Cavalerie: Artikelen VOC 2.

juni 2020
Bron: VOC nr 2-2020

Het 2e Regiment Huzaren tijdens de meidagen 1940

 

Schrijver bij beheerder bekend.

Mobilisatie

Tijdens de mobilisatie in 1939 werd het 2e Regiment Huzaren (2 RH), op dat moment nog deel van II RH, ingedeeld bij het IIIe Legerkorps. Dit legerkorps had tot taak de verdediging in Noord-Brabant te voeren. De opkomstplaats voor de mobilisatie was meestal in of in de onmiddellijke nabijheid van de standplaats van het regiment. Voor 2RH was dat Breda, bij boerderijen ten noordoosten daarvan en in de omgeving van Heusdenhout en Heiningen Hoef. Paarden en materieel werden uit de kazerne daarheen gebracht. Eerst werden op 29 augustus 1939 de reserveofficieren en dienstplichtig wachtmeesters opgeroepen en de dag erna de korporaals en huzaren. De nog niet geheel opgeleide rekruten vertrokken naar het in Den Haag opgerichte Cavalerie Depot. Daar zullen ze, zoals we later zien, als een der eersten worden geconfronteerd met het oorlogsgeweld. Op 1 september 1939 vertrok 3-II RH (vanaf 1 mei 1940 1-2 RH) per trein uit Breda naar Best en marcheerde van daar naar Bakel Milheeze. In de daaropvolgende maanden werd voornamelijk gewerkt aan loopgraven voor de Peelstelling. Ook de andere eskadrons gingen op vergelijkbare wijze naar de hun toegewezen legeringslocaties.

Dat er niets nieuws onder de zon is blijkt uit het verslag van ritmeester Mackay (1-2RH) die beschrijft dat tijdens de tyfusvaccinatie in de wintermaanden er 15-20% weigeraars waren, veelal werden religieuze gronden aangegeven als reden. Ook zijn eskadron kende de nodige weigeraars die hij uiteindelijk wist te overreden en er uiteindelijk niet meer dan 5 man niet ingeënt waren.

Een patronenwagen van 2RH gaat op de trein.

 

De reorganisatie in 1940

Na de mobilisatie in september 1939 was het Nederlandse leger voortdurend op zoek naar verbeteringen in haar organisatie. Op 1 mei 1940 werd de reeds lang geplande reorganisatie van de cavalerie doorgevoerd. Deze datum bleek, zoals de geschiedenis heeft geleerd, zeer ongelukkig te zijn gekozen. In de nog geen twee weken tot het uitbreken van de vijandelijkheden waren de wijzigingen volop in uitvoering en belandden eenheden op soms heel andere locaties dan waar ze sinds september 1939 waren gelegerd. Het voordeel van grondige terreinkennis die de verdediger veelal heeft, ging in die gevallen verloren. I en II RH werden gereorganiseerd tot 1 RH t/m 4 RH.

Waaruit bestond nu een huzarenregiment na de reorganisatie van 1 mei 1940?

Samenstelling 1 RH t/m 4 RH na de reorganisatie:
– Staf- en Verbindingsafdeling
– 2 eskadrons huzaren (bereden)
– 4 eskadrons wielrijders
– eskadron Zware Mitrailleurs (motoren)
– eskadron Pantserafweer (gemotoriseerd)
– sectie Mortieren 8 cm (motoren)
– eskadron Pantserwagens

In de praktijk waren er onvoldoende middelen, met name pantserwagens en motoren. Hierdoor was het niet mogelijk elk regiment optimaal uit te rusten. Zo waren er slechts twee parate eskadrons pantserwagens. Ook gebruikten sommige eskadrons zware mitrailleurs nog draagpaarden in plaats van motoren. Commandant van 2 RH was luitenant-kolonel C.L. Hollertt.

Sommige eskadrons zware mitrailleurs gebruikten nog draagpaarden in plaats van motoren.

 

2 RH tijdens de meidagen

In het navolgend verslag worden diverse onderdelen van het regiment van dag tot dag gevolgd. Wat opvalt is hoe versnipperd het regiment gedurende de oorlogsdagen is ingezet. Veel opdrachten betroffen zelfs een enkel peloton. Een groot deel van de gebruikte verslagen zijn heel zakelijk, sommige echter meer gedetailleerd en persoonlijk en bieden een inkijkje hoe het eraan toeging. Duidelijk wordt dat het heel chaotische dagen waren. Waar veel uitdrukkingen voor ons nog steeds herkenbaar zijn (‘voorste ruiters’ – ook al zijn ze op de fiets, enz.) en ook de wijze van optreden niet onbekend voorkomt, zijn er ook opvallende zaken. Met name bij de wijze van optreden als het gaat over verkenning en dat de verbindingen uiterst beroerd waren. Naast ordonnansen die, als ze al aankwamen, ook niet altijd geloofd werden, komt uit de verslagen naar voren dat men veel gebruik maakte van het civiele telefoonnet.

Dienstplichtig huzaar Van der Drift (3-2RH) verklaart in 1947 tegenover de Commissie Militaire Onderscheidingen over een door zijn peloton uitgevoerde verkenningspatrouille het volgende: ‘Ik ben als ordonnans van de kornet naar Keizersveer gereden om aan de commandant aldaar mede te delen dat Oosterhout bezet was. Deze commandant – ik meen een grootmajoor – geloofde mij niet. Ook toen later de kornet verscheen geloofde hij ook die niet’. Tijdens de verkenning werd vanuit woningen van burgers naar de commandopost (CP) gebeld om verslag uit te brengen en zo werd er ook teruggebeld vanuit de CP met nieuwe opdrachten. Het handgeschreven verslag van kornet Van Lynden beschrijft zo een verbindingsmoment tijdens de later in dit artikel beschreven ‘parachutistenjacht’: ‘De weinige boerderijen die wij passeerden doorzochten wij en in de laatste gekomen nam ik telefonisch verband op met de kapitein in Werkendam. Juist had ik de telefoon opgehangen of ik werd opgebeld door den kapitein, dat in de boerderij tegenover mij, dus aan de meer oostelijke weg, de parachutisten gesignaleerd waren …’ Het hoeft geen betoog dat deze wijze van verbinding onderhouden, zeker bij beweeglijk optreden als het uitvoeren van een verkenning, zware beperkingen oplegde aan de situational awareness van zowel de commandant als de pelotons in het veld.

Middagappèl 4-2RH te Bakel.

 

Vrijdag 10 mei 1940

De oorlog begon voor de cavalerie met een zwarte bladzijde toen in de vroege ochtend van 10 mei de Alexanderkazerne in Den Haag werd gebombardeerd. Bij dit bombardement sneuvelden 66 huzaren en korporaals en kwamen tientallen paarden om. Van de gesneuvelden behoorden 23 man tot 2 RH.

Op 10 mei 1940 waren van 2 RH te Rosmalen gelegerd: de Staf- en Verbindingsafdeling, en het 1e en 2e eskadron (beiden bereden), het PAG-eskadron, het Mitrailleur Eskadron en de sectie mortieren van 8. Het 3e, 4e en 5e eskadron lagen met afzonderlijke opdrachten te St. Anthonis, Beers en Boxmeer. Te Oploo, tussen de Peel-Raamstelling en de Maaslinie, bevond zich het 6e eskadron van ritmeester Van Dam. Zij waren ingedeeld bij de Peeldivisie met als opdracht het stellen van vernielingen. Al om 03.00 uur krijgen zij bevel deze taak uit te voeren en vervolgens terug te trekken waarna zij weer ter beschikking zijn van C-2 RH.

Op 10 mei 1940 om 04.40 uur werd van C-III Legerkorps de opdracht ontvangen om met de beschikbare onderdelen van 2 RH de zuidelijke en oostelijke uitgangen van Den Bosch af te sluiten. Het plan van C-2RH was om initieel de zuid- en oost uitgangen van Den Bosch af te sluiten met de twee bereden eskadrons, versterkt met delen van het PAG-eskadron, het Mitrailleureskadron en de Sectie Mortieren. Zodra de eskadrons wielrijders zouden aankomen, zouden deze de posities van de bereden eskadrons overnemen. Rond 07.30 uur waren de bereden eskadrons met hun versterkingen op locatie aangekomen. Een half uur later arriveerde 1-5 Bataljon PAG. Deze eenheid werd gebruikt om de ingenomen posities te versterken. Rond het middaguur kwamen ook de wielrijders aan, waarna de bereden eskadrons werden teruggenomen op Zaltbommel.

Halverwege de middag kreeg C-2RH bevel om de zuidelijke toegangswegen tot Zaltbommel af te sluiten, waartoe het 3e en 6e eskadron werden ingezet versterkt met PAG en zware mitrailleurs. Die eerste oorlogsdag raakte het regiment niet in rechtstreekse gevechtshandelingen betrokken. Wel werd de regimentstrein van 2 RH tijdens de verplaatsing naar Zaltbommel door vijandelijke vliegtuigen ter hoogte van Hedel aangevallen, waarbij 1 dode en meerdere gewonden vielen. Zeven voertuigen werden zo beschadigd dat ze verder niet meer inzetbaar waren. Bij het 1e eskadron vielen drie gewonden te betreuren, korporaal Glorius en de huzaren Van Wijnbergen en Van den Berg raakten bij Bruchem gewond. Die avond kreeg het regiment een nieuwe opdracht, namelijk om de bruggen bij Heusden en Keizersveer te bezetten en te voorkomen dat deze onbeschadigd in handen van de vijand zouden vallen. Hiervoor werden het 3e en 6e eskadron aangewezen. Het 6e Eskadron vertrok en marcheerde conform het ontvangen bevel de hele nacht door en bereikte rond 03.00 uur Keizersveer. Om middernacht kwam de opdracht om met de overige eenheden van het regiment af te marcheren naar Buurmalsen om na aankomst aldaar in reserve te gaan.

Het 4e Eskadron bevond zich die dag te Beers met als opdracht op order verhakkingen en andere versperringen te stellen. De eskadronscommandant (EC), ritmeester Van Everdingen, zond in de nacht van 9 op 10 mei een patrouille uit aan de oostzijde van de Maas met als opdracht grensoverschrijdingen te melden. Van deze patrouille werden ter hoogte van grenspaal 590 twee huzaren gevangengenomen door de Duitse voorhoede. De gealarmeerde EC liet de versperringen stellen en viel vervolgens terug via Kamerberg om later die dag een bruggenhoofd in te richten te Wamel. Dit laatste op bevel van C-VIe Div die aan het 4e eskadron 18 en 6 M.C. en I-VI Bat PAG toevoegde om de vuurkracht en antitankcapaciteit van het bruggenhoofd te vergroten. De opdracht was: ‘Blijf aldaar tot de achterhoede van Brigade B is gepasseerd’.

Bereden eskadron op mars.

 

Zaterdag 11 mei 1940

In de ochtend komt de opdracht om de bewaking van de bruggen bij Zaltbommel te versterken waardoor het springen van deze bruggen veiliggesteld werd. Het 5e eskadron versterkt met mitrailleurs voert deze opdracht uit en keert nadat de bruggen gesprongen zijn, weer terug naar Buurmalsen. Het 3e eskadron voert patrouilles uit in de Biesbosch, bij Raamsdonk, Oosterhout en Geertruidenberg. In de omgeving van Wilhelminahoeve worden 14 man uit een neergestort Duits vliegtuig krijgsgevangen gemaakt. Kornet F.W.B. Van Lynden (PC 3e peloton) heeft hierover een levendig verslag geschreven waarbij hij tot in detail de ‘parachutistenjacht’ in de Biesbosch beschrijft. Nadat zijn peloton zich gemeld heeft in Sleewijk bij de ‘aldaar zetelende kapitein’ krijgt hij niet de beloofde bijzonderheden anders dat dat er Duitsers in de Biesbosch zitten. Wel krijgt hij te horen dat er die ochtend al meer eenheden w.o. 3 secties infanterie en een sectie wielrijders op jacht waren gestuurd. Het zou gaan om de bemanning van een groot vliegtuig. Een boer had gemeld dat hij zeker 20 Duitsers had zien lopen. Hun eerste taak is een auto met materiaal te begeleiden bestemd voor de kornet die bij Kop van ’t Land een positie bezet houdt. Vervolgens moeten ze de diverse wegen in de Biesbosch gaan verkennen op zoek naar de Duitsers. De eerste wegen leveren niets op. Tot slot komen ze bij een plek waar ze militairen tegen een wal in positie zien liggen. Het blijken de infanteristen te zijn die de zich achter de wal bevindende Duitsers omsingelen. De Duitsers geven zich over, waarna de kapitein van de infanterie de krijgsgevangenen overdraagt aan kornet Van Lynden. Hij laat de Duitsers bewaken en begint hen te ondervragen. Uit zijn aantekeningen blijkt dat het om een groep van 4 bemanningsleden van een Junkers Ju 52/3m en 11 van de 14 Fallschirmjäger die ze vervoerden. Na heel erg lang gewacht te hebben op de vrachtwagen die de gevangenen zou ophalen, besluit Van Lynden met zijn peloton en de gevangen te gaan lopen. Onderweg komen ze toch de vrachtwagen tegen en dragen de gevangenen over. Het 3e peloton meldt zich die avond in Werkendam en later in Sleewijk.

Schets van de verkenning van kornet Van Lynden op 11 mei 1940.

 

Het 4e eskadron verbleef in het bruggenhoofd te Wamel en nam in de loop van de dag een Duitse Oberleutnant gevangen die was afgeschoten en zich per parachute had gered. Na het passeren van de laatste eenheden van Brigade B hief C-4-2RH omstreeks 16.00 uur het bruggenhoofd op, stootte de mitrailleur compagnieën af en marcheerde met het eskadron en 1-VI Bat PAG naar Zoelen om deel uit te maken van divisiereserve. Daar namen ze de beveiliging van de divisie CP op zich.
Op zaterdagmorgen 11 mei om 06.00 uur bezette het 6e Eskadron de stellingen ten noorden en zuiden van de brug bij Keizersveer, waarna men begon deze opstelling te verbeteren. Bij Raamsdonk vond een vuurgevecht met een Duitse gemotoriseerde eenheid plaats, waarbij huzaar A. van Bergen sneuvelde.

Zondag 12 mei 1940

Op Tweede Pinksterdag om 11.00 uur werd het 5e eskadron belast met de taak om te proberen contact te maken met de Franse troepen die in de omgeving van Den Bosch zouden moeten zijn. De beoogde route was om via Gorinchem en Keizersveer op te rukken naar Brabant. Samen met een sectie mitrailleurs en een sectie PAG verplaatsten ze in zeven vrachtauto’s van III Auto Bataljon. Onderweg werden ze door vliegtuigen aangevallen. Ze kwamen er zonder schade doorheen en slaagden er zelfs in een vliegtuig neer te halen. Rond 15.15 uur bereikten ze Gorinchem. Daar kregen ze te horen dat Den Bosch al in Duitse handen is, evenals Oosterhout. Op basis van deze informatie besloot de EC door te gaan naar Hank. In Gorinchem ging het allemaal moeizaam en het eskadron kreeg geen toestemming om van het militaire veer gebruik te maken. Pas om 20.00 uur waren ze met een paar keer heen en weer varen met de civiele pont aan de overkant en reden via Dussen naar Hank waar ze rond 23.00 uur arriveerden. Het plan was om van daaruit in de vroege ochtend een verkenning richting Raamsdonkveer en Geertruidenberg uit te voeren. Luitenant Bischoff van Heemskerk maakte contact met de commandant van het bruggenhoofd in Keizersveer, kapitein Zoutewelle. Deze informeerde hem dat de versperringen die ten zuiden van Keizersveer geplaatst waren het onmogelijk maakten om met voertuigen die route te volgen. De EC besloot daarop een noodbrug over een vijf meter brede vliet te bouwen en zo toch gemotoriseerd en met alle middelen zijn verkenning door te zetten. Gezien het feit dat het inmiddels aardedonker was en de huzaren al de hele dag in touw waren geweest gaf de EC opdracht te rusten tot de volgende ochtend.

Intussen kreeg de C-2RH, overste Hollertt, op 12 mei om 21.30 uur opdracht om naar Waardenburg te marcheren en vandaar uit een tegenstoot richting Hellouw uit te voeren, waar vijandelijke troepen in rubberboten en rijnaken de Waal waren overgestoken. Ook vond die dag bij het 1e en 2e eskadron een ingrijpende verandering plaats. Inderhaast waren fietsen gevorderd en verstrekt, waarna de paarden van het regiment onder leiding van de regimentspaardenarts naar Vianen werden gebracht.

Huzaren motorrijder met mitrailleur tegen luchtdoelen.

 

Maandag 13 mei 1940

In de vroege ochtend stond het regiment gereed voor uitvoering van de tegenstoot in de richting van Hellouw. Een snel uitgevoerde verkenning leerde echter dat Hellouw vast in eigen handen is. Het regiment keerde terug naar Buurmalsen. In de middag kreeg het regiment opdracht om de spoordijk Culemborg-Trigt te bezetten en zo de terugtocht van Brigade A mogelijk te maken.

Het 5e Eskadron had de nacht doorgebracht te velde in de omgeving van Hank en was om 04.00 uur al bezig om de noodbrug over de vliet te construeren. Dit deden ze met behulp van bij een fabriek gevonden rails. Zodra de brug klaar was zetten ze hun verkenning voort, waarbij ze dwars door het terrein trokken. Op ongeveer 200 meter van Geertruidenberg stuitten ze op een gemotoriseerde Duitse colonne. Hierop werd direct vuur uitgebracht, waarop de ongeveer tien Duitse pantserwagens dekking zochten achter de huizen. In het daaropvolgende vuurgevecht zag de PAG-bemanning kans vier vijandelijke mitrailleuropstellingen uit te schakelen. Door de toenemende vijandelijke sterkte en het open terrein besloot de EC terug te trekken. Deze actie werd zonder verliezen uitgevoerd. Het eskadron viel terug op Culemborg waar ook de rest van het regiment was verzameld. Wat zij niet wisten was dat ze in gevecht waren geweest met eenheden van de ‘SS-Leibstandarte Adolf Hitler’, die onder leiding van SS-Obergruppenführer Sepp Dietrich in opmars waren naar het westen.

Tijdens hun terugtocht passeerde het 5e Eskadron om 14.30 uur de stellingen van het 6e Eskadron dat zich noord en zuid van de brug bij Keizersveer ter verdediging had ingericht. Aan een verzoek van C-6-2 RH aan C 5-2 RH om zijn 2 PAGs en de zware mitrailleurs achter te laten werd niet voldaan. Het 6e eskadron ontplooide volledig in de voorste lijn zuid van de brug. Rond 15.00 uur drongen de eerste Duitse eenheden op en om 15.30 uur werd de aanval echt ingezet. De vijand probeerde op diverse plaatsen de linie te doorbreken. Een aanval met pantserwagens vanuit Geertruidenberg werd door de PAG afgewezen. Na een twee uur durend gevecht waarin de tegenstander geen vooruitgang boekte, begon tegen 18.00 uur een mortierbeschieting, later gevolgd door artilleriebeschietingen. Deze laatste zorgden voor het uitschakelen van de zware mitrailleurs in de bosrand en de PAG opstelling, waarop besloten werd om terug te vallen op de noordelijk gelegen stellingen. Direct nadat de laatste huzaren de brug bij Keizersveer waren overgestoken werd deze opgeblazen. Net als het 5e viel ook het 6e Eskadron terug, echter eerst op Sleeuwijk waar de nacht werd doorgebracht.

De stelling van het 6e eskadron zuid van de brug bij Keizersveer.

 

Dinsdag 14 mei 1940

Om 04.30 uur meldde de EC van het 1e eskadron dat in zijn vak de laatste eenheden van Brigade A waren gepasseerd. C-2 RH begaf zich nu naar voren om zich persoonlijk ervan te overtuigen dat ook in het zuidelijke vak de onderdelen van Brigade A waren gepasseerd. Toen bleek dat er geen eenheden meer onderweg waren gaf hij opdracht het regiment te verzamelen en af te marcheren naar Hoornaar. Daar kwam in de avond het bericht binnen van C-III Legerkorps, de strijd te staken.

Vroeg in de ochtend van 14 mei was het 6e eskadron op pad met de bedoeling via Gorinchem weer bij 2 RH aan te sluiten. Via het veer bij Gorinchem werden ze overgezet naar Schelluinen waar het eskadron haar laatste opdracht kreeg: het beschermen van het stafkwartier van het IIIe Legerkorps.

Op 20 mei 1940 schreef luitenant-kolonel Hollertt over die laatste oorlogsdag: ‘Daarop (d.i. na het passeren van Brigade A) werd 2 RH verzameld en afgemarcheerd naar Hoornaar. C.-2 R.H. meldde zich daarop bij C.-III L.K. in Weverwijk en kreeg opdracht zich beschikbaar te stellen aan C. Lt.Div., doch moest van dezen vernemen, dat hij niet over 2 R.H. wenschte te beschikken en ging 2 R.H. over tot legering in Hoornaar, waar het thans nog verblijft’. Een aantal eskadrons verbleef daadwerkelijk te Laageind, Meerkerk en Lexmond.

Naschrift

Uit verschillende verklaringen blijkt dat na de capitulatie het personeel van 2 RH is ingezet om achtergelaten materieel van het regiment te bergen. Vanuit Hoornaar en de andere locaties trokken de huzaren er op uit naar de verschillende plaatsen waar met name voertuigen waren achtergebleven. Dan volgde in juni de verklaring van Hitler dat de Nederlandse krijgsgevangen naar huis mochten en hield het regiment de facto op te bestaan, want op 15 juli 1940 werd het regiment op last van de bezetter ontbonden. De standaard is nooit in handen van de vijand gevallen. Deze is bewaard ten huize van de regimentscommandant, luitenant-kolonel Hollertt. Tijdens zijn krijgsgevangenschap was de standaard in goede handen bij zijn echtgenote in Breda.

Luitenant-kolonel Hollertt draagt de standaard van 2RH. Waarschijnlijk is dit het appèl van 1 mei 1940 voor de reorganisatie tot 2RH.

 

Van 15 mei 1942 tot aan de bevrijding door de Russen op 28 april 1945 heeft overste Hollertt in drie verschillende kampen gezeten, het laatst in Oflag (Offizierslager) 67 Neubrandenburg. Begin 1941 lagen nog acht regimentsleden zwaargewond in ziekenhuizen, terwijl zes man blijvend invalide waren. Andere leden van het regiment kwamen tijdens de bezetting om als verzetsstrijder, in concentratiekampen, bij vluchtpogingen of als oorlogsvlieger. Op 15 april 1946 werd het regiment officieel opgeheven waarbij de tradities werden voortgezet door het Regiment Huzaren van Boreel. Pas op 9 december 1978 zou bij Koninklijk Besluit het regiment opnieuw worden geformeerd onder de naam ‘Regiment Huzaren Prins van Oranje’.