Cavalerie: Artikelen VOC 1.

juni 2020

Bron: VOC nr 2-2020

Het 1e Regiment Huzaren tijdens de meidagen 1940

 

Schrijver bij beheerder bekend.

Nadat in 1918 het Nederlandse leger was gedemobiliseerd, maakte zich van het Nederlandse volk een zekere oorlogsmoeheid meester. Vele Nederlanders waren antimilitaristisch en gaven daaraan uiting door het dragen van een gebroken geweertje op hun revers. Bij de politiek was het niet anders. Daar gold voor de krijgsmacht nog maar één woord: bezuinigen. Voor de Koninklijke Landmacht (KL) hield dit in dat zij moest worden teruggebracht tot een opleidingsleger, waaruit in geval van oorlogsgevaar weer oorlogsonderdelen konden worden gevormd. Daarnaast moest de diensttijd voor dienstplichtigen drastisch worden beperkt en zou er geen geld meer besteed worden aan de aanschaf van nieuw materieel.

Bezuinigingen

Als gevolg van de extreme bezuinigingen werd op 21 maart 1922 het Wapen der Cavalerie praktisch gehalveerd. De toenmalige vier Regimenten Huzaren (RH) werden herdoopt in Halfregimenten Huzaren. In geval van oorlogsdreiging zouden deze samengevoegd worden tot twee regimenten, met de volgende samenstelling:

1 Regiment Huzaren (1RH):
– 1e Halfregiment Huzaren te Amersfoort, bestaande uit het 1e, 2e en 5e (Reserve) Eskadron
– 4e Halfregiment Huzaren te Deventer, bestaande uit het 3e en 4e Eskadron

2 Regiment Huzaren (2RH):
– 2e Halfregiment Huzaren te Breda, bestaande uit het 3e en 4e Eskadron
– 3e Halfregiment Huzaren te ‘s-Gravenhage, bestaande uit het 1e, 2e en 5e (Reserve) Eskadron

Rond 1930 werd de politieke situatie in Europa steeds dreigender, waardoor er toch weer meer financiën voor de krijgsmacht beschikbaar werden gesteld. Na 1935 werd getracht de tekorten op allerlei gebied, als gevolg van 13 jaar bezuinigingen, weg te werken. De algehele inspanning was er nu op gericht om het eventueel te mobiliseren Veldleger zo sterk en modern mogelijk te maken. Op 2 januari 1939 werden de oude regimenten weer in ere hersteld, het begrip Halfregiment kwam te vervallen. Op 28 augustus 1939 mobiliseerde het Nederlandse leger.

1 Regiment Huzaren

Op 1 mei 1940 werd 1RH onder leiding van luitenant-kolonel D.A. Camerling-Hermolt gereorganiseerd. Het hield 2 bereden eskadrons (1 en 2) en raakte 3 en 4 kwijt maar kreeg daarvoor 7, 8, 15 en 16 Eskadron Wielrijders terug die respectievelijk 3, 4, 5 en 6 Eskadron 1e Regiment gingen heten: 3-1RH, 4-1RH, 5-1RH en 6-1RH. Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 was 1RH versterkt met 1-3RH (bereden), het 2e Eskadron Pantserwagens (minus het 3e en 4e peloton) en een peloton Pantserwagens met de verouderd types Morris en Panter, afkomstig van de artillerie.

De opdracht van het 1RH

1RH met onder bevel 5RH kreeg de opdracht om de vijandelijke opmars op de Veluwe te vertragen in het vak van het IVe Legerkorps. Deze vertraging moest worden uitgevoerd met vooruitgeschoven onderdelen aan de noordzijde van het Apeldoorns – Dierens Kanaal en het vernietigen van de bruggen over dit gedeelte van het kanaal. Het zuidelijk gedeelte van het kanaal werd toegewezen aan 4RH. Met het gros van het versterkte regiment moest de vertraging worden uitgevoerd in de lijn Harderwijk – Ermelo – Garderen – Harskamp door het stellen van voorbereide hindernissen en vernielingen. Aansluitend aan de vertraging met zoveel mogelijk troepen optreden als reserve binnen de stelling van het IVe Legerkorps in het gebied Soesterberg – Huis ter Heide. Voor de wielrijders was de terugtochtsas Voorthuizen – Hoevelaken – Amersfoort. De Dumoulin kazerne was het eerste verzamelgebied. De bereden eenheden vielen terug op Soesterberg – Huis ter Heide.

Het plan van de commandant 1RH was om de vertraging uit te voeren in vier vertragingslijnen:
– lijn A: Apeldoorns Kanaal
– lijn B: Ermelo – Speulde – Garderen – Kootwijkerbroek
– lijn C: Putten – Voorthuizen – Barneveld
– lijn D: IJsselmeer – Nijkerk – Terschuur – Hoevelaken
Daarbij treedt 1RH zuid op en 5RH noord.

Het Nederlandse Pantserafweergeschut 47 mm

 

De uitvoering van 10 t/m 14 mei

10 mei 1940

Om 05.00 uur hadden alle onderdelen van het versterkte 1RH hun opstellingen ingenomen. Om 06.10 uur werd de opdracht gegeven om de 27 bruggen over het Apeldoorns – Dierens Kanaal te laten springen. De cavalerieonderdelen in de lijn A werden in het uitvoeren van deze opdracht bijgestaan door een daartoe aangewezen pionierscompagnie. Het 2e Eskadron Pantserwagens ging na het springen van de bruggen terug in of nabij de lijn B, waarbij het Eskadron Pantserwagens op zijn terugtochtweg nog enige vernielingen moest uitvoeren.

De terugtocht van het 2e Eskadron werd begonnen zonder vijandelijk contact. De Regimentscommandant wist niet of in zijn vak de vijand al of niet aanwezig was. Om 09.45 uur werd de commandant van 1RH door de commandant IVe Legerkorps ingelicht dat 4RH was teruggetrokken. In verband met deze informatie besloot commandant 1RH de lijn B los te laten en terug te gaan op de lijn C. Hiermee wilde hij een omtrekking door de vijand voorkomen. In de loop van de dag kwam een bericht binnen dat vijandelijke vliegtuigen bij Radio Kootwijk waren geland. Een peloton pantserwagens werd naar Radio Kootwijk gestuurd met de opdracht hiertegen op te treden. De melding bleek achteraf op een misverstand te berusten. Het peloton keerde bij het regiment terug zonder vijandcontact te hebben gehad.

Duitse troepen passeren het Apeldoorns – Dierens kanaal.

 

Om 18.12 uur ontving commandant 1RH bericht dat 4-RH achter de stelling van het IIe Legerkorps was teruggegaan. In verband hiermee gaf de commandant IIe Legerkorps de opdracht dat 1RH een opstelling moest innemen in de lijn D. Deze lijn had een verloop van noord naar zuid en was ongeveer 6 kilometer oost om Amersfoort getrokken. Om 23.30 uur gelastte commandant IVe Legerkorps dat alle bereden onderdelen achter de stelling terug moesten gaan en zich moesten verzamelen in de omgeving van Soesterberg. Alle bereden eskadrons kwamen onder bevel van commandant 5RH. Voor commandant 1RH betekende dit bevel een aanzienlijke aderlating van zijn sterkte, immers: niet alleen 1-1RH, 2-1RH en 1-3RH moesten terug, maar ook geheel 5RH. Voor het bezetten van de lijn D had 1-RH nu nog slechts de beschikking over drie eskadrons Wielrijders, het Eskadron Zware Mitrailleurs, het Eskadron Pantserafweergeschut, een Sectie Mortieren, het 2e Eskadron Pantserwagens (minus twee pelotons) en het Peloton verouderde Pantserwagens.

11 mei 1940

In de vroege ochtenduren was de opstelling in de lijn D:
– 5-1RH versterkt met een Sectie zware mitrailleurs, de Sectie mortieren en twee stukken pantserafweergeschut te Klaarwater, 2 kilometer ten oosten van Hoevelaken
– 3-1RH versterkt met een peloton Pantserwagens en een sectie Zware Mitrailleurs ten zuidwesten van Nijkerkerveen
– 4-1RH versterkt met een peloton Pantserwagens en een sectie Zware Mitrailleurs ten zuidwesten van Nijkerk aan de grote weg
De commandopost van commandant 1RH was te ‘Vinkenhof’ (kruispunt Hoevelaken).

In de loop van de morgen werden door het 2e Eskadron Pantserwagens verkenningen verricht naar de IJssel en voorbij Apeldoorn. Hierbij werd niet op de vijand gestoten. Alle bruggen over de IJssel waren op tijd gesprongen. De Duitsers waren genoodzaakt bij Westervoort een brug te slaan en hiermee was klaarblijkelijk hun brugslagpotentieel uitgeput. Waarschijnlijk zullen de troepen bestemd voor de aanval op de Grebbeberg voorrang op de pontonbrug bij Westervoort hebben gehad.

In de middag kwam een bevel binnen waarbij het 2e Eskadron Pantserwagens (minus drie pelotons) en het Peloton verouderde Pantserwagens werd opgedragen zich naar Den Haag te verplaatsen. Hierdoor bleef nog slechts één peloton Pantserwagens ter beschikking van commandant 1RH. Het resterende peloton Pantserwagens voerde in het begin van de middag een verkenning op de Veluwe uit in de richting Apeldoorn, waar op dit moment reeds Duitse troepen aanwezig waren. Omstreeks 17.00 uur kwamen de laatste IJsseltroepen door de lijn D. Korte tijd later werden er in het voorterrein vijandelijke pantserwagens waargenomen.

Ontplooiing 4RH, 1 RH en 5RH

 

Om ongeveer 18.00 uur viel een peloton van 3-1RH bij de Mheen, 2,5 kilometer noordwest van Barneveld in een hinderlaag, waarbij een korporaal en vijf huzaren sneuvelden. Het tegen deze vijand ingezette peloton Pantserwagens ontmoette 1,5 kilometer van Voorthuizen zware weerstand. Eveneens om 18.00 uur werd 5-1RH bij de brug over de beek te Klaarwater aangevallen door vijandelijke pantservoertuigen, welke werden gesteund door infanterie op auto’s en motorrijders. Ongelukkigerwijze hadden de stukken pantserafweergeschut net opdracht gekregen een andere opstelling in te nemen, waardoor het eskadron nu zonder pantserafweermiddelen tegenover de vijand stond. Door gebrek aan springmiddelen kon de brug niet meer worden opgeblazen. De op de weg staande versperring van karren en dergelijke werd eenvoudig door de vijandelijke pantservoertuigen van de weg afgedrukt. 5-1RH trok onder vuur terug en kwam binnen de voorposten. De vijand zette geen achtervolging in. De Sectie Mortieren opende met zijn beide mortieren het vuur op de vijandelijke pantservoertuigen en boekte voltreffers. De vijand maakte halt en trok zich terug. Van dit treffen vlak voor de stelling ontving commandant 1RH enige tijd later bericht. Na dit bericht gaf commandant 1RH de opdracht aan 3-1RH en 4-1RH om bij overmacht terug te vallen, maar Hooglanderveen in geen geval los te laten. Gezien het feit dat de vijand dichtbij was werden er ‘asperges’ (versperringen) in de verschillende toegangswegen geplaatst, behalve in de weg over Hooglanderveen. Over deze weg kwamen 3-1RH en 4-1RH in de loop van de avond binnen de stelling, waarbij zij ongelukkigerwijze onder het vuur van de voorposten kwamen te liggen, die in de veronderstelling verkeerden dat de vijand naderde.

De commandant IVe Legerkorps kon zich echter niet met het teruggaan van de eskadrons verenigen en gaf opdracht dat deze opnieuw voor de stelling moesten optreden. De drie eskadrons werden verzameld in de omgeving van de commandopost, gelegen aan de oostelijke uitgang van Amersfoort nabij het kruispunt Hoevelaken. De nieuwe opdrachten luidden:
– 3-1RH versterkt met een sectie zware mitrailleurs: opstelling 3 kilometer zuidwest van Nijkerk. Opdracht: het uitvoeren van verkenningen in de richting van Nijkerk en oost daarvan
– 4-1RH versterkt met een sectie zware mitrailleurs: opstelling aan de weg en spoorweg naar Apeldoorn, 1 kilometer zuidoost van kruispunt Hoevelaken. Opdracht: het uitvoeren van verkenningen in de richting van Achterveld en 4 kilometer zuidoost daarvan
– 5-1RH versterkt met een sectie zware mitrailleurs: opstelling 1,5 kilometer ten oosten van het kruispunt Hoevelaken. Opdracht: het uitvoeren van verkenningen in de richting Terschuur en 4 à 5 kilometer oost daarvan

Aangezien de asperges gesloten waren, konden de stukken pantserafweergeschut niet worden meegenomen. De zware mitrailleurs, de mortieren en de daarbij behorende munitie werden in draaglasten te voet meegenomen. Bij het doorschrijden van de aspergeversperring gaf de infanterie, die blijkbaar niet op de hoogte was gebracht van de verplaatsing, stormvuur af. Dit vuur, dat ongeveer een half uur duurde, noodzaakte het eskadron in dekking te gaan en was daarna moeilijk te verzamelen. Helaas waren door deze eigen beschieting ook enige huzaren gewond geraakt.

Een getrokken kanon 6 Veld (57 mm) wordt aangehaakt. Bij elk regiment infanterie was een batterij van vier stukken ingedeeld. In 1940 bezat het Veldleger 224 van deze kanonnen.

 

12 mei 1940

Door de beschieting en de daardoor ontstane verwarring was veel tijd verloren gegaan, waardoor de drie eskadrons pas om 05.30 uur de hun aangewezen opstellingen hadden bereikt. Net ter plaatse aangekomen nam 4-1RH onmiddellijk vijf vijandelijke pantserwagens onder vuur. Na een hevig vuurgevecht trok de vijand terug op Terschuur.

Om 10.00 uur gingen de drie eskadrons met een enigszins gewijzigde opdracht voorwaarts:
– 4-1RH naar Achterveld met opdracht te verkennen in de richting Barneveld
– 5-1RH naar Terschuur met opdracht te verkennen naar Voorthuizen
– 3-1RH naar de noordoostrand van Nijkerk met opdracht te verkennen in de richting van Putten en Ermelo

4-1RH ging halverwege Hoevelaken – Terschuur van de spoorweg en de grote weg naar Apeldoorn af naar het zuiden en volgde de weg die loopt van Terschuur naar het 4 kilometer zuidwaarts gelegen Achterveld. Aangezien de brug in deze weg over de Barneveldse Beek was opgeblazen, werd deze beek doorwaad. Hierna ontving het eskadron vijandelijk vuur. Met de eskadronscommandant aan het hoofd ging het eskadron onmiddellijk tot de aanval over en wist de vijand op Achterveld en in oostelijke richting naar Barneveld terug te werpen. Bij deze aanval werden enige krijgsgevangenen gemaakt. De vijand waarmee het eskadron in gevecht was geraakt bestond uit een bataljon infanterie, een antitank compagnie, een genie compagnie en een batterij artillerie. De krachtsverhouding viel van meet af aan ongunstig uit ten opzichte van het eskadron. Toen het eskadron bij de kerk van het dorp was gekomen, werd het uit twee richtingen hevig aangevallen. De eskadronscommandant werd hierbij dodelijk getroffen. Even later werd een pelotonscommandant door een granaatscherf dodelijk aan het hoofd getroffen.

Op de westvleugel was een ander peloton vastgelopen tegen zwaar vijandelijk vuur. Daarbij werd de pelotonscommandant dodelijk door een kogel getroffen, juist toen hem het bericht door een ordonnans werd gebracht dat de eskadronscommandant was gesneuveld. Drie van de pelotons waren in een hevig gevecht gewikkeld en het vierde peloton dat in tweede lijn lag, kreeg vuur van achteren. De pelotonscommandant werd zwaargewond en is enige tijd daarna aan deze verwondingen overleden.

Van het eskadron waren op dit moment de eskadronscommandant, drie pelotonscommandanten, twee wachtmeesters, een korporaal en vijf huzaren gesneuveld en waren er velen gewond. Het eskadron was nu geheel omsingeld en de vijand drong van alle zijden op. De overgebleven pelotonscommandant, een wachtmeester die nu het commando had overgenomen, trachtte de restanten van het eskadron te verzamelen om zich aan de greep van de vijand te onttrekken. Deze poging mislukte. Velen hebben nog een tijd moedig gestreden maar tenslotte moest het eskadron de ongelijke strijd opgeven. Zestig man werden gevangengenomen, de overige hebben na enige dagen te hebben rondgezworven, de eigen linies weer kunnen bereiken.

Huzaren Wielrijder bij een waterhindernis

 

13 mei 1940

5-1RH rukte omstreeks 10.00 uur op naar het oosten tot Terschuur en tot aan de grote weg naar Apeldoorn, alwaar een peloton met zware mitrailleurs werd achtergelaten. Een peloton volgde de grote weg naar Voorthuizen, dat 6,5 kilometer verder naar het oosten lag. Het eskadron (minus twee pelotons) maakte onder aanvoering van de eskadronscommandant een omtrekkende beweging om de noord met de bedoeling de vijand in Voorthuizen in de rug aan te vallen. In Voorthuizen stootten de beide pelotons op de vijand, die aanzienlijk sterker bleek te zijn dan men had verwacht. Een van de pelotons wist zich na een kort gevecht aan zware verliezen te onttrekken. Het andere peloton bracht de vijand ondanks het weigeren van één der lichte mitrailleurs bij het Hotel ‘De Vergulde Wagen’ aanzienlijke verliezen toe. Het peloton werd omsingeld waarna de pelotonscommandant, die geen enkele mogelijkheid meer had om aan een totale vernietiging van het peloton te ontkomen, zich overgaf.

Het andere peloton dat van Terschuur uit opmarcheerde in de richting van Voorthuizen raakte in gevecht met de vijand waarbij een onderofficier en dertien huzaren gevangen werden genomen. Het zwaargehavende eskadron verzamelde ten westen van Terschuur en ging daarna op last van de Regimentscommandant opnieuw terug naar Terschuur. Hier aangekomen raakte het eskadron in gevecht met een drietal vijandelijke pantserwagens die zich echter terugtrokken. Terschuur bleef in het bezit van het eskadron. Om 18.15 uur kwam het bericht van de Regimentscommandant dat het eskadron zich achter de stelling moest terugtrekken. Vermist werden op dat moment 1 officier, 6 onderofficieren, 1 korporaal en 27 huzaren. Een huzaar was gesneuveld.

3-1RH had de opdracht in de richting van Nijkerk en oost daarvan, verkenningen uit te voeren. Eerst werd een peloton op verkenning uitgezonden, dat tot ongeveer 2 kilometer noordwest van Barneveld was gekomen en dat vaststelde dat Barneveld door sterke vijandelijke eenheden was bezet. Op de terugweg ontving het peloton vijandelijk vuur ten zuidwesten van Nijkerk. Om omstreeks 16.30 uur bevond het eskadron zich in Nijkerk en werd aldaar verrast door vijandelijke pantserwagens die ongemerkt uit zuidoostelijke richting tot midden in het eskadron hadden kunnen oprukken. Er ontstond een hevig gevecht waarbij de commandopost van het eskadron drie keer door granaten werd getroffen en waardoor onder andere de aldaar aanwezige mitrailleurmunitie ontplofte. Gedurende dit gevecht raakten twee pelotons, de sectie zware mitrailleurs en de eskadronscommandant dermate in de klem dat verder verzet nutteloos bleek en men zich moest overgeven. Een deel van een noordelijker gelegen peloton heeft zich nog aan de greep van de vijand kunnen onttrekken. Bij het gevecht in Nijkerk sneuvelde een huzaar van het eskadron en een huzaar van de sectie zware mitrailleurs.

Bij de Regimentsstaf was men van de gevechten die de drie eskadrons deze dag voor de stelling hadden geleverd in eerste aanleg geheel onkundig gebleven. Eerst om 17.00 uur kwamen de gegevens omtrent het optreden van 4-1RH en 5-1RH binnen. Van 3-1RH ontbrak aanvankelijk elk bericht. Uitgezonden ordonnansen werden door de vijand verjaagd en pas laat in de avond van deze fatale 12e mei kwam ook de laatste jobstijding van 3-1RH binnen. Toen ’s avonds om 21.00 uur in de Dumoulin kazerne appèl werd gehouden, waren niet meer dan de Regimentsstaf, het eskadron Zware Mitrailleurs (minus een sectie), het eskadron Pantserafweergeschut (Pag), een peloton Pantserwagens en het gehavende 5-1RH aanwezig. 3-1RH en 4-1RH waren daarbij niet aanwezig.

Een Landsverk pantserwagen van het 2e Eskadron Pantserwagens.

 

14 mei 1940

Na de terugtocht van het IVe Legerkorps bevond het regiment zich in de omgeving van Huis ter Heide, Soesterberg en Haarzuilens, alwaar het het bericht van de capitulatie binnen kwam. De verliezen van het regiment waren relatief hoog geweest. Aan doden, overledenen aan opgelopen verwondingen waren de verliezen: 5 officieren, 4 onderofficieren, 4 korporaals, 26 huzaren en een hoefsmid. Het 2e Eskadron Pantserwagens verloor een huzaar.

6-1 R.H. Dit eskadron was tijdelijk ingedeeld bij de Brigade B in de Betuwe. Hierbij werden meerdere patrouilles voor de stelling gereden. Bij één van deze ritten reed op 11 mei een patrouille ongelukkigerwijze in een eigen mijnenveld bij Lakemond, waardoor een korporaal en drie huzaren werden gedood, de pelotonscommandant een gehoorbeschadiging opliep en een wachtmeester zwaargewond raakte. Bij deze wachtmeester is door de huisarts in Heteren met een keukenmes de arm geamputeerd.

Het einde

Op last van de bezetter is het 1e Regiment Huzaren op 15 juli 1940 te Harderwijk ontbonden.