Cavalerie

Artikelen VOC

december 2017

Bron: VOC nr 4-2017

Hardkill APS in werking.

Antitankwapens versus bescherming: de laatste ontwikkelingen

Schrijver bij beheerder bekend.

Het Ministerie van Defensie heeft kortgeleden een contract getekend met BAE Systems om het Active Protection System (APS) 'Iron Fist' te testen op het infanteriegevechtsvoertuig CV90. Indien deze testen positief zijn en Nederland de beslissing neemt om dit systeem in te voeren, dan zal het waarschijnlijk het eerste West-Europese land zijn waarvan de krijgsmacht wordt uitgerust met een hardkill APS. Hardkill APS is de laatste belangrijke ontwikkeling van de tientallen jaren oude wedloop tussen pantservoertuigbescherming en antitankwapens. Aanleiding voor de redactie van de VOC-Mededelingen om in deze editie stil te staan bij de huidige ontwikkelingen op het gebied van voertuigbescherming en antitank wapensystemen. Ritmeester Michael de Pauw Gerlings van het Bureau Plannen en Projecten van de sectie Opleidings- en Trainingszaken van het Opleidings- en Trainings Centrum Manoeuvre geeft in dit artikel een beknopt overzicht. Hij behandelt eerst de belangrijke facetten van de laatste ontwikkelingen van antitankwapens en vervolgens de ontwikkelingen op het gebied van bescherming van pantservoertuigen. Hij beperkt zich hierbij tot de meest relevante aspecten van deze onderwerpen.

Antitankraketten
De antitankraketten kunnen worden onderverdeeld in de vanaf de schouder af te vuren ongeleide antitankraketwerpers zoals de RPG-7 en de Panzerfaust en de geleide antitankraketten zoals de TOW en de Gill. Beide type wapens beschikken over een gevechtskop met een holle lading. Deze wapens hebben de afgelopen 30 jaar een aantal belangrijke technische veranderingen gekend. De belangrijkste ontwikkelingen:

Als eerste, de opkomst van de tandemlading. Tandemladingen zijn ontwikkeld om pantservoertuigen met ERA (Explosive Reactive Armor) pakketten te kunnen aangrijpen. ERA pakketten bestaan uit ťťn of meerdere lagen explosief tussen twee of meer lagen pantserstaal. Deze tegels worden op het pantser van het voertuig gemonteerd. De explosieve lading gaat af zodra de tegel wordt doorboord door een antitankprojectiel. Deze explosie moet het effect van dit projectiel op het pantser sterk verminderen. Een projectiel met een tandemlading beschikt over twee holle ladingen die achterelkaar zijn geplaatst. De eerste kop moet de weg vrij maken voor de tweede kop door de ERA tegel af te laten gaan.

Een Syrische T-72 tank met Explosive Reactive Armor pakketten.

Ten tweede krijgen de vanaf de schouder af te vuren antitankraketten steeds zwaardere ladingen waardoor hun doordringingsvermogen toeneemt. De eerste versie van de bekende RPG-7 heeft een lading van 730 g explosief en kan daarmee 500 mm pantserstaal doordringen. Een van zijn opvolgers, de RPG-29, kan 600 mm pantser, beschermd door ERA, doordringen dankzij een tandemlading van 4 kg explosief. De opvolger daarvan, de RPG-30, kan 1000 mm pantserstaal, beschermd met ERA, doorboren door gebruik te maken van 12 kg explosief.

Strijders van het Syrische Vrije Leger met RPG-29 antitankraketten.

Ten derde, aangaande geleide antitankraketten zijn we ondertussen aangekomen bij de derde generatie. Bij de eerste generatie 'stuurde' de schutter de raket op het doel. Bij de tweede generatie beschikt de schutter over een semiautomatische sturing waarbij hij zijn richtmerk alleen op het doel moet houden bij en na het afvuren. De derde generatie bestaat uit 'fire and forget' wapens. Bij sommigen daarvan, zoals de Spike, kan de raket tijdens de vlucht door de schutter worden bijgestuurd om deze bijvoorbeeld te 'locken' op een ander doel. De Spike hoort daarom volgens sommige deskundigen bij een nieuwe vierde generatie geleide antitankraketten. Daarnaast kunnen bepaalde moderne geleide antitankraketten pantservoertuigen aan de bovenzijde treffen, daar waar de bepantsering vaak het zwakst is.

Daarbij is de trefkans van de geleide antitankraketten verbeterd (gemiddeld 85%) en is hun effectieve bereik toegenomen. Bepaalde types die vaak alleen maar op voertuigen zijn gemonteerd, kunnen een bereik hebben van circa 8.000 m. Voorbeeld hiervan is de Russische AT-14 Kornet EM.

Quads van de Hezbollah uitgerust met de Russische AT-14 'Kornet' geleide antitankraket.

Naast de ontwikkelingen op het technisch gebied, zijn er ook ontwikkelingen op het gebied van het gebruik van antitankraketten. Vanaf de jaren '60 is het aantal ongeleide antitankraketwerpers enorm toegenomen op het gevechtsveld. Deze proliferatie is vooral te danken aan de ontwikkeling en de grootschalige productie van de goedkope en eenvoudige RPG-7. Vanaf de jaren 2000 is langzamerhand de proliferatie van de geleide antitankraketten begonnen in het Midden-Oosten. In 2006 viel het IsraŽlisch leger het zuiden van Libanon binnen. Haar eenheden werden toen geconfronteerd met een groot aantal goede getrainde kleine en mobiele antitankploegen van Hezbollah. Deze waren uitgerust met ongeleide antitankraketwerpers maar ook opvallend veel, vooral Russische, moderne geleide antitankraketten. Deze ploegen waren zeer effectief in het leggen van antitankhinderlagen in combinatie met vuursteun. Deze IsraŽlische eenheden hadden langdurige counter insurgency (COIN) operaties uitgevoerd in de bezette gebieden, waardoor hun training voor operaties van meer conventionele aard te wensen over liet. Deze combinatie zorgde ervoor dat IsraŽl een relatief groot aantal pantservoertuigen verloor waaronder een aantal Merkava's, terwijl deze MBT bekend staat als ťťn van de beste gepantserde tanks 1.
(1 Tijdens het conflict werden ten gevolge van antitankraketten 45 Merkava's beschadigd, 22 doorboord en 5 vernietigd.)

Een beschadigde IsraŽlische Merkava tank in Libanon 2006.

Met het oog op een eventueel toekomstig conflict met IsraŽl had het Syrische leger al een groot aantal moderne geleide antitankraketten aangekocht. Het conflict in Libanon versterkte dit beleid, waardoor bij het ontstaan van de burgeroorlog de munitiedepots goed waren voorzien van antitankwapens. Deze wapens kwamen snel in de handen van de verschillende strijdende partijen. Daarnaast ontvingen zij ook nog, en nog steeds, een groot aantal moderne geleide antitankraketten van andere landen. Veel van deze wapens zijn niet meer, zoals sommigen misschien zullen denken, afkomstig van de traditionele fabrikanten uit het westen of uit Rusland. Een steeds groter aantal landen maakt moderne en effectieve geleide antitankwapens zoals Iran, Pakistan en China. De inzet van deze wapens is zeer gangbaar geworden in dit conflict. Het gebruik in SyriŽ van geleide antitankraketten is, volgens sommige analisten, net zo normaal geworden als Improvised Explosive Devices (IED's). Zoals in Libanon worden deze het meest ingezet door kleine en mobiele ploegen. Deze worden regelmatig vergezeld door een cameraman, want de beelden van het vernietigen van een vijandelijk pantservoertuig, en vooral een tank, heeft een hoge propaganda waarde. Er zijn daarom ook een groot aantal beelden op internet te vinden waarop tanks worden uitgeschakeld. De meest opvallende daarvan zijn waarschijnlijk wel de beelden van het een tiental uitgeschakelde Turkse Leopards-2A4.

Een uitgeschakelde Turkse Leopard-2A4 in SyriŽ.

Het Syrische Pantserwapen bestond voor de burgeroorlog uit reguliere dienstplichtige tankeenheden waarvan de training naar westerse maatstaven vaak te wensen overliet. Na aanvang van het conflict werden deze reguliere eenheden voornamelijk gebruikt voor de meer statische opdrachten. De aanzienlijk beter opgeleide elite-eenheden, met nauwe banden met het regime, werden ingezet voor alle offensieve taken. De slechte training en de statische taken in combinatie met de aanwezigheid van veel (geleide) antitankraketten veroorzaakte het verlies van een groot aantal tanks door het Syrische leger. Ook de andere strijdende partijen verloren een groot aantal tanks. Om aan deze situatie het hoofd te bieden hebben de strijdende partijen snel moeten leren hun optreden aan te passen en te verbeteren. Als je de beelden moet geloven, zijn de Syrische tankbemanningen meer gaan manoeuvreren met hun tanks en zo veel mogelijk gebruik gaan maken van zicht- en vuurdekking. Het inzetten van tanks is ook voorzichtiger geworden. Niet zeldzaam zijn de beelden van een tank die voorzichtig in een vuurpositie rijdt, al dan niet op aanwijzing van iemand te voet, om vervolgens onmiddellijk te vuren en achterwaarts te gaan. Naast deze ontwikkelingen aangaande het optreden, ziet men ook de meest opvallende en creatieve oplossingen om met geÔmproviseerde middelen de bescherming van de pantservoertuigen tegen antitankraketten te verbeteren.

Inzet TOW geleide antitankraket in SyriŽ.

De uitbreiding van geleide antitankwapens gaat ondertussen verder in deze regio. Het IsraŽlische leger werd wederom geconfronteerd met antitankploegen met geleide antitankwapens in de Gazastrook. In Jemen worden deze wapens ook veelvuldig gebruikt door de strijdende partijen en voornamelijk door de Houthi rebellen.

Tanks
120 mm en 125 mm zijn al sinds een lange periode de standard kalibers voor de hoofdbewapening van de moderne tanks. De munitie voor deze schietbuizen heeft de nodige ontwikkeling gekend om het doordringingsvermogen te verbeteren. Daarentegen is er lang niet meer serieus geÔnvesteerd in de ontwikkelingen van nieuwe schietbuizen. Hier lijkt nu langzaam verandering in te komen. Door de ontwikkelingen op het gebied van bescherming voor pantservoertuigen is de Duitse firma Rheinmetall momenteel bezig met de ontwikkeling van een nieuwe hogedruk 120 mm schietbuis en een 130 mm schietbuis. Deze laatste schietbuis zal 50% meer doordringingsvermogen krijgen dan de huidige 120 mm van de Leopard-2A6. Daarnaast heeft China aangekondigd een 125 mm L60 ontwikkeld te hebben waarvan de prestatie aanzienlijk beter zouden zijn dan de huidige 125 mm. De KE penetrator hiervan zal een aanvangssnelheid van circa 2000 m/s hebben. De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van bescherming:

Slat Armor
Slat armor bestaat uit traliewerk dat op een afstand van de bepantsering van het voertuig is gemonteerd. Slat armor moet theoretisch het optimale effect van een holle lading beperken door het projectiel te beschadigen en/of vroegtijdig te laten afgaan. Slat armor is op zich niet nieuw, maar met het toenemende aantal antitankraketten is het gebruik van het al dan niet geÔmproviseerd slat armor toegenomen sinds de jaren 2000. De effectiviteit van slat armor ligt op circa 50-60%.

Tank van het Syrische regeringsleger met een geÔmproviseerde vorm van slat armor.

Explosive Reactive Armor
Naar aanleiding van de lessons learned uit de Yom Kippour oorlog, begon IsraŽl met de ontwikkelingen van de Explosive Reactive Armor (ERA) pakketten voor haar pantservoertuigen. Tijdens de operaties in Zuid-Libanon in 1982 beschikten de meeste IsraŽlische tanks al over Blazer ERA pakketten. In 1984 voerde de Sovjet-Unie het ERA van het type Kontakt in. Deze werd later opgevolgd door een verbeterde versie: Kontakt 5. Door de samenstelling en de gebruikte explosieve lading is Kontakt 5 in staat om bescherming te bieden tegen oude KE tankmunitie.

Kontakt 5 was voor de VS de aanleiding om de 120 mm granaat M829A3 te ontwikkelen die uit een penetrator bestaat van verarmd uranium. Enkele jaren geleden is Rusland met een nieuwe ERA op de markt gekomen: Relikt. Elke tegel bestaat voornamelijk uit twee stalen platen die door de explosie in de tegenovergestelde richting van het antitankprojectiel worden geduwd. Relikt blijkt effectief te zijn tegen antitankraketten met tandemladingen. Het blijkt ook effectief te zijn tegen de meeste KE granaten door in het beste geval de penetrator te breken of anders de kracht van deze sterk te verminderen.

Overzicht van de 'add on' bescherming van de T-90 MS (Rusland). Componenten 1,2 en 3 bestaan uit 'Relikt' ERA pakketten

Als antwoord op deze nieuwe ERA ontwikkelde de VS weer een nieuwe KE granaat, de M829A4 waarvan de productie in 2016 is begonnen. Relikt is nu alleen nog gemonteerd op de T-90 MS, de export versie van de T-90. In april kondigde het Russische leger aan dat een groot aantal van hun T-72 B3 tanks uitgerust zullen worden met Relikt. ERA is ondertussen in gebruik bij veel landen en/of deze komen met hun eigen ERA op de markt. Zo hebben OekraÔne en Polen ondertussen ook hun eigen ERA ontwikkeld die effectief zou zijn tegen groot kaliber KE projectielen. Het bijzondere van de OekraÔense ERA'' s Nozh en Duplet is dat de ERA pakketten uit holle lading staven bestaan die in het antitankprojectiel 'snijden'. In de huidige en recente conflicten is gebleken dat ERA zeer effectief kan zijn. Op het hoogtepunt van de gevechten in Oost-OekraÔne beschikten beide kanten over tanks die uitgerust waren met oude generatie ERA pakketten die alleen effectief zijn tegen enkellading antitankraketten. Aangezien dat beide kanten weinig tandemgevechtskop raketten hebben ingezet, beruste het uitschakelen van tanks weer op de KE granaat van een 125 mm schietbuis 2.
(2 Bron: Lesson Learned from the Russo-Ukrainian war (The Potomac Foundation).)

Het bevestigen van ERA pakketten op de M1A2 Abrams tank (US Army in Europe).

Hoewel ERA een goede bescherming kan bieden heeft het als nadeel dat het gewicht van het pantservoertuig wel laat toenemen en daarom alleen geschikt is voor zware pantservoertuigen zoals een MBT. Daarnaast kan ERA niet overal op het voertuig worden geplaatst waardoor er zwakke plekken ontstaan in de bescherming. Een oplossing hierop is de APS 'hardkill'.

Active Protection Systems
De ontwikkelingen op het gebied van Active Protection Systems (APS) zijn waarschijnlijk wel de belangrijkste op het gebeid van bescherming van pantservoertuigen. Een APS is een systeem dat ontwikkeld is om te voorkomen dat een (geleide) antitankraket of -granaat een doel raakt. Het systeem kan softkill en/of hardkill maatregelen nemen. Softkill maatregelen voorkomen dat het wapensysteem het doel kan zien of volgen door bijvoorbeeld gebruik te maken van elektromagnetische of pyrotechnische middelen. Een aantal softkill APS'n, zoals het Russische Shtora, gebruiken bijvoorbeeld een elektro optisch systeem die de sturing kan verstoren van tweede generatie geleide antitankraketten zoals de TOW of Milan. Shtora is in SyriŽ en OekraÔne zeer effectief gebleken tegen bepaalde wapensystemen. Andere softkill systemen, zoals de LEDS 100, geven multispectrale rookgranaten af indien het voertuig is aangestraald door een laser afstandmeter.

De werking van Active Protection Systems.

Hardkill maatregelen vernietigen het antitank projectiel door een ander projectiel af te vuren dat de dreiging uitschakelt door middel van blast en/of scherfwerking. APS hardkill is echter niet nieuw. De Sovjet-Unie heeft aan het einde van de jaren '70 de eerste operationele APS ontwikkeld: de Drozd. Dit systeem werd met enig succes in Afghanistan ingezet. In de jaren '90 ontwikkelde Rusland pas weer een nieuw systeem genoemd Arena. Deze werd echter niet in gebruik genomen door het Russische leger. Het is pas vanaf de tweede helft van de jaren 2000 dat andere landen zich serieus begonnen te buigen over de ontwikkeling van een APS. Aanleiding hiervan waren de gevechten die in 2006 in Zuid-Libanon plaatsvonden. Wegens het relatief grote aantal verliezen aan pantservoertuigen en vooral tanks, besloot IsraŽl de ontwikkeling van operationele APS te versnellen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de invoer van de APS Trophy.

T-90 MS tank met 'Shtora' APS (Rusland).

Trophy detecteert aankomende projectielen dankzij 4 radarpanelen. Met een reactietijd van circa 325 milliseconde schakelt het de bedreigingen uit op een afstand van 10 tot 30 meter door het afschieten van een explosively formed penetrator (EFP) op het projectiel. De EFP's worden afgeschoten door middel van twee draaibare granaatwerpers. Nadat het systeem 6 EFP heeft afgeschoten moet de bemanning het systeem van buitenaf laden. Trophy biedt 360 graden bescherming tegen antitankraketten (ook top attack) en tegen HE en HEAT tankgranaten. Volgens de fabrikant is het risico klein voor nevenschade op personeel of ongepantserde voertuigen die zich in de nabijheid bevinden. Voor de zekerheid heeft het IsraŽlische leger wel een aantal procedures aangepast om te voorkomen dat personeel zich in het gevaarlijk gebied van de APS bevindt. Er bestaan drie varianten van Trophy. De Trophy HV voor zware pantservoertuigen, de Trophy MV voor middelzware pantservoertuigen en LV voor lichte voertuigen. De eerste operationele inzet van Trophy heeft plaatsgevonden tijdens de inzet in de Gaza strook. Het systeem is zeer effectief gebleken. Het vertrouwen in de APS was dusdanig groot dat sommige tankbemanningen zich onoverwinnelijk waanden, waardoor basis procedures van beweging en het innemen van goede vuurposities werden vergeten.

APS 'Trophy' op de Merkava (IsraŽl). Rechts een radarpaneel en links een granaatwerper met daarachter een blast scherm.

Naast Trophy, heeft de IsraŽlische industrie ook Iron Fist ontwikkeld in samenwerking met de Duitse firma Diehl. In tegenstelling tot Trophy, gebruikt Iron Fist geen EFP maar HE blast granaten. Daarnaast heeft Iron Fist ook softkill capaciteit waarbij een elektro optisch systeem de sturing van tweede generatie geleide antitankraketten kan storen. Zoals Trophy kan ook Iron Fist antitankraketten, HE en HEAT tankgranaten aangrijpen. Maar eveneens, volgens de fabrikant, KE granaten. De ontploffing van de HE blast granaat zou de baan van een KE penetrator dusdanig kunnen beÔnvloeden dat zijn doordringingsvermogen sterk vermindert 3. Dit is mogelijk, in een zeer gunstige situatie, bij een projectiel zoals de KE penetrator van een 105 mm kanon met aanvangssnelheid circa 1300-1400 m/s. Bij een 120 mm KE penetrator met een aanvangssnelheid van meestal boven de 1700 m/s zal het bijna onmogelijk zijn. Het is daarvoor te snel en te zwaar. Dit zal voorlopig niet alleen het geval zijn voor Iron Fist maar voor alle APS'n. De huidige ontwikkelingen op het gebied van schietbuizen en tankmunitie zullen dit fenomeen alleen maar versterken.
(3 Een afwijking van 10 graden kan een verlies van 50% doordringingsvermogen veroorzaken.)

Het 'Iron Fist' Active Protection System (producent IsraŽl).

Naast Israeli Military Industry claimen de Duitse fabrikant Diehl met hun AVePs, het Tsjechische bedrijf VOP 26 Sternberk met hun EFA en de Firma Rheinmetall met de AMAPS-ADS dat hun APS in staat is KE granaten te neutraliseren. AVeP en EFA zijn systemen vergelijkbaar met Iron Fist en zullen daarom waarschijnlijk dezelfde beperkingen hebben. AMAPS-ADS gebruikt geen HE of EFP granaat om de dreiging te neutraliseren. Volgens Rheinmetall gebruikt het systeem 'gerichte energie' dat in staat is raketten en granaten te neutraliseren en EFP en KE granaten krom te maken. Het beschikt over een reactietijd van 560 microseconden met een trefkans van 95%. De aard van deze 'gerichte energie' wordt geheim gehouden door de firma. Het is daarom moeilijk vast te stellen of dit systeem ook geschikt is tegen moderne 120 of 125 mm KE granaten. Naast de bovengenoemde firma's zijn er ook anderen die bezig zijn met de ontwikkeling van een hardkill APS. De meest belangrijke hiervan zijn: de LEDS van SAAB, de Zuid-Koreaanse KAPS, de Turkse Akkor, de Italiaanse Scudo, de Amerikaanse Quick Kill van Raytheon, de OekraÔense Zaslon, de Russische Arena 3 en Afganit. De Afganit is gemonteerd op de laatste Russische pantservoertuigen zoals de MBT T-14 Armata en de infanteriegevechtsvoertuigen T-15 en Kurganets-25.

APS ĎAfganití op de T-14 Armata tank (Rusland).

Het uitrusten van een pantservoertuig met APS is een zeer effectieve manier geworden om deze een goede bescherming te bieden tegen een zeer breed scala aan antitankprojectielen zonder dat daarbij het gewicht van het voertuig veel toeneemt. Ook lichte pantservoertuigen kunnen daarom met een APS worden uitgerust. De huidige APSín hebben ook een aantal nadelen. Ze zijn geen effectieve oplossing tegen groot kaliber KE granaten, ze hebben een beperkt aantal granaten dat binnen een korte tijd afgevuurd kunnen worden en zij kunnen een risico vormen voor onbeschermd personeel dat zich in de directe omgeving bevindt. Er komen eerste ontwikkelingen op het gebied van antitankgranaatwerpers die APSín moeten misleiden. De Russische antitankgranaatwerper RPG-30 schiet een dummy raket af 0,2 seconde voordat het de antitankgranaat afvuurt in de hoop dat de APS misleid zal zijn en niet meer de tandemgevechtskop kan stoppen.

Antitankgranaatwerper RPG-30 (Rusland).

Samenvatting
De ontwikkelingen op het gebied van antitankraketten zijn niet alleen van technische aard, waardoor hun prestaties aanzienlijk verbeterd zijn, maar ook voor wat betreft hun gebruik. Het aantal geleide antitankraketten op het slagveld is duidelijk toegenomen in het Midden-Oosten en deze wapensystemen worden niet alleen meer gebruikt door reguliere overheidstroepen. In handen van kleine en mobiele antitankploegen vormen zij een steeds groter gevaar voor pantservoertuigen. Het antwoord hierop is te vinden in ERA pakketten en/of in APSín en voornamelijk de hardkill APS. Deze systemen bieden de nodige voordelen, maar zij zullen voorlopig niet in staan zijn om een effectieve bescherming te bieden tegen een groot kaliber KE granaat.

Active Protection System in werking.

Met de ontwikkelingen op het gebied van tankgeschut en tankmunitie biedt ERA ook niet altijd een doeltreffende bescherming tegen tanks. Dit maakt dat de tank weer, of nog steeds, het beste antitankwapen is. De beste bescherming is echter waarschijnlijk niet te vinden op het technisch vlak. De recente en huidige conflicten laten weer regelmatig zien dat goed getrainde en gedisciplineerde tankbemanningen die op de juiste manier optreden, al dan niet in samenwerking met de infanterie, nog steeds de beste overlevingskans hebben.


Herinneringen aan La Courtine

Schrijver bij beheerder bekend.

Naar aanleiding van de artikelenreeks in het jubileumnummer van de VOC-Mededelingen ontving de redactie vele reacties. De verhalen in deze editie brachten bij de lezers vaak talloze herinneringen naar boven aan hun eigen diensttijd. Zo ook bij oud-reserve eerste luitenant Daan van Eibergen Santhagens. Als jong kornet bij het B-eskadron 11 Tankbataljon was hij in 1959 een van de eerste pelotonscommandanten die deel nam aan het Nederlandse oefenprogramma in het Franse La Courtine. Een oefenperiode van ruim drie maanden. Gedurende de gehele oefening was het schitterend weer, heet en stoffig. In dit artikel een samenvatting van zijn persoonlijke herinneringen.

Andere tijden
Om goed te kunnen begrijpen hoe het eind jaren vijftig toeging moet men zich eerst inleven in andere tijden dan thans. De Tweede Wereldoorlog lag kort achter ons. De oorlogen in Nederlands-IndiŽ en Korea nog korter. In een eenheid als 11 Tankbataljon waren vele beroepsofficieren en -onderofficieren die in een van die oorlogen hadden gevochten, sommigen zelfs in alle drie. Nederland had toen 500 tanks. Wij moesten niet in uniform met verlof naar huis, wij waren apentrots dat wij in uniform naar huis mochten gaan en het uniform dwong respect en gezag af. Overal. En dan nog een zwarte baret! De Koude Oorlog was op zijn hoogtepunt, Hongarije was krap twee jaar geleden door de Russen overvallen. Toen ik eind 1958 in Oirschot aankwam stonden daar nog jeeps door hun assen te zakken, beladen met zakken kolen, omdat men had gedacht oostwaarts te gaan. Er waren vier krijgsmachtonderdelen die uitblonken in gezond fanatisme: marine en mariniers, commando's en wij, de cavalerie. Wij waren geen slappe doetjes en specifiek opgeleid om dat niet te zijn.

De Centuriontanks van het bataljon gingen per trein naar La Courtine.

Verplaatsing
De lange colonne was gesplitst in een groot aantal delen. Als PC in een jeep, beroepswachtmeester Willem Dekker aan het stuur, daarachter een pakket DAF vrachtwagens met personeel, daarachter de DAF vrachtwagens met plunjezakken en overige bagage. Voor- en achter mij hetzelfde patroon. Ik had zelfs geen kaart van Frankrijk, het was gewoon: je voorganger volgen. Het tempo was stuitend traag. We hielden ons bezig met afstand schatten met behulp van de dagteller.

In Frankrijk werden wij door allerlei dorpen en stadjes geleid. Op elk kruispunt stonden een of meer gendarmes in gala-uniform, witte kepie op en witte handschoenen aan, die ons maar door zwaaiden. Dat leek goed te gaan. Tot wij op een kruispunt kwamen van vijf wegen en er op elke weg een deel van onze colonne bleek te staan. Het ontwarren van zo'n knoop kostte behoorlijk veel tijd. En zoiets gebeurde een aantal malen.

Het was de bedoeling 's morgens zeer vroeg te vertrekken om ergens in het midden van de middag op de bestemming aan te komen. Hoe vind je in dat bivak de latrines, die ergens aan de rand schijnen te liggen? De overste Hollert, die blijkbaar aan alles had gedacht, had daar de volgende truc voor. Gekleed in veldschoenen en daarboven alleen een zeer opvallende glimmende lichtblauwe zwembroek, liep met een paar vrienden de kanten van het bivak langs en nam bij elke latrine de plashouding aan. Hij was niet te missen. En zo kende iedereen de weg. Hollert was in elk opzicht een voortreffelijke commandant en bovendien zeer aangenaam om mee om te gaan. De verplaatsing van Eindhoven naar La Courtine duurde drie dagen.

De meerdaagse verplaatsing van Eindhoven naar La Courtine over een afstand van 900 km voerde langs vele Franse dorpen en stadjes.

Aankomst
Direct na aankomst werd ons door de Fransen meegedeeld dat er twee wegen naar het dorp liepen vanuit het kamp, maar wij mochten er maar ťťn gebruiken. Langs de andere weg waren Noord-Afrikaanse troepen gelegerd. Liep je daarlangs dan ging het soms goed fout. Een paar huzaren zijn zo stom geweest die weg wel te lopen, en die zijn behoorlijk in elkaar geslagen. Dus: in 1959 wisten de Fransen ons al te vertellen dat zij zelf hun eigen Noord-Afrikanen niet onder controle konden krijgen, maar in 2017 weten wij het beter.

Inkwartiering
De legeringsgebouwen waren van zeer slechte kwaliteit. Alle officieren tot en met de rang van majoor werden hier ondergebracht en werden met drie personen op kamers ingedeeld die voor twee personen waren ontworpen. Er was een rammelig derde bed bijgeplaatst, maar er was domweg te weinig kastruimte. Het was dus per definitie op al die kamers altijd een rotzooi.

De legering liet vaak te wensen over.

Oefenprogramma
Technisch gesproken waren wij in La Courtine aangekomen voor het oefenen met de infanterie. De totale oefenperiode was voor ons van 4 juli tot 2 november en omvatte vier oefenperiodes van elk drie weken: elke drie weken een nieuwe infanterie-eenheid. Het tankpeloton draaide elke oefening dus vier keer. Ons langdurige verblijf omspande wat wij twee volledige shifts kunnen noemen. Een shift is ťťn oefening, waarbij het hele bataljon is ingeschakeld, tweemaal een oefening voor elk eskadron samen met een bataljon infanterie (dus zes in totaal), de rest oefeningen met een peloton tanks met een compagnie infanterie, dat was ruim 90% van het totale aantal.

Het waren voor alle betrokkenen zware dagen met intensieve programma's. In de hitte was het voor de infanterie vragen om zonnesteken, die dan ook niet uitbleven als er in die hitte midden op de dag in volledig gevechtstenue tegen de heuvels op gerend moest worden. Al vrij snel werden de oefeningen daarom verplaatst naar zo vroeg mogelijk in de ochtend. Dit betekende dat het normale dagprogramma er als volgt uit zag: of 's morgens vroeg naar locatie of, soms, de avond tevoren en dan in bivak, na de oefening op de tankbaan de tanks onderhouden, daarna kon er tot etenstijd best wat in de zon gelegen worden. De huzaren konden 's avonds naar het dorp. Het kader ging dan de oefening van de volgende dag voorbereiden, eventueel de bevoorrading plannen en organiseren.

Verplaatsing van de Centurion tanks per dieplader naar het oefenterrein.

Pelotonsoefeningen
Voor dit oefenprogramma werd een geheel eigen exercitie ontwikkeld, in feite om de infanterie te imponeren. Het peloton reed van de centrale tankbaan naar de oefenlocatie. Met loeiende motoren en in een enorme stofwolk kwamen de tanks aan denderen op een site waar de infanterie al aanwezig was. Daar werden de tanks, liefst achteruit in een bosrand, naast elkaar geparkeerd. Motoren af. De kornet springt uit de tank en loopt wat naar voren, dan blaast hij ťťn keer op de fluit. Drie man uit elk de tank, plaats rust ervoor. De kornet blaast twee keer op de fluit. De pelotonswachtmeester zet het peloton in de houding en meldt het peloton aan de kornet. De kornet geeft eerste rust en begint wat verveeld rond te kijken tot de kapitein van de compagnie infanterie het begrijpt en zich bij de kornet meldt. Succes verzekerd.

Ridders in de NachtOriŽnteren in het terrein was moeilijk, bij nacht bijna onmogelijk. Er waren geen markante punten, water- of kerktorens of zo. Kornet Rob Smit en ik krijgen op een avond de opdracht ons onmiddellijk met acht tanks te verplaatsen naar opgegeven coŲrdinaten die nieuw voor ons waren, onbekend gebied dus. De opdracht kwam op een zeer ongelukkig moment, vrijwel alle chauffeurs waren in het dorp en dus onbereikbaar. (Even voor de goede orde: mobiele telefoons bestonden nog niet.) Wij hebben in de achterste tank een echte chauffeur gezet en een wachtmeester met radio verbinding in de voorste tank. De tussenliggende tanks werden bestuurd door een aantal huzaren die zeiden dat ze dat wel konden, hetgeen gelukkig juist bleek te zijn. Verder geen bemanning er in. Wij op pad, een maanloze nacht. Rob en ik met zaklantarentjes en een kaart in de toren, vrijwel onmiddellijk verdwaald in een donker bos. De wachtmeester roept ons op: 'stop en kijk achterom'. Er waren kurkdroge takken op het gloeiendhete achterdek van een van de tanks gevallen en de zaak was in brand gevlogen. Eerst de brand blussen. Wij gingen verder en kwamen in een soort moeras en eindelijk op een soort weg. Merkwaardig was wel dat die weg om de zoveel meter een kuil bleek te hebben, afwisselend rechts en dan weer links. Uiteindelijk hebben wij de opgegeven plaats weten te vinden. Later kwamen de bemanningen, het ontbijt en de koffie. De oefening kon doorgaan.

Een dag later vroeg ritmeester Tengbergen ons met hem mee te gaan in zijn jeep. 'Moeilijke tocht gehad hŤ? Ik zal jullie laten zien wat je gedaan hebt'. Zo kwamen we weer bij die weg terecht. De weg was onderdeel van de waterwinning uit het moeras voor de gemeente La Courtine en de kuilen waren de putten geweest om het water op te vangen en af te voeren. Die waren door ons grondig in elkaar gereden, maar zijn daarna weer keurig door defensie hersteld.

Pelotonsoefeningen met de infanterie.

Eskadronsoefeningen
Op een avond nodigde ritmeester Tengbergen zijn officieren uit om per jeep op verkenning te gaan voor de komende eskadronsoefening. Hij en luitenant Schillemans achter het stuur, de drie kornetten achterin. Wij reden een heuvel op en daarachter bleek een enorme vlakte te liggen. In die vlakte verplaatste een eskadron tanks, in een grote cirkel, met de kanonlopen naar buiten gedraaid. In het midden stond ťťn tank, de koepel daarvan draaide mee met de tanks die in de cirkel rondreden. Wij keken elkaar stomverbaasd aan. Tengbergen roept met de 538 radioset op het bataljonsnet: 'hier Tengbergen Bravo-eskadron, meldt je'. En daar komt het antwoord: 'hallo Harry, hier Vick Bouwdijk met het Charlie-eskadron'. Vervolgens vraagt Tengbergen hoe Bouwdijk in vredesnaam aan deze exercitie komt. En het onthutsende antwoord luidt: 'uit de Indianenfilms natuurlijk sufferd'. Gierend van de lach gingen wij verder, dit hadden we echt niet kunnen bedenken.

Bataljonsoefeningen
Overste Tengbergen had mij gevraagd om als chauffeur in zijn tank mee te gaan. En zo kwam er na elke behoorlijk genomen hindernis over de intercom: 'prima Santhagens, dit is de duurst betaalde tank van het bataljon'. Wij reden een helling op, daarna volgde een plateau, weer een helling, uitzicht op de vlakte waar de eindsprint naar toe ging. Jachtvliegtuigen vlogen laag over en gooiden bommen af, spectaculair, maar niemand had ons verteld dat wij niet mochten kijken.

De tweede oefening zou net zo gaan verlopen als de eerste. Echter, onze Franse vrienden hadden ons een kleine verrassing bereid: zij waren in het plateau begonnen een geul te graven voor de aanleg van een pijpleiding. Niets vermoedend reden wij dus de eerste helling op, schakelen op om goed vaart te krijgen, en duiken met vijftig tanks op linie, loop naar voren, een diepe geul in. Als gekken remmen, torens draaien zodat de lopen niet in het zand kwamen. Daarna ging alles prima.

Het onderhoud gebeurde op de tankbaan. Gezien het fantastische weer was het al meteen: ontbloot bovenlijf. De huzaren hadden ongeveer ťťn dag nodig om te ontdekken dat de loepzuivere olie voor het doorhalen van de loop, een perfecte zonnebrandolie was. Het gebruik nam dus wat toe.

Onderhoud aan de tanks, wapens en uitrusting.

Op grond van de terrein- en weersomstandigheden konden alle onderhoudsvoorschriften rechtuit de prullenmand in. Door het warme weer en het vele stof moesten de luchtfilters bijna elke dag geschoond worden. Er was veel slijtage aan de tracks, dus spannen en/of trackblokken wisselen, alles op open grond. Benzine tanken met jerrycans was tijdrovend en lastig. Door het rijden in heuvelachtig terrein raakten de radio's vaak ontregeld. Die moesten regelmatig worden nagezien en eventueel gekalibreerd. Op een van de eerste dagen komt er een peloton de tankbaan oprijden met flarden van puptenten aan de schotten en in de tracks. Die waren in de ochtendmist zonder het te herkennen door een, gelukkig verlaten, infanterie bivak heen gereden.

Voeding en ontspanning
Er werden vaak barbecues georganiseerd. Het weer leende zich daar natuurlijk uitstekend voor. Mijn enige vervelende herinnering is de enorme hoeveelheid blikken tonijn met olijfolie die ik in de tank te velde heb gegeten. Nog jaren later kon ik ze niet meer zien. Voor ontspanning gingen de huzaren naar het dorp. Na enige tijd ontwikkelde zich een soort beschermende rol. Wij waren er lang, de infanterie kort. Als de infanterie stennis begon te schoppen riepen de huzaren ze tot tevredenheid van de dorpelingen tot de orde. Er vielen regelmatig klappen.

In het weekend was er vervoer voor iedereen naar een of ander meer in de buurt, waar gezwommen kon worden. Voor de officieren was het weekend vaak anders na de altijd drukke week. Er werden afgetankte jeeps beschikbaar gesteld, een per twee kornetten. De hogere officieren hadden elk hun eigen jeep. Met die jeeps mochten wij binnen een cirkel met een straal van 100 km gaan passagieren. Je kon dus overal gaan lunchen of dineren en de keuze was enorm.

Weekendbreak: zwemmen in een meer in de omgeving.

In vele Frans dorpen werden in die periode midzomernachtfeesten gehouden. Die stonden overal met borden en datums aangekondigd. Meestal namen we een van de beroepswachtmeesters mee, die konden veel beter rijden dan wij. Heen was simpel, dan was het nog licht. Die feesten waren voor ons grandioos. Frankrijk is een militaristisch land. De dames waren snel gecharmeerd van Nederlandse officieren in zomertenue met een zwarte baret, wij dansten en dronken er op los. Wij hadden al snel geleerd dat je op de terugweg, als het aardedonker was, je stofbril moest dragen en tankhandschoenen. Er wilde nog weleens een roofvogel of uil uit het pikdonkere bos een jeep induiken, verblind door de koplampen. Mij is dat tweemaal overkomen. Die vogel was dan natuurlijk dood door de enorme klap.

Wij liggen te snurken en er wordt ruw op de deur geklopt. Er komen twee marechaussees binnen samen met een boze moeder en een jankende dochter. De jankende dochter priemt haar vingertje in de lucht en zegt: 'c'est pas lui, c'est pas lui, c'est pas lui' en ze denken weer te kunnen vertrekken. Maar wij stoppen de marechaussees even: wat is hier aan de hand? 'Ja heren, zij zegt dat ze gisterenavond gepakt is door een vent. Maar ze weet alleen nog maar dat hij een zwarte baret op had. En daar lopen er hier een paar honderd van rond. Dus ik denk niet dat we dit oplossen, goede morgen'.

Einde oefening en gereed maken voor verplaatsing over de weg naar Bergen-Hohne.

Einde oefening
Op een gegeven moment kwam er uiteraard een einde aan het oefenprogramma en moesten wij ons gaan voorbereiden op de verplaatsing naar Bergen-Hohne. Maar voor het zover was werden wij door overste Hollert uitgenodigd voor een lunch te velde, in servicedress, zomertenue. Het bleek een galalunch te zijn. Lange tafels met witte kleden, prachtig gedekt, en huzaren van het stafeskadron in een witte livrei klaarstaand met bladen met glazen witte wijn. Er kwamen ook allerlei Nederlandse geestelijken, daar hadden wij niet echt een boodschap aan. We hadden ze immers nooit te velde gezien en dan nu mooi komen lopen doen. Onder de gasten waren tevens Franse civiele autoriteiten aanwezig, waaronder het gemeentebestuur van La Courtine.

Er werd goed gegeten en vrolijk gedronken. Veel gespeeched in Frans en Nederlands. En toen nam generaal Gips het woord. Hij ging de hele periode langs van de zeer succesvolle oefeningen. Hij was buitengewoon goed gedocumenteerd. Door het succes zou er zeker een herhaling van dit programma komen in de volgende jaren. Hij dankte overste Hollert en het hele 11e Tankbataljon uitvoerig en ging toen een bocht in die niemand had verwacht. Hij gaf aan dat het bereikte resultaat voor een zeer groot deel te danken was aan het optreden van de pelotonscommandanten, de kornetten. Omdat dezen veruit het grootste deel van de oefeningen geheel zelfstandig met de diverse infanteriecompagnieŽn hadden gedraaid. Hij had een speciale beloning voor ons bedacht: hij schonk de kornetten van het bataljon het recht om gedurende hun resterende diensttijd een officiersstokje te mogen dragen. Alom verbazing en luid applaus. Wij haasten ons om een collectie van de meest extravagante Franse rijzwepen te kopen die er maar te vinden waren en liepen er als trots pauwen mee te pronken. En maar naar elkaar groeten, net kleuters.

Herinneringen aan La Courtine.

Voor wij naar La Courtine gingen was het bataljon in Monschau geweest. Voor mij was de diensttijd dus: 1958 opleiding, 1959 veel in het buitenland oefenen en in 1960 afzwaaien. Het was een fantastische diensttijd. Ik kan mijn collega's beroepsofficieren niet dankbaar genoeg zijn dat zij er zo'n feest van hebben gemaakt, in en buiten de mess. Het zal niemand verbazen dat ik een verklaard voorstander van een door iedereen, man en vrouw, te vervullen dienstplicht. En dat hoeft niet altijd iets militairs te zijn, er zijn andere eveneens nuttige toepassingen denkbaar waarbij de ervaring van het militaire apparaat kan worden ingezet. Maar wel onder de voorwaarde dat er, zoals in mijn tijd, ruime middelen beschikbaar zijn om nuttige dingen te doen.