Cavalerie


Artikelen VOC

juni 2017

Bron: VOC nr 1-2017


50 jaar CANADIAN ARMY TROPHY 1963 - 2013

Kapitein R.C. Kuenen

VOC-historie
Schietwedstrijden zijn zo oud als de krijgsmacht zelf. Voor de verkenningsbataljons was de wedstrijd om de Boeselager Trofee tijdens de Koude Oorlog jarenlang een begrip. De huidige verkenningspelotons strijden thans jaarlijks om de Zilveren Kijker en de mortierploegen om de Menno van Coehoorntrofee. Voor de tankeenheden stonden in het recente verleden steevast wedstrijden om de 'Bergen op Zoom beker', de 'Generaal Gitzbeker' en de 'Bult Francis Cup' op het programma. Maar voor alle cavaleristen was de wedstrijd om de 'Canadian Army Trophy' toch de absolute top. Internationale tankschietwedstrijden op olympisch niveau. Op baan 9 op het oefenterrein Bergen-Hohne wapperde de vlaggen van de deelnemende landen, waren de tribunes altijd overvol en stonden de tankbemanningen te dringen voor het scorebord. Niet alleen viel hier eer te behalen voor de deelnemende tankpelotons, ook de industrie kon hier laten zien wat hun type tank waard was in de handen van enthousiaste en vakbekwame bemanningen. Met de reorganisatie van de Koninklijke Landmacht na de val van de Muur, verdween ook deze spraakmakende wedstrijd helaas uit beeld. In de VOC-Mededelingen nummer 1 van 2013 blikt kapitein Kuenen in zijn artikel terug op de oorsprong en opzet van de Canadian Army Trophy.

Schietwedstrijden
Na de stationering van geallieerde strijdkrachten na het einde van de Tweede Wereldoorlog in West-Duitsland, ontstond al snel de wens om onderlinge wedstrijden te houden tussen militaire eenheden van de diverse landen. Zo was er de 'Britannia Shield', die vanaf 1946 in Engeland werd gehouden. Sporten waren boksen, zwemmen, schieten en schermen. In 1951 werden er schietwedstrijden georganiseerd tussen de geallieerde legers gelegerd in West-Duitsland om de 'Prix Leclerc'. Het zou uitgroeien tot de 'Olympische spelen' voor kleinkaliber schietwedstrijden binnen de NATO. Onderlinge tankschietwedstrijden werden pas in 1963 voor het eerst gehouden, en wel om de 'Canadian Army Trophy' (CAT). Deze wedstrijd werd gezien als de 'Prix Leclerc' voor het tankschieten. Of zo men wil: de internationale uitgave van de 'Bult Francis Cup', de wisselbeker waar de Nederlandse tankeskadrons ieder jaar om streden. Deelname aan deze CAT was tot voor kort een belangrijk deel van de cavalerietraditie, die ik in verband met het 50-jarig jubileum - in 2013 - graag nader wil belichten.

Tijdens de oprichtingsvergadering van de Canadian Army Trophy op 20 maart 1962, onder voorzitterschap van (Staf) Comlandcent (Commandant Landstrijdkrachten in Centraal Europa) in Fontainebleau, werd als doel van de wedstrijd vastgelegd 'to improve the overall standards of tankgunnery within forces participating'. Daarnaast de deelnemers in de gelegenheid stellen elkaar te ontmoeten in een ware geest van kameraadschap. De Canadese regering stelde een zilveren model van een Centurion-tank als prijs beschikbaar. Dit model kreeg de naam 'Canadian Army Trophy for Tank Gunnery'.


Bergen-Hohne. De CAT wedstrijden op baan 9 in 1977.

Bergen-Hohne
De eerste wedstrijd om de CAT werd in 1963 gehouden op het NATO schietterrein Bergen-Hohne. De wedstrijd stond open voor alle NATO-landen die deel uitmaakten van de Allied Land Forces Central Europe. Voor 1963 hadden Canada, Engeland, Nederland, Duitsland en BelgiŽ zich aangemeld. Voor Nederland deden vijf tankbemanningen mee: twee van 11 Tankbataljon en drie van respectievelijk 41, 43 en 101 Tankbataljon. Deze teams waren uitgekozen in verband met hun prestaties tijdens de onderlinge strijd om de Bult Francis Cup. Alle zeven oefeningen werden geschoten vanuit een stilstaande tank op zowel bewegende als stilstaande doelen. Bewegende schijven, tanks voorstellende, die op afstanden tussen 650 en 1450 meter door het voorterrein reden en stilstaande schijven, op afstanden soms tot boven twee kilometer, die een antitankkanon, een vrachtwagen dan wel de voorkant van een tank te zien gaven. Op de bewegende doelen werd met pantsermunitie geschoten, op de stilstaande doelen meestal met brisantmunitie. Een wolkje in het terrein, de z.g. mondingsvlamnabootser, gaf steeds aan wanneer een schijf omhoogkwam. De score was afhankelijk van treffers, snelheid en strafpunten. De tijdsfactor telde zeer zwaar. Voor de meeste oefeningen met drie of vier granaten kreeg men slechts twaalf seconden, voor twee brisantdoelen vijftien seconden en voor het brisantdoel boven 2000 meter met vijf granaten, dertig seconden. Het aantal seconden dat langer werd gevuurd leverde strafpunten op en treffers bij de eerste schoten leverde extra punten op. Elk land voerde in hun eigen schietperiode in Bergen-Hohne, met tussenpozen van een maand, deze vastgestelde schietoefeningen uit. Pas aan het eind van het jaar was dan pas het winnende land bekend. Van een verbroedering - wat juist een van de charmes is van internationale militaire wedstrijden - was geen sprake, want de cavaleristen kregen elkaar niet of nauwelijks te zien. In deze eerste CAT wedstrijd werd Nederland met 1221 punten derde.


Spanning in de baan en op de tribune.

Trainingsmogelijkheden
In de eerste jaren van de CAT-wedstrijd wisten onze tankbemanningen zich goed te weren tegenover getrainde beroepstankers, die jaren evading hadden en speciaal trainden voor deze competitie. De Nederlandse tankbemanningen bestonden uit dienstplichtigen, gemiddeld twintig jaar oud, die tien maanden in dienst waren en zich minder dan zes maanden op dit evenement hadden kunnen voorbereiden. In 1965 werd de CAT op nieuwe leest geschoeid. Er werd niet meer maanden na elkaar geschoten, maar alle vijf deelnemende landen schoten in ťťn vijfdaagse periode tegelijk. De aanpak had de allure van de bekende Prix Leclerc schietwedstrijden: tribune en vlaggen op de schietbaan, een feestelijke opening en een niet minder feestelijk slot. De deelnemers kwamen een week voor de wedstrijd naar Bergen-Hohne om daar te trainen. De wedstrijd zelf werd verdeeld over vijf dagen. Iedere dag schoot van elk land ťťn tankbemanning alle oefeningen. De strijd kreeg daardoor een aantrekkelijke spanning, terwijl het resultaat onmiddellijk na het laatste schot tijdens een stijlvolle ceremonie bekend werd gemaakt. Oorzaak dat de Nederlanders in de eerste jaren van de wedstrijd niet wonnen, waren m.n. onvoldoende trainingsmogelijkheden. In 1967 namen de Duitsers voor het eerst deel met hun nieuwe Leopard-1 tank. De Belgen kwamen weer uit met hun vertrouwde M47 Patton, terwijl de Britten en Canadezen hun hoop op de Centurion hadden gevestigd, net als Nederland. De commandant AFCENT, generaal J. Bennecke, hoopte dat het mogelijk zou zijn de competitie meer aan gevechtsomstandigheden aan te passen en ook te bezuinigen door het huidige systeem van selectie van de bemanningen te herzien. In 1970 zou dat ook gebeuren. In plaats van stilstaand vanaf een platform op stilstaande doelen te vuren, schoten de tanks rijdend op bewegende doelen. Zowel de (Canadese) organisatoren als waarnemers bleken tevreden over deze reŽlere opzet. Slechts drie landen namen dit jaar aan de wedstrijden deel: Canada, Duitsland en Engeland. Vanuit kostenoverwegingen werd de wedstrijd vanaf toen tweejaarlijks gehouden.


Tableau van de deelnemende landen in 1977.

Nieuwe regels
In 1977 werden de regels herzien. Dit hield ondermeer in een verhoogde gevechtsvaardigheid en inzetbaarheid ('readiness'). Zo werd een aanval beoefend waarbij een oprukkende tank met kanon en mitrailleur in verschillende posities zo snel en efficiŽnt mogelijk een doel moest zien te raken. Dat doel kon tot op twee kilometer afstand van de gevechtsmachine liggen. Het kwam plotseling op en kon bewegend of stilstaand zijn. Er konden ook meerdere doelen tegelijk zijn. De aanval werd uitgevoerd door drie tanks. Een systeem van loting moest voorkomen dat de legers hun beste mannen voor de wedstrijd selecteerden. De Amerikanen deden dit jaar voor het eerst mee met hun beroepsmensen, maar zij eindigden door onervarenheid met de wedstrijdregels op de laagste plaats.

In 1981 zag de staf van 41 Tankbataljon reeds in dat bij het bedrijven van topsport meer komt kijken dan alleen intensief trainen. Het ging erom dat ze beter geconcentreerd waren en tijdens de wedstrijd niet minder gingen schieten dan tijdens de training. De wedstrijd bestond uit een zogenaamde 'battlerun' voor een 'troop', waarbij stilstaand en rijdend werd geschoten met het kanon en de mitrailleur. In elk van de drie vuuropstellingen werden minimaal twee en maximaal vijf doelen gepresenteerd op afstanden tussen 1000 en 2000 m; de doelen waren veertig seconden zichtbaar. Deelnemers wisten niet hoeveel doelen er per keer zouden verschijnen en evenmin op welke afstand. Tijdens de sprong van vuuropstelling naar vuuropstelling werd rijdend op een kanondoel en op dertig mitrailleurdoelen geschoten. Daarbij moest een gemiddelde snelheid van 16 km/u worden gehaald. Voor het totaal van achttien kanondoelen waren slechts dertig granaten per troop beschikbaar. Hoewel elk nationaal team bestond uit vijf troops, deden er slechts vier mee aan de wedstrijd; de vijfde troop trad op als reserve en schoot mee in een aparte wedstrijd voor reservepelotons. Selectie vond plaats door loting o.l.v. de hoofdscheidsrechter. Slechts de drie troops met de hoogste score telden mee voor het eindklassement. De punten werden toegekend door de leden van het internationale scheidsrechterteam. De wedstrijd was tot 1983 een onderlinge aangelegenheid voor de Northern Army Group. Dat jaar echter werd er door de kleinere diversiteit in tanks, gestreden tussen de in West-Duitsland gestationeerde Noordelijke legergroep (Northag) en de Centrale legergroep (Centag). Maar aangezien het delen van een prijs met andere landen niet zo motiverend was, kwamen de drie beste pelotons per legergroep ook voor een prijs in aanmerking.


C-eskadron 43 Tankbataljon met de Trophy in 1985.

Leopard-2
In 1985 nam Nederland voor het eerst deel met de nieuwe, geavanceerde Leopard-2 tank. Een andere spannend element werd door de Amerikanen in de wedstrijd gebracht, omdat zij voor het eerst verschenen met hun modernste tank, de M-1 Abrams. Het kwaliteitsverschil tussen twee generaties tanks kwam onbarmhartig aan het daglicht. De Leopards-2 en de M-1 Abrams schoten gemiddeld 21.000 punten per peloton bij elkaar. Het Duitse team, dat met een verbeterde versie van de Leopard-1 schoot, behaalde gemiddeld 19.000 punten. De Britse pelotons met de Chieftain, de Canadese en Belgische pelotons met de Leopard-1 en de Amerikaanse pelotons met de M-60 haalden niet meer dan 14.000 tot 18.000 punten. De opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Centraal Europa (CINCENT) prees in zijn toespraak de kwaliteiten van de aanwezige pelotons: 'Moderne tanks doen hun intrede bij onze strijdkrachten. Zij bieden vele voordelen, maar de beslissende factoren voor een hoog peil bij het tankschieten zijn niet veranderd. Leiderschap, samenwerking en korpsgeest bij de tankeenheden blijven de belangrijkste vereisten'. Nederland was als beste eenheid naar voren gekomen door intensieve voorbereiding, inzet, vakmanschap en teamgeest. De Trophy ging naar Northag, waar Nederland deel van uitmaakte. De Bevelhebber der Landstrijdkrachten, kende daarom de BLS-speld (voor groepswaardering) toe aan de CAT-pelotons vanwege de winnende prestaties bij de CAT tankschietwedstrijden. Dit was de eerste keer dat een Nederlands team de Canadian Army Trophy won.


Een Canadese Leopard-1A4 in actie op baan 9 tijdens de CAT 1991.

CAT-projectbureau
Voor de wedstrijd in 1987 werd er een CAT-projectbureau ingericht met deelnemers uit vorige CAT wedstrijden. Ook de betere training droeg bij aan de goede prestaties. Zo werden er bij de voorbereiding een video-oefenuitrusting en de Pelotons Vuurleidings Trainer (PVT) gebruikt. Door het aansluiten van het videosysteem op de richtmiddelen van de tank kon men precies zien wat de schutter deed en achteraf analyseren wat er goed en fout ging. Met de PVT kon de samenwerking tussen de vier de tanks van elk peloton droog worden beoefend. De PVT was oorspronkelijk voor twee tanks ontworpen voor de training voor de 'doppelpanzers', een run met twee tanks, die in het begin verschoten werden. Hierdoor kwam de communicatie in en tussen de tanks beter tot stand. Rond april 1987 werd de PVT uitgebouwd voor het gebruik met vier tanks. Het resultaat waren verbeterde actietijden en het beter leren bepalen van de sectorindelingen.


De score in 1981.

Toen Nederland in 1989 voorstelde niet meer mee te doen aan de schietwedstrijd voor tanks om de Canadian Army Trophy, heeft de commandant van de Northern Army Group persoonlijk gevraagd of Nederland alsnog wilde deelnemen aan de 'Olympiade van het tankschieten'. Deelname was te duur geworden, oordeelde men in Nederland vůůr het bezoek van de Northag-commandant. Uiteindelijk werd alsnog besloten mee te doen aan de CAT. Het geeft al aan dat het meer was dan alleen een wedstrijd tussen tankpelotons van Northag en Centag. De 'battle runs' kostte per run bijna een ton (in guldens), nog los van de opleidingskosten en de munitie bij de voorbereidingen. Om een indruk te krijgen van de vorderingen van de deelnemende landen binnen Northag (Nederland, Duitsland, Engeland en BelgiŽ) werd voor de CAT reeds een vriendschappelijk treffen gehouden, de z.g. mini-CAT. Pas toen kwamen de praktische problemen boven water. Zo bleek de loop van de Leopard-2 al na enkele schoten licht door te hangen en niet, zoals de fabrikant opgaf, pas na vijftien schoten. De schutters moesten deze afwijking zelf leren corrigeren. De Britten deden in 1989 niet mee omdat zij zichzelf al tevoren als kansloos hadden bestempeld. Met hun in eigen beheer ontwikkelde Challenger-tank durfden zij deze uitdaging niet aan, bang voor een blamage. Bij de vorige wedstrijd in het Zuid-Duitse GrafenwŲhr presteerden zij met hun Challenger-tanks zo slecht, dat de leiding van het British Army on the Rhine (BAOR) had geadviseerd niet aan de CAT deel te nemen. Het ging daarom dat jaar alleen tussen de Duitse Leopard-1, Leopard-2 en de Amerikaanse M-1 Abrams tanks.


Onze dienstplichtige tankbemanningen weten het zeker: the Dutch are the best!

Door de verzengende hitte was het wedstrijdterrein gortdroog. De schoten deden zo veel stof opwaaien dat het waarnemen van doelen sterk werd bemoeilijkt. De Nederlanders hadden dat probleem tijdens hun voorbereiding onderkend en hadden hun vuuropening daar op aangepast. Tegen de logica van de praktijk in werden eerst de achterste doelen onder vuur genomen. Als je namelijk de voorste doelen het eerste afschiet, bestaat het gevaar dat je last hebt van een stofwolk die het zicht op andere doelen ernstig belemmerd. Dat jaar waren de doelen kleiner, niet groter dan het vooraanzicht van een tankkoepel. Boven-dien kreeg elke tank een andere doelenpresentatie voorgeschoteld, zodat de laatste deelnemers niet door betere verkenningsmogelijkheden in het voordeel zouden zijn. De vlaggen, de volle tribunes, de spanning, de concentratie, de resultaten en het gejuich waren allemaal ingrediŽnten die bij deze sportieve gebeurtenis op hoog niveau thuishoorden. Het winnen was gebaseerd op vier pijlers: personeel, materieel, training en leiderschap. Door de uitstekende resultaten versloeg Northag (Northern Army Group) de collega-tankers van Centag (Central Army Group).


Ritmeester Ad Koevoets - NL Jurylid CAT in 1991.

Einde van de CAT-wedstrijden
In 1991 deden de Amerikaanse en Engelse teams niet mee. Ze hadden zich vanwege de Golfoorlog niet kunnen voorbereiden op de wedstrijd, maar ook Nederland kende problemen. Voor 1991 was het A-eskadron 43 Tankbataljon aangewezen als CAT-deelnemer. Daardoor kon al tijdens de opleiding op het Opleidingscentrum Cavalerie een eerste selectie plaatsvinden. Hierna werd begonnen met trainen en teamvorming. Er kwam echter een kink in de kabel: de diensttijdverkorting. Door het vervroegde afzwaaien zou het A-eskadron niet meer beschikbaar zijn voor de CAT. In januari kon men daarom van voren af aan beginnen, nu met het C-eskadron. Door dag en nacht te oefenen, zes dagen per week er voluit tegen aan te gaan hebben onze jongens toen een niveau bereikt om trots op te zijn. Er werd nog vanuit gegaan dat de volgende wedstrijd in 1993 zou worden gehouden. De Nederlanders hebben hiervoor nog de emblemen laten vervaardigen, doch de wedstrijden werden vanaf dat jaar vanwege de bezuinigingen en reorganisaties voorlopig opgeschort.


Canadian Army Trophy for Tank Gunnery.


Prijsuitreiking CAT 1989 - winnaar A-eskadron 41 Tankbataljon.

Nederlandse deelname aan de Canadian Army Trophy

1963 - Bergen-Hohne, Centurion, 3e plaats, 11, 41, 43 en 101 Tkbat
1964 - Bergen-Hohne baan 5B, Centurion, 4e plaats, B-esk 43 Tkbat
1965 - Bergen-Hohne baan 5A, Centurion, 4e plaats, A-esk 11 Tkbat
1966 - Bergen-Hohne, Centurion, 5e plaats, B-esk 101 Tkbat
1967 - Bergen-Hohne baan 5A, Centurion, 5e plaats, 41 Tkbat
1968 - Bergen-Hohne baan 5A, Centurion, 4e plaats, C-esk 43 Tkbat
1970 - Bergen-Hohne, geen NL deelname
1973 - Bergen-Hohne, Leopard-1, 3e plaats, B-esk 11 Tkbat
1975 - Bergen-Hohne, geen NL deelname
1977 - Bergen-Hohne, Leopard-1, 5e plaats, B-esk 11 Tkbat
1979 - Bergen-Hohne, geen NL deelname
1981 - GrafenwŲhr, Leopard-1A1, 6e plaats, B-esk 41 Tkbat
1983 - Bergen-Hohne, Leopard-1A1, Centag winnaar (NL 5e plaats), B-esk 11 Tkbat
1985 - Bergen-Hohne baan 9, Leopard-2, Northag winnaar (NL 1e plaats), A-esk 43 Tkbat
1987 - GrafenwŲhr, Leopard-2, Centag winnaar (NL 4e plaats), C-esk 43 Tkbat
1989 - Bergen-Hohne baan 9, Leopard-2A4, Northag winnaar (NL 1e plaats), A-esk 41 Tkbat
1991 - GrafenwŲhr, Leopard-2A4, Northag winnaar (NL 2e plaats), C-esk 43 Tkbat

* Los van de 'ranking' om de CAT Trophy, heeft Nederland ook bij de best scorende pelotons diverse prijzen behaald.


NL CAT emblemen .


Een Nederlandse Leopard-2A4 in actie.



juni 2017

Bron: VOC nr 2-2017


Tankontwikkelingen sinds 2015
Deel 2 - West Europa


Rheinmetall Advanced Technology Demonstrator (Duitsland).

Ritmeester Michael de Pauw Gerlings

Met het einde van de Koude Oorlog ontstond al snel de gedachte dat de westerse legers hoofdzakelijk nog maar expeditionaire missies zouden uitvoeren met lichte of medianeneenheden. Gemechaniseerde eenheden pasten hier niet bij en het was 'bon ton' om de tank achterhaald te verklaren. De gebeurtenissen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden aan de oostzijde van Europa, hebben dit beeld enigszins veranderd. Het is niet meer uit te sluiten dat westerse militairen in de toekomst in deze regio betrokken worden bij gevechten tegen vijandelijke eenheden die uitgerust zijn met tanks. Het is opvallend dat westerse vakbladen en websites, gespecialiseerd in defensie aangelegenheden, meer artikelen schrijven over tanks en andere zware pantservoertuigen dan voorheen. Symbool voor deze gedachtewisseling waren misschien wel de beelden van de overwinningsparade in Moskou van mei 2015, waarbij Rusland een groot aantal nieuwe pantservoertuigen presenteerde, waaronder een ook een nieuwe tank: de T-14 Armata.

Aanleiding om in de VOC-Mededelingen nader in te gaan op de ontwikkelingen die sindsdien op het gebied van tanks hebben plaatsgevonden. In de VOC-Mededelingen nummer 4 van 2016 hebben we de ontwikkelingen in Oost-Europa belicht. In deze editie kijken we naar West-Europa en in het volgende nummer richten we de blik op de Verenigde Staten, het Midden-Oosten, AziŽ, Afrika en Latijns-Amerika.

Frankrijk
Het Franse leger is in 2014 begonnen met het project SCORPION. Dit programma heeft tot doel de vervanging of de modernisering van alle operationele voertuigen van de landmacht en de invoer van een nieuw en uniek Battle Field Management System voor alle niveaus van optreden t/m bataljonsniveau. Voor de Franse cavalerie betekent dit onder meer dat de pantserwielvoertuigen van het type ERC 90 en AMX 10 RC zullen worden vervangen door het nieuwe pantserwielvoertuig Jaguar EBRC en dat de Main Battle Tank AMX 65 Leclerc zal worden gemoderniseerd.

De ERC 90 en de AMX 10 RC zijn pantserwielvoertuigen met groot kaliber kanon (respectievelijk 90 en 105mm) die sinds het eind van de jaren '70 in gebruik zijn. Beide zijn met veel succes ingezet tijdens verschillende missies. De ERC 90 is op dit moment nog aanwezig bij de cavalerieregimenten van de lichte brigades. De AMX 10 RC was oorspronkelijk ontworpen tijdens de Koude Oorlog als verkenningsvoertuig met een goede antitankcapaciteit ten behoeve van de uitvoering van de traditionele lichte cavalerie taken. Het voertuig is de laatste jaren regelmatig ingezet als direct vurend platform ter ondersteuning van de infanterie, zoals in Afghanistan en Mali. Beide pantservoertuigen zijn ondertussen verouderd en niet meer in staat om moderne tanks uit te schakelen.


Jaguar EBRC (Frankrijk).

De Jaguar EBRC zal een 6x6 pantserwielvoertuig zijn met drie bemanningsleden en bewapend met een 40 mm snelvuurkanon, vier geleide antitankraketten MMP (Missile Moyenne Portťe), een Remote Controlled Weapon Station (RCWS) met een 7,62 mm mitrailleur, een laser waarschuwingssysteem en een detectiesysteem voor geleide antitankraketten. Er zullen 248 Jaguars worden ingevoerd tussen 2020 en 2032. Dankzij de MMP zal de Jaguar moderne tanks kunnen uitschakelen tot een afstand van circa 4000 m. De munitie van het snelvuurkanon is zeer effectief tegen licht gepantserde doelen en licht beschermde opstellingen. De keuze voor deze bewapening maakt het mogelijk om een licht pantservoertuig (25 ton) te ontwikkelen dat eenvoudig is te vervoeren met transportvliegtuigen. Deze keuze levert ook een aantal nadelen op. Het voertuig zal een beperkt aan aantal MMP's kunnen meenemen (circa 4 tot 8 stuks). Tijdens recente missies kon het munitieverbruik van de AMX 10 RC fors oplopen (de AMX 10 RC beschikt over 38 granaten). De Jaguar zal in bepaalde situaties zich vaker uit het strijdtoneel moeten verplaatsen voor herbevoorrading. Doordat de afvuurprocedure van een geleide raketsysteem in de regel langer is dan bij een kanonsysteem, zal het afvuren van de MMP met een lagere vuursnelheid plaatsvinden dan bij een groot kaliber kanon. Daarnaast zal de prijs per MMP op circa 80.000 euro per stuk uitkomen. Wegens de beperkingen van de Jaguar zal Frankrijk bij bepaalde omstandigheden eerder gedwongen zijn om hun MBT in te zetten dan het nu het geval is.


AMX 65 Leclerc (Frankrijk).

De Leclerc tank is vanaf 1993 in gebruik bij het Franse leger en heeft sindsdien meerdere modificatieprogramma's ondergaan en deelgenomen aan verschillende buitenlandse operaties. De Leclerc is ook in gebruik bij de Verenigde Arabische Emiraten, die de tank heeft ingezet tegen de Houthi milities in 2015 in Yemen. Het land heeft destijds twee tankbataljons ingezet (70 tot 80 Leclerc tanks, waarvan een aantal met pantsermodules AZUR). Deze eenheden hebben o.a. deelgenomen aan verschillende offensieve acties aan de buitenrand en het centrum van de stad Aden en ze zijn ingezet bij de verovering van de vliegbasis Al Anad. De tanks zijn verder ingezet bij verschillende operaties in bergachtig gebied. Er is weinig bekend over de prestaties van de Franse tank in dit conflict. Wel kan worden vermeld dat Saudi-ArabiŽ 20 Abrams M1A1 tanks heeft verloren en er geen enkele Leclerc is uitgeschakeld. 4 Leclerc tanks zijn mogelijk beschadigd geraakt door geleide anti-tank raketten waarbij ťťn tankcommandant is gesneuveld. Saudi-ArabiŽ heeft begin 2016 bekend gemaakt dat zij overweegt een aantal Leclerc tanks te kopen. Deze aankoop zal dan plaatsvinden naast de recente aanschaf van 153 Amerikaanse Abrams tanks.

In maart 2015 heeft de Franse regering een contract met de Franse fabrikant NEXTER getekend om 200 tanks Leclerc te moderniseren. Het moderniseringsprogramma zal tot 2020 duren en moet het gebruik van de tank tot 2040 mogelijk maken. Bij de meest relevante aanpassingen behoort als eerste de verbetering van de bescherming door de mogelijkheid om de pantsermodules AZUR te plaatsen. Deze modules zijn door Nexter ontworpen om de tank beter te beschermen tijdens het optreden in verstedelijkt gebied. Door het plaatsen van alle pakketten zal het gewicht van de tank toenemen van 57 ton naar 63 ton. Verder zal de boordelektronica worden vernieuwd en een RCWS op de toren worden gemonteerd. Als laatste zal de Leclerc de nieuwe munitie HE M3M kunnen gebruiken. Deze High Explosive granaat kan door de schutter worden geprogrammeerd met drie verschillende effecten: impact, delay, of airburst. Met de mode airburst detoneert het projectiel boven het doel.


AMX 65 Leclerc AZUR (Frankrijk).

Ondertussen zijn de eerste stappen voor de ontwikkeling van een nieuwe tank ondernomen. De opvolger van de Leclerc zal mogelijk een Duits-Franse tank worden die waarschijnlijk ook de Leopard 2 gaat opvolgen. De Duitse firma Krauss-Maffei Wegmann en de Franse firma Nexter hebben een overeenkomst getekend voor de vorming van een gezamenlijke joint venture. Dit nieuwe bedrijf, KANT (K(MW) A(nd) N(exter) T(ogether), is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van deze nieuwe tank.


Schuttersplaats Rheinmetall Advanced Technology Demonstrator (Duitsland).

Duitsland
De Duitse firma Rheinmetall heeft in 2010 de MBT Revolution uitgebracht. Deze tank beschikte over alle verschillende upgrade modules, gemaakt door deze firma of partnerbedrijven, die op een Leopard 2A4 konden worden aangebracht. Tijdens de internationale wapenbeurs Eurosatory van 2016 presenteerde Rheinmetall een nieuwe versie van deze tank: MBT Advanced Technology Demonstrator. Deze tank was uitgerust met talloze verbeteringen op het gebied van de bescherming, de bewapening, Situational Awareness voor de bemanning en de vuurleiding. Naast deze tank presenteerde Rheinmetall een nieuwe schietbuis van 130 mm die vanaf 2025 op de markt komt. De firma heeft ook bekend gemaakt dat het bezig is met de ontwikkeling van een nieuwe 120 mm schietbuis die 20% meer druk aan kan, waardoor het mogelijk wordt om krachtiger munitie (DM 73) te verschieten. De ontwikkeling van deze nieuwe schietbuis moet in 2018 zijn afgerond.


Remote Controlled Weapon Station op de Rheinmetall Advanced Technology Demonstrator (Duitsland).

Duitsland is vanaf 2015 begonnen met het moderniseren van haar Leopard-2A6M tanks. De gemodificeerde tanks dragen de naam Leopard-2A6M+. De Leopard-2A6M+ upgrade bevat voornamelijk een nieuwe intercom (SOTAS IP), een brandblusinstallatie en een ladersbedieningspaneel. De tank is verder voorzien van ultracaps die piekspanningen in het elektrisch systeem moeten voorkomen. Ten slotte beschikt de tankcommandant over een nieuw digitaal bedieningspaneel en een periscoop Peri 17A3 met een derde generatie warmtebeeld (Attica).

ItaliŽ
De Centauro is een tank op wielen die sinds het begin van de jaren '90 in gebruik is bij de Italiaanse cavalerie. De Centauro is de basis geweest voor een hele familie pantserwielvoertuigen met verschillende uitvoeringen, zoals infanterie, artillerie, berging en luchtverdediging. De Centauro is bij meerdere operaties (o.a. in SomaliŽ, Kosovo en Irak) ingezet door het Italiaanse leger. Tijdens Eurosatory 2016 heeft de Italiaanse fabrikant Iveco - Oto Melara de opvolger van de Centauro gepresenteerd: de Centauro II.


Centauro II (ItaliŽ).

De algemene configuratie van het pantservoertuig blijft ongewijzigd: een 8x8 panterwielvoertuig met vier bemanningsleden en uitgerust met een modern vuurleidingsysteem gekoppeld aan een zwaar kaliber kanon. De motor zit voorin het voertuig, waardoor er opbergcapaciteit aan de achterzijde van het voertuig ontstaat. Deze wordt in eerste instantie gebruikt ten behoeve van de munitie. De Centauro II is uitgerust met een hoge druk 120 mm L 45 schietbuis. Deze schietbuis gebruikt dezelfde munitie als de Leopard 2. De schietbuis is gekoppeld aan een semi automatisch laadsysteem met twee magazijnen van elk 6 patronen, waarbij de lader alleen het sluitstuk hoeft te bedienen voor het laden van een nieuwe patroon. De overige munitie is opgeslagen in het onderstel en de achterzijde van de toren. Beide opslagruimtes zijn dusdanig ontworpen dat bij een explosie de druk naar de buitenzijde van het voertuig kan ontsnappen. Op de toren van het voertuig kan een RCWS worden geplaatst. De bepantsering is verbeterd, voornamelijk tegen het gebruik van mijnen en geÔmproviseerde explosieven (IED). Een groot deel van de onderzijde van de romp is daarom in een V-vorm gebouwd om de effecten van een explosie van het voertuig af te buigen. Indien noodzakelijk kan het voertuig worden uitgerust met extra pantsermodules en een IED stoorzender. Het voertuig weegt maximaal 30 ton en dankzij een motor van 720 PK kan het een snelheid bereiken van 105 km/uur. De Centauro II beschikt over een beeldsysteem waarbij de bestuurder 360? zicht rondom het voertuig heeft d.m.v. 7 camera's, waarvan 4 met warmtebeeld. De ontwikkeling van de Centauro II is nog niet afgerond en het is op dit moment nog onbekend wanneer het voertuig bij de Italiaanse cavalerie zal instromen.


Challenger 2 (Groot-BrittanniŽ).

Groot-BrittanniŽ
Het Britse leger beschikt op dit moment over circa 220 MBT's Challenger 2. Deze tanks zijn vanaf 1994 in de bewapening. Vanwege hun leeftijd en de nieuwe dreiging in Oost-Europa, waarbij Rusland een sterke en moderne tankvloot aan het opbouwen is, is de Challenger 2 aan vervanging toe. Het land heeft op dit moment niet de financiŽle middelen om een nieuwe tank te kopen, laat staan te ontwikkelen. Het Britse leger heeft daarom gekozen voor een moderniseringsprogramma van de Challenger 2 waarmee de levensduur verlengd zal worden tot 2035. Begin 2017 heeft de firma Rheinmetall het contract gekregen voor de ontwikkeling van een vernieuwde Challenger 2. De aard van het moderniseringsprogramma was op het moment van schrijven nog niet bekend.


Onderwijsleermiddelen tankmunitie Challenger 2 (Groot-BrittanniŽ).

De kans is echter groot dat de modernisering onder meer de richtmiddelen en het kanon zal bevatten. De Challenger is de enige tank, samen met de Indiaanse Arjun, die is uitgerust met een kanon met trekken en velden. De Challenger gebruikt ook nog kardoes zakken. De prestaties met dit kanon zijn dan ook minder groot ten opzichte van een schietbuis waarmee de meeste moderne tanks zijn uitgerust. Indien de Challenger met een nieuwe schietbuis wordt uitgerust zullen er grote aanpassingen moet plaatsvinden aan de toren.

Het sultanaat van Oman, de andere Challenger gebruiker, is ook bezig met de vervanging of de modernisering van zijn Challengers 2. Volgens bepaalde bronnen heeft het land interesse getoond in de aanschaf van de Leopard-2 en de Turkse MBT Altay. Het sultanaat beschikt over 38 Challenger 2 tanks.


MBT Altay (producent Turkije).

Door het juiste te doen, vreest gij niemand.
U doet pas het juiste als u regelmatig deze site bezoekt.