Cavalerie: Leopard 1V, Monument

Door Lesley Delsing

Sinds het inleveren van de Leopard 1V voor de Leopard 2A4 staat voor gebouw 249 een Leopard 1V als monument verscholen onder de bomen waar vrijwel niets mee gebeurde. Voor zover ik weet is er in 1996 nog eens een poging ondernomen door de SMOD van het B-Eskadron om de tank aan de praat te krijgen wat niet lukte. Het enige onderhoud dat er aan gedaan werd was dat de tank af en toe vrijwillig werd "schoongemaakt" door personen die een paar keer te laat waren geweest en dan de "Leopard 1 onderhoudsset" bestaande uit een emmer en twee borstels konden ophalen, maar van echt onderhoud was geen sprake.

Uit diverse gesprekken bleek dat het diverse kaderleden en manschappen een doorn in het oog was dat dit stuk geschiedenis van 11 Tank Bataljon stond weg te rotten onder de bomen. Tenslotte heeft het 11e tankleger maar liefst 23 jaar met dit type tank rondgereden, langer dan met elk ander tanktype tot nu toe. Van augustus 1970 tot en met 1985 heeft men met de Leopard 1 rondgereden en in 1985 heeft men de Leopard 1 ingeleverd en de Leopard 1V (Verbeterd) voor teruggekregen waarmee men tot 1993 mee heeft rondgereden.

Na hier en daar wat ge´nformeerd te hebben naar de bereidbaarheid om hier wat aan te doen bleek dat velen ge´nteresseerd waren hieraan deel te nemen ook als dit zou betekenen dat er soms buiten de diensturen gewerkt zou moeten worden aan de tank. Om het een en ander in goede banen te leiden en om een aanspreekpunt te hebben werd de "Commissie Leopard 1V" geformeerd welke nu bestaat uit de volgende personen; 12 R, 12 E, 12 B, 11 B en 22 E. Deze commissie heeft de volgende doelstellingen; Na overleg met diverse functionarissen binnen het bataljon werd een afspraak gemaakt dat de Leopard 1V afgesleept zou worden door de bergingstank. Om dit veilig te laten gebeuren moest eerst de weg met lint worden afgesloten, twee auto's weggeduwd worden en een hekje verwijderd worden. Hierna kon de bergingstank onder grote belangstelling van het schoolbataljon voorzichtig de Leopard 1V naar voren lieren, wat overigens perfect lukte. Hierna werd de triangel vastgemaakt en kon het geheel naar de spuitplaats waar een andere ploeg klaarstond om de buitenkant van de tank te ontdoen van algen, bladeren en ander vuil. Na deze klus werd de tank naar de SMOD loods gebracht waar hij voorlopig overdekt kan staan.

Een paar dagen later zijn vrijwilligers van diverse pelotons in de avonduren bezig geweest de binnenzijde van de gevechtsruimte vrij te maken van diverse schimmelculturen, zand, bladeren en andere meuk wat er in de loop der tijd in terecht is gekomen. Na deze schoonmaakbeurt heeft GWI en de beide SMOD's de toren en onderstel aan een korte inspectie onderworpen om te kijken of het een en ander haalbaar is. Na deze inspectie bleek dat de onderste 20 cm van de toren redelijk geleden door het water wat er in gestaan heeft. Boven dit peil was het in een vrij goede staat en in ieder geval compleet.

Na de oefening in Polen wordt het achterdek en de motor gelicht om te kijken in wat voor een staat deze verkeren. In ieder geval was na al die jaren het koelvloeistofniveau en motorolie peil nog goed. De kwaliteit van de transmissieolie was wat minder goed door vuil en vocht wat er in terecht is gekomen.
Om wat meer te weten te komen over de Leopard 1V hadden we een TH van het onderstel en toren nodig.
Dit werd snel opgelost door iemand van het Stafeskadron die nog een 1TH toren, 1TH onderstel en een OK/IK had van de Leopard 1V en deze ter beschikking heeft gesteld voor het project (Majoor, bedankt!). Ook is het rijboekje van de tank boven water gekomen waaruit bleek dat deze tank met chassisnummer 12337 en kenteken KU-93-35 de tank was van de bataljonscommandant, de toenmalig LKol de Jonge.

Tot zover de stand van zaken over dit project.


"Die tank verdient gewoon beter"

Een beetje sjofel staat hij erbij, de Leopard I. Met zijn aangevreten groene verflaag en roestige tracks is het een lelijk eendje onder de tankoverkapping tussen de hypermoderne Leopards 2A5. Maar dat zal niet lang meer duren als het aan de wachtmeesters Robbin Reym, Niels Quist, Michel Dokter en eerste luitenant Robert Buisman ligt. Zij hebben het initiatief genomen om het erfgoed van II Tankbataljon Huzaren van Sytzama weer in perfecte staat te krijgen.

Tien jaar geleden ruimden de laatste Leopard 1 het veld bij het bataljon om plaats te maken voor de Leopard 2. Om toch nog iets van het verleden te behouden, kreeg de tank van de toenmalige bataljonscommandant een laatste grondige onderhoudsbeurt en werd, afgetankt en wel, voor het stafgebouw van het bataljon in de bosjes geparkeerd. Daar bleef hij staan tot voor en paar weken geleden.

Roesten

Zonde vond het viertal. "Daarom zijn we met zijn vieren bij elkaar gaan zitten en hebben besloten om hem weer in originele staat terug te brengen," aldus Robert Buisman. "Het is toch een stukje erfgoed van het bataljon. De Leopard 1 heeft dienst gedaan vanaf begin jaren zeventig tot begin jaren negentig.

Talloze dienstplichtigen en beroepsmilitairen hebben hun opleiding gekregen op deze tank. Dan is het gewoon heel jammer, als hij maar een beetje weg staat te roesten." Wachtmeester Reym: "Deze tank staat ook vermeldt in het blad Armour Archive dat bijhoudt waar alle oude tanks zijn gebleven. Dan kun je het als tankbataljon niet maken hem zo te verwaarlozen. Als je dan kijkt hoe keurig verzorgd die oude voertuigen van het 17de erbij staan, dan kunnen wij niet achterblijven." Hoewel het viertal het initiatief heeft genomen voor de renovatie, kunnen zij dit niet alleen ten uitvoer brengen. "De tijd ontbreekt gewoon met uitzendingen en oefeningen," aldus Reym. "En we willen dat ook niet. Het moet een bindingselement van het hele bataljon worden." Daar zijn de initiatiefnemers goed in geslaagd. Het enthousiasme om mee te helpen is groot binnen het bataljon. "We krijgen ook veel steun van de wat oudere collega's. Zij helpen met de kennis. Ze hebben ervaring met de Leopard 1 en dat maakt het een stuk gemakkelijker."

Zorgenkindje

Inmiddels is de tank onder de overkapping om hem na tien jaar nattigheid te laten drogen. De initiatiefnemers zijn nu druk bezig met het vinden van een loods waarin ze de herstelwerkzaamheden kunnen uitvoeren. "Het wordt nog een behoorlijke klus," zegt Quist. "Het onderstel en de motor vallen nog enigszins mee. Dat is het probleem niet. Zorgenkindje is de koepel. Daar zit de meeste elektronica in en de vraag is, of we dat kunnen herstellen. Daarom zijn we ook aan het kijken, of we er misschien nog een andere koepel beschikbaar is in een of ander vaag MOB-complex."

Wanneer de oldtimer weer in volle glorie rond kan rijden, durven Quist en Reym nu nog niet te voorspellen.