Cavalerie: Artikelen VOC

6 december 2015

Bron: VOC nr 4-2015

GEMECHANISEERDE CAPACITEITEN.

De ontwikkeling van gemechaniseerde capaciteiten Slagkracht en
escalatiedominantie voor de toekomstige dreiging.

Kolonel P.M. van der Touw - luitenant-kolonel N.U. Stam

De meeste actualiteitenprogramma's confronteren de kijker momenteel met de inzet van zwaar militair materieel in tal van crises en conflicten, zoals in Oekraïne en in gebieden waar de Islamitische Staat in opmars is. Om deze plotseling opgekomen dreigingen te trotseren lijkt het er op dat gemechaniseerde eenheden in de toekomst meer dan nodig zullen zijn. Maar zijn dit wel de toekomstige conflicten? En zijn gemechaniseerde capaciteiten een deel van de oplossing voor deze conflicten?

As an Army, 'decisive combat is our first responsibility (...) to deliver the punch that nobody else (...) can deliver.' Heavy armor 'is an asymmetric advantage that we should not concede to anyone' (Major General William Hix, U.S. Army, Deputy Director of the Army,s Capabilities Integration Center).

Omdat toekomstige conflicten toch al moeilijk te voorspellen zijn, is het nog moeilijker om een krijgsmacht zo te formeren dat deze de onbekende toekomstige vijand effectief kan trotseren. Niemand kan in de toekomst kijken, laat staan voorspellen welke capaciteiten effectief zullen zijn tegen die vijand. Toch doen we een poging vanuit de vraag die in dit artikel centraal staat: zijn gemechaniseerde capaciteiten het antwoord op de onbekende conflicten van de toekomst?

We betogen dat gemechaniseerde eenheden inderdaad een antwoord zijn op de conflicten van de toekomst. We gebruiken hierbij het gedachtegoed dat centraal stond tijdens het symposium 'Operationeel concept voor Gemechaniseerde Operaties' dat, op initiatief van Commandant 43 Gemechaniseerde Brigade, op 25 september 2014 plaatsvond. We beginnen onze argumentatie met het toelichten van het uitgangspunt van de beleidsnota In het belang van Nederland. Daarna gaan we in op de relevante dreigingen. Vervolgens komen de huidige misvattingen, die de discussie over gemechaniseerd optreden verstoren, aan bod. In antwoord hierop beschrijven we de eigenschappen van gemechaniseerde eenheden die wij als kerncompetenties beschouwen en sluiten af met beoogde toekomstontwikkelingen.

De beleidsnota
De regeringsnota In het belang van Nederland steunt op drie pijlers: financiële duurzaamheid, operationele duurzaamheid en internationale samenwerking. De krijgsmacht moet betaalbaar zijn, nu en op langere termijn, en moet ook in de toekomst kunnen omgaan met diffuse dreigingen en risico's. Een eenzijdige oriëntatie op één type missie is niet verantwoord, aldus de regering. Integendeel, de Nederlandse krijgsmacht moet voorbereid blijven op een scala aan inzetmogelijkheden, in alle fasen van een conflict en zo nodig op grote afstand van de eigen landsgrenzen. Bovendien kiest de Nederlandse regering voor een hoogwaardige en op innovatie georiënteerde krijgsmacht, die kan profiteren van nieuwe concepten en technologische ontwikkelingen. Tot slot zoekt de krijgsmacht naar nieuwe en verregaande vormen van internationale samenwerking, waarmee de lasten en operationele risico,s evenwichtig kunnen worden verdeeld. Met het Connected Forces Initiative, waar Smart Defence een onderdeel van is, kunnen we de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen versterken en ontbrekende capaciteiten compenseren.

De pantserinfanteriebataljons van 43 Mechbrig beschikken over de CV9035NL.

Als gevolg van de beleidsnota In het belang van Nederland maakt de landmacht, tegen de achtergrond van haar 200-jarig bestaan, op dit moment twee belangrijke ingrijpende keuzes. Deze keuzes staan beschreven in het Operating Concept Landoptreden (OCL). Ten eerste reorganiseert de landmacht zich rond vier manoeuvrecapaciteiten, die alle tot op formatieniveau kunnen worden ontplooid. Deze capaciteiten - Special Operations Forces (SOF), Air Assault, Gemotoriseerd en Gemechaniseerd - kunnen als zelfstandige capaciteit worden ingezet of multidisciplinair in tailor-made taakgroepen worden gegroepeerd. De landmacht wil hiermee, binnen de huidige financiële randvoorwaarden, veelzijdigheid realiseren. Ten tweede zal de landmacht in de komende jaren op niet eerder vertoonde wijze internationaal worden ingebed. Met de oprichting van multinationale formaties heeft de landmacht een instrument om strategische defensiekeuzes expliciet en in nog nauwere samenwerking met buitenlandse partners te maken. De gezamenlijke financiering van gezamenlijke defensieapparaten is dan een logische vervolgstap. Het uitgangspunt moet zijn dat Nederland vooral slimmer en niet per definitie minder moet investeren.

Bovenstaande twee keuzes vormen de kern van het OCL, dat het Commando Landstrijdkrachten in opdracht van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) ontwikkelt en waaronder zogeheten Operating Concepts voor de verschillende manoeuvrecapaciteiten hangen. 43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte legt momenteel de eerste steen voor het Operating Concept voor Gemechaniseerde Operaties met een symposium en diverse publicaties. Met 43 Gemechaniseerde Brigade garandeert de landmacht een hoogwaardige, robuuste en genetwerkte capaciteit waarmee in het hoogste deel van het geweldsspectrum kan worden geopereerd. In navolging van 11 Air Manoeuvre Brigade, sinds juni 2014 in de Duitse Division Schnelle Kräfte geïntegreerd, volgt 43 Gemechaniseerde Brigade binnenkort een vergelijkbaar traject met 1 Duitse Panzerdivision. Voor de landmacht is deze diepe integratie in grotere Duitse formaties geen politieke show case, maar een capaciteit die we in de komende jaren met overtuiging ontwikkelen.

Russische annexatie van de Krim.

Er zijn vier ontwikkelingen die de gezamenlijke westerse veiligheid bedreigen in die zin dat ze de mogelijkheid van een gewapend conflict vergroten. In de eerste plaats is er de toegenomen verbale assertiviteit van Rusland en China. In de regel worden spanningen getemperd door corrigerende dynamieken, zoals gedeelde belangen, wederzijdse financiële en economische afhankelijkheid, militaire afschrikking, verdragen en regelingen. Dit alles heeft potentiële uitdagers van de wereldorde ervan weerhouden om conflicten te laten escaleren. Een analyse van het laatste decennium toont echter aan dat dit mechanisme niet meer vanzelfsprekend is. De (her)rijzende grootmachten Rusland en China gaan steeds verder in het riskeren van internationale crises om hun doelen te bereiken. De toegenomen assertiviteit van deze landen versterkt het risico dat conflicten escaleren tot het niveau van openlijk geweld.

'Prinsen en Koningen zullen handel drijven zolang ze daarmee het meeste gewin behalen. Ze zullen dreigen met oorlog als oorlog de kans op gewin vergroot. Ze zullen afzien van oorlog, als ze de kosten ervan in hun levenstijd niet met handel drijven kunnen terugverdienen, - Niccolo Machiavelli, Il Principe, (1513).

Naast de bekende retoriek gedraagt zowel Rusland als China zich ook feitelijk assertiever. Dat manifesteert zich niet alleen in stijgende defensiebudgetten, maar ook in de vorm van internationale militaire presentie en nieuwe wapenwedlopen, zoals bijvoorbeeld in cyberspace. Deze assertiviteit is verre van anekdotisch. In het geval van Rusland en China staan veiligheidsbeleid, militaire doctrine en inrichting en stationering van de krijgsmacht in een logische relatie. De daden van beide landen spreken als het ware luider dan hun woorden en men doet wat men zich heeft voorgenomen. De gevolgen van deze machtspolitiek zijn aanzienlijk en de Europese landen zullen een passend antwoord moeten vinden.

Machtsvertoon door China.

Een tweede dreiging wordt veroorzaakt door de toenemende strijd om grondstoffen en de rol die zogeheten 'scharnierstaten' hierin vervullen. Scharnierstaten zijn in het bezit van of controleren de toegang tot militaire, economische of ideologische goederen Ze zijn gevangen tussen overlappende en concurrerende invloedssferen van de grootmachten en vormen de 'kreukelzone' van het internationale systeem. Ook wanneer grootmachten het vermijden om openlijk en in direct gewapend conflict met elkaar komen, zullen ze risico's nemen om hun invloed op zulke staten te behouden. Dit leidt thans tot hybride conflicten, die verdacht veel lijken op de proxy wars van de Koude Oorlog, waarbij een grootmacht de scharnierstaat het conflict liet uitvechten onder toekenning van veelal heimelijke steun. In de wetenschap dat de invloedssferen van de grootmachten de afgelopen dertig jaar ingrijpend zijn verschoven, is het zinvol om deze scharnierstaten in het vizier te houden. De voortdurende heroriëntatie van deze staten op zichzelf vormt al een bedreiging voor de westerse belangen. Zelfs in Duitsland, waar sinds de Tweede Wereldoorlog een behoudende buitenlandse veiligheidspolitiek geldt, debatteert men openlijk over militaire inzet om de economische belangen te beschermen. Het belang dat westerse samenlevingen toekennen aan energievoorziening, verschaffing van grondstoffen en toegang tot afzetmarkten is groot. De hiermee samenhangende infrastructuur moet worden beschermd en, in extremis, worden bevochten.

Maar is Nederland bereid om daarvoor de noodzakelijke investeringen te doen? Of verleggen we de kosten van onze belangenbehartiging liever naar coalitiepartners? Het afnemend ownership van de Nederlandse collectieve veiligheid vormt namelijk een derde dreiging. Europese NAVO-leden zetten de trans-Atlantische band al jaren onder druk met de gebrekkige invulling van coalitieverplichtingen. Lidstaten beschouwen de NAVO als een politieke organisatie in plaats van een militaire, met als voornaamste wapen de voortdurende uitbreiding met nieuwe leden. De nieuwe lidstaten hebben voornamelijk beperkt interoperabele legacy forces toegevoegd, maar bevinden zich voorlopig wel onder de beschermende paraplu van het bondgenootschap. Ondertussen hebben de oude lidstaten unilaterale en visieloze reducties doorgevoerd. De uitbreiding heeft de NAVO maar zeer beperkt extra militaire capaciteiten opgeleverd, terwijl het potentieel voor conflict langs de buitengrens is toegenomen.

Rusland moderniseert zijn strijdkrachten: de T-14 Armata tank.

De militaire macht van de NAVO is lange tijd het resultaat geweest van Amerikaanse investeringsbereidheid. Maar juist de Verenigde Staten, daartoe gedwongen door de financiële crisis, hebben het ambitieniveau neerwaarts bijgesteld. Europeanen vergeten vaak dat de NAVO slechts één van de veiligheidsorganisaties is waarmee de Verenigde Staten hun mondiale belangen afdekken. Amerikanen schaken simultaan en verwachten terecht van hun Europese bondgenoten dat zij niet alleen politiek, maar ook militair de lasten naar draagkracht op zich nemen. De Amerikaanse bijdrage aan de NAVO Command and Force Structure wordt teruggebracht, evenals het aantal Europese bases. Politiek blijven de Verenigde Staten dominant binnen het bondgenootschap aanwezig, maar van Europa wordt terecht een evenrediger bijdrage gevraagd.

Op de NAVO-Top in Wales in 2014 lijkt de trend van bezuinigingen te zijn gebroken. In de eindverklaring stelden de bondgenoten dat de investeringen in defensie over tien jaar de omvang van 2 procent van het Bruto Nationaal Product weer zullen hebben bereikt. Dit politieke voornemen moet weliswaar nog worden ingevuld, maar vormt nu al een sterk en hoopvol signaal. Een vierde dreiging komt voort uit Europese machtspolitiek, waarvan de situatie rond Oekraïne een passend voorbeeld is. De Russische annexatie van de Krim kan worden beschouwd als een reactie op de oostelijke expansie van de NAVO en de EU. Rusland voelt zich gemarginaliseerd, ziet zijn belangen bedreigd en wedijvert om erkenning als wereldmacht. Voor wie de retoriek en het consistente buitenlandbeleid van Moskou in de afgelopen jaren heeft gevolgd was de Russische reactie geen verrassing. Het strategisch belang van de Krim en de Oost-Oekraïense infrastructuur was bekend en dat maakt het des te pijnlijker dat Europa niet op het militair handelen van de Russen was voorbereid.

Het conflict in Oost-Oekraïne.

Het conflict in Oost-OekraïneHet is duidelijk dat de politieke verhoudingen tussen Rusland en het Westen een nieuwe fase zijn ingegaan. Het Westen heeft grote belangen in veel voormalige Sovjetstaten, nu soevereine buurlanden van Rusland. Rusland houdt zich vanuit zijn veiligheidsstrategie het recht voor om 'met aanwending van alle middelen' de Russische minderheden in deze landen te beschermen. Zo heeft president Poetin onlangs nog aangegeven dat hij de inzet van het nucleaire wapen zou overwegen als hij niet succesvol zou zijn op de Krim. Alleen al de intentie van Moskou om Russische minderheden in het buitenland te beschermen, in combinatie met de nodige retoriek, heeft een destabiliserend effect op verscheidene buurlanden. Hier zal het Westen een passend antwoord op moeten vinden. Het lijkt in alle gevallen zinvol om Rusland van het gebruik van militaire middelen te kunnen doen afzien.

Het zou eufemistisch zijn te stellen dat de wereld 'vol dreigingen' is, maar de mondiale veiligheidsdynamiek geeft zonder twijfel aanleiding tot ongerustheid en zorgvuldig nadenken over de benodigde militaire capaciteiten. Proliferatie, nieuwe wapenwedlopen, extremisme en de wil van (her)rijzende grootmachten om krijgsmachten in te zetten dwingen het Westen tot alertheid en een daarop afgestemd defensiebeleid. In politiek-strategische zin is het niet de taak van militairen om de vrede te bewaren, maar om oorlog te voorkomen. Het vermogen om een agressor te kunnen afschrikken en in een conflictsituatie te domineren vormt de kern van deze taak. Dit vermogen zou, al dan niet in coalitieverband, maatgevend moeten zijn voor het ambitieniveau van Nederland.

Over gemechaniseerde capaciteiten bestaan bepaalde misvattingen die passen in het dogmatisch denken over 'licht versus zwaar' en 'snel versus langzaam'.

Misvattingen
In de discussie over gemechaniseerde capaciteiten bestaan twee wijd verbreide ideeën die als misvattingen te beschouwen zijn. Het gaat hierbij om het dogmatisch denken over 'licht versus zwaar' en 'snel versus langzaam'. De aanhangers van deze misvattingen pleiten voor een migratie naar lichtere wapensystemen en minder zwaar gepantserde voertuigen. Al in 2003 rekenden Otto van Wiggen en Martin Wijnen met een artikel in de Militaire Spectator af met de onrealistische opvatting dat snelheid en flexibiliteit synoniemen waren voor lichte bewapening en hoge mobiliteit. In de jaren '90 verschoof het zwaartepunt van Defensie van de Eerste naar de Tweede Hoofdtaak, van verdediging van eigen bondgenootschappelijk grondgebied naar crisisbeheersingsoperaties. Sindsdien is de krijgsmacht met grote regelmaat ingezet in crisisbeheersingsoperaties. Volgens de toenmalige opvattingen konden militaire eenheden in dat kader pas van nut zijn als ze snel inzetbaar en flexibel waren. Men redeneerde dat een vroegtijdige ontplooiing van lichte eenheden een de-escalerend effect op de conflictpartijen zou hebben. De waardering voor tanks en pantservoertuigen erodeerde hierdoor in hoog tempo.

'FCS [Future Combat System] was a troubled program because they had requirements that you couldn't meet. In the end, survivability was sacrificed in the interest of mobility.' Bob Sorge, General Dynamics FCS (2013).

Inmiddels weten we dat de verwachtingen over de-escalatie met lichte militaire middelen te optimistisch waren. Het terzijde schuiven van Dutchbat door de Israeli Defense Force (UNIFIL, juni 1982), het gedwongen vertrek van de Belgen uit Rwanda (UNAMIR, april 1994) en van Dutchbat III uit Srebrenica (UNPROFOR, juli 1995) toonde de kwetsbaarheid van lichte eenheden aan. De-escalatie met militaire middelen kan alleen worden bereikt als een vredesmacht overtuigend de dominante militaire macht in de regio vormt. Hiermee is de factor 'escalatiedominantie' in vredesoperaties hernieuwd geïntroduceerd en wordt deze bij de totstandkoming van het Strategisch Militair Advies expliciet meegewogen. Naast politieke wil en een robuust mandaat is escalatiedominantie de resultante van betere bescherming, hogere mobiliteit, superieure vuurkracht en de vrijheid van actie.

Een tweede misvatting is dat gemechaniseerde eenheden onaantrekkelijk zijn vanwege de complexiteit van capaciteiten en trage troepenopbouw. Het is zonder twijfel uitdagend om tanks en pantservoertuigen over grote afstanden te transporteren. Zelfs de enorme C-5 Galaxy kan maar twee gevechtstanks à 60 ton tegelijk vervoeren en daarbij is de beschikbaarheid van dit soort heavy lifters zeer beperkt. Bovendien stellen deze toestellen in beladen toestand hoge eisen aan de beschikbare start- en landingsbanen, waardoor ze in inzetgebied maar op een select aantal vliegvelden terecht kunnen. Het was vanwege dit soort pragmatische overwegingen dat de VS, ondanks zijn immense strategische luchtvloot, zijn zware middelen voor Desert Storm, Iraqi Freedom en ISAF voornamelijk via zeetransport verplaatste.

Verplaatsing van zware middelen per zeetransport.

Om de nadelen van veel gewicht te verminderen startte de U.S. Army rond de eeuwwisseling de ontwikkeling van het Future Combat System (FCS). Deze genetwerkte alleskunner zou maximaal 24 ton wegen, een hoge tactische mobiliteit hebben en voorzien zijn van stand-off precisie-wapensystemen. Vanwege deze combinatie van eigenschappen kon de bepantsering licht zijn; het was immers onwaarschijnlijk dat een tegenstander dit voertuig met wapens voor directe richting zou kunnen aangrijpen. Maar het FCS is nooit van de tekentafel afgekomen omdat het door de realiteit is ingehaald. Aangezien de benodigde techniek bij de start van de ontwikkeling van het FCS nog niet voorhanden was, introduceerden de Amerikaanse landmacht samen met de mariniers het Interim Armored Vehicle, de Stryker. Al snel na de eerste gevechtservaringen verloren tactische commandanten hun vertrouwen in dit voertuig. De irregulier optredende tegenstanders in Iraq en Afghanistan meden het open terrein en ook de Stryker-units werden gedwongen om het gevecht in bedekt terrein aan te gaan. Bij gevechten in oorden en in de dichtbegroeide green-zones werden de Strykers aan alle zijden getroffen. Het werd pijnlijk duidelijk dat het voertuig, dat zelfs aan de voorzijde relatief licht bepantserd was, over volstrekt onvoldoende incasseringsvermogen beschikte.

M1126 Stryker Combat Vehicle.

Om aan de actuele behoeftes te voldoen zijn de Amerikanen in 2009 gestart met de ontwikkeling van het Ground Combat Vehicle (GCV). Dit voertuig stond op rupsbanden, woog tussen de 40 en 70 ton, was aan alle zijden zwaar bepantserd en voorzien van een multifunctioneel wapenplatform. Het bood plaats aan twaalf man, inclusief een uitgestegen groep van negen infanteristen. De toegenomen lengte en uitrusting van de gemiddelde hedendaagse infanterist droeg bij aan de indrukwekkende omvang van dit big beast. De Amerikaanse landmacht alleen al had een behoefte gesteld van ruim 1700 GCV's. Toch zal deze voorlopig niet worden ingevuld. Niet omdat de technische specificaties niet worden onderschreven, maar omdat het Pentagon in 2014 gedwongen was ruim 80 procent van het ontwikkelingsbudget te schrappen. De Army Chief of Staff, generaal Raymond Odierno, trok de behoefte echter niet in twijfel. Integendeel: 'I was very pleased with the progress of the Ground Combat Vehicle. I think we have the requirements right. We just cannot afford it right now'.

Vasthoudende critici van gemechaniseerde eenheden wijzen dan nog op de omvangrijke logistieke staart. Zware voertuigen en grote kalibers hebben een toenemend effect op het te vervoeren tonnage. Daar valt niets op af te dingen, maar het moet wel in perspectief gezien worden. Zoals Van Wiggen en Wijnen al betoogden waren ook voor de ontplooiing en instandhouding van het bataljon van het Korps Mariniers naar Iraq (SFIR, juni 2003) meer dan zeshonderd containers nodig.

Een overmatige nadruk op factoren als ontplooibaarheid en de inspanning die de landmacht moet leveren om een eenheid in stand te houden, voert de discussie naar efficiency in plaats van effectiviteit. Containerbegrippen als 'licht' en 'flexibel' leiden tot het afdwalen van de vraag 'Wat hebben we nodig?' naar 'Wat zijn we bereid om te leveren?' In werkelijkheid bepalen de operationele omgevingsfactoren welke capaciteiten noodzakelijk zijn. Het is riskant gebleken om alleen met lichte eenheden te willen de-escaleren. Bij escalatie kunnen lichte eenheden vanwege hun kwetsbaarheid en gebrek aan vuurkracht terrein niet langdurig bezetten. Daarnaast is de waarde van snelle ontplooibaarheid maar relatief, aangezien het voortzettingsvermogen van landeenheden in de praktijk afhankelijk is van inherent langzaam transport over land en zee. Overigens pleiten wij niet voor bigger is better, maar we mogen de actuele eisen op het gebied van bescherming en ergonomie niet terzijde schuiven enkel in het voordeel van snelle ontplooibaarheid.

De kracht van het landoptreden ligt in de combinatie van eigenschappen van alle vier manoeuvrecapaciteiten - SOF, Air Assault, gemotoriseerd en gemechaniseerd - die tegelijkertijd ook niet los van elkaar kunnen worden gezien. Alleen door manoeuvrecapaciteiten samen te voegen ontstaat een capaciteit die full spectrum capable is en die gepast kan reageren op iedere dreiging. Daarom kiest de Koninklijke Landmacht voor een inrichting rond deze vier capaciteiten en voor het behoud van de flexibiliteit om de eigenschappen te integreren.

Kerncompetenties: slagkracht en escalatiedominantie
Om de plaats van gemechaniseerde eenheden in het spectrum van landoperaties te bepalen is het noodzakelijk om te begrijpen welke eigenschappen hen onderscheiden van de andere manoeuvrecapaciteiten. Die eigenschappen zijn slagkracht en escalatie-dominantie; slagkracht als resultante van vuurkracht, bescherming en mobiliteit, escalatie-dominantie als inherent vermogen om geweldsaanwending (over een breed geweldspectrum) met minimale voorbereiding te kunnen (op)schalen naar de behoefte van de plaats en het moment

Slagkracht en escalatiedominantie: inzet van de M1A2 Abrams tank in Irak.

Slagkracht
Slagkracht is op tal van plaatsen in het geweldsspectrum relevant. Enerzijds is er de mogelijkheid van een (dreigend) conflict met een agressor die zwaar bewapende gemechaniseerde formaties kan ontplooien. Volgens het Eindrapport Strategische Verkenningen zal die agressor zich daar alleen van onthouden als hij geconfronteerd wordt met een vergelijkbaar uitgeruste tegenstander die hem initieel kan afschrikken (deterrent force) en hem, als het toch tot gevechtshandelingen komt, beslissend kan verslaan (decisive force). De relevantie van slagkracht zal door de veranderende veiligheidsdreiging verder toenemen. Het aantal potentiële agressors met een dergelijke capaciteit neemt toe. Bovendien kan een confrontatie meestal niet worden voorspeld en is het dus zinvol om slagkracht zo snel mogelijk in te zetten.

Anderzijds is op grond van onze lange ervaring met vredesoperaties vast te stellen dat slagkracht onverminderd relevant is. Ook dan is het psychologisch effect van gemechaniseerde eenheden groot. Gemechaniseerde eenheden geven het niet mis te verstane signaal op significante dreigingen voorbereid te zijn en de mogelijkheid te hebben om het conflict in eigen voordeel te beslechten. Dit psychologisch effect wordt nog versterkt als het tot wapeninzet komt. De afschrikwekkende uitstraling is in relatieve zin groter dan de kinetische effecten als Nederland bereid is slagkracht ook daadwerkelijk in te zetten.

Tijdens een vredesoperatie kan de geweldsintensiteit in tijd en plaats sterk variëren. Daaruit komt de behoefte van commandanten voort om de aanwending van geweld - of de dreiging daarmee - snel aan de operationele omgeving te kunnen aanpassen (scalability of force). Een dergelijke flexibiliteit is het resultaat van onder meer tactische mobiliteit en snelle commandovoering, maar vooral van de beschikbaarheid van manoeuvrecapaciteiten waarmee het gehele geweldsspectrum kan worden afgedekt (full spectrum capable). Gemechaniseerde eenheden hebben een grote slagkracht, gekenmerkt door een combinatie van grote vuurkracht, optimale bescherming en grote tactische mobiliteit. Hierdoor zijn ze bij zulk optreden een onmisbare component, omdat ze bij uitstek geschikt zijn om in het hoogste, maar ook in een lager deel, van het spectrum te opereren.

Slagkracht is een variabele en kan niet alleen aan gemechaniseerde eenheden worden toegeschreven. Vanzelfsprekend ontwikkelen ook de andere manoeuvrecapaciteiten slagkracht, al moet worden vastgesteld dat die van een andere orde is. Zowel SOF, Air Assault als gemotoriseerde eenheden beslissen (ook) in het nabijgevecht, daar waar door voetoptreden de beslissing kan worden afgedwongen. De hieraan verbonden risico's zijn talrijk, evenals de randvoorwaarden om dit optreden succesvol te laten zijn. Met uitzondering van de strategische effecten van SOF-optreden is slagkracht voor deze manoeuvrecapaciteiten doorgaans het resultaat van grondgebonden vuursteun en luchtsteun. Als deze middelen niet voorhanden zijn of (binnen de geldende Rules of Engagement) niet mogen worden ingezet, bereiken de minder robuuste manoeuvre-eenheden eerder een culminatiepunt of een vooraf gedefinieerd abort-criterium. Daarentegen bestaan gemechaniseerde eenheden uit formaties zware wapendragers waarmee onder vrijwel alle (zicht)omstandigheden en met precisie op grote afstand doelen vanaf de grond kunnen worden aangegrepen. Er kan overwicht op een vijand worden bereikt, ook als vuur- of luchtsteunmiddelen tijdelijk niet beschikbaar zijn.

De slagkracht van gemechaniseerde eenheden komt ook tot uiting in hun hoge tactische wendbaarheid, waarmee zij het tempo kunnen bepalen door snel op vijandelijke acties te anticiperen en daardoor kansen uit kunnen buiten. Gemechaniseerde eenheden zijn niet per definitie sneller dan andere capaciteiten, maar zijn als formatie in het (open) terrein wel wendbaarder. Ze zijn bij uitstek geschikt om in brede formaties terrein te vermeesteren en dit naderhand door middel van beweeglijke vuurgevechten te behouden. Dit geldt ook in verstedelijkt gebied tot op het enkele voertuig. De draaicirkel van de rupsvoertuigen is namelijk heel klein (zo groot als het voertuig zelf) waardoor gemechaniseerde capaciteit heel snel kan manoeuvreren in oorden. Tempo kan echter niet worden ontwikkeld zonder tactische samenhang. Juist vanwege die samenhang is het logisch om het tankwapen te plaatsen binnen de gemechaniseerde eenheden. Om het tankwapen tot zijn recht te laten komen moet het deel uitmaken van formaties die qua snelheid, wendbaarheid, vuurkracht en beschermingsgraad vergelijkbaar zijn. In alle andere gevallen is een tank niet meer dan een infanterie-ondersteuningswapen. In die rol wordt maar beperkt slagkracht ontwikkeld en bovendien maakt het relatief langzame infanteriegevecht de tank kwetsbaar.

Op grond van het vermogen om in het hoogste deel van het geweldsspectrum te opereren worden gemechaniseerde eenheden nog weleens beschouwd als het 'sluitstuk' van de capaciteiten die een commandant ter beschikking staan. Dit is echter een te beperkte kijk op deze manoeuvrecapaciteit, want gemechaniseerde eenheden zijn vanwege de integratie van middelen en systemen juist zeer veelzijdig in optreden. Het is terecht om te stellen dat gemechaniseerde eenheden vanwege hun slagkracht commandanten in staat stellen verder te escaleren om de beoogde dominantie in het gevecht te bereiken.

Het psychologisch effect van gemechaniseerde eenheden is groot: ze geven het niet mis te verstande signaal dat ze een conflict in eigen voordeel kunnen beslechten.

Escalatiedominantie
Naast slagkracht is escalatiedominantie de tweede onderscheidende eigenschap van gemechaniseerde eenheden. Escalatie-dominantie wordt bereikt wanneer we overtuigend demonstreren dat we niet alleen de wil en het mandaat hebben, maar ook het vermogen om de geweldsaanwending op te schalen. Wie met escalatie dreigt maar het alsnog niet doet, is kwetsbaar voor een tegenstander, die dit tactisch en met informatie-operaties kan uitbuiten. Om dominant op het gevechtsveld te kunnen zijn moet een eenheid met weinig reactietijd activiteiten kunnen ontplooien in het gehele wapenspectrum. Deze variëren van informatie-activiteiten, crowd control, de inzet van minder-letale wapens en letale precisiewapens tot uiteindelijk letale wapens met effecten op een grote oppervlakte.

'We handhaven de vrede door onze kracht; zwakheid lokt slechts agressie uit.' Ronald Reagan, president van de Verenigde Staten (1981-1989).

Bepantsering geeft gemechaniseerde eenheden incasseringsvermogen en ze kunnen bereden, uitgestegen en te voet opereren. De uitrusting bestaat uit een veelheid aan geavanceerde wapensystemen en sensoren, die grotendeels via netwerken verbonden zijn en die snel op nieuwe doelen kunnen worden georiënteerd. Snelle heroriëntatie is ook mogelijk omdat het personeel op alle niveaus mentaal voorbereid is op escalerend of de-escalerend handelen. Om in alle situaties gepast te kunnen handelen hebben de eenheden tot op het laagste niveau een grote variatie aan letale wapensystemen. Helaas stellen we vast dat de beschikbaarheid van organieke minder-letale middelen beperkt is. Ondanks de indrukwekkende technische ontwikkelingen op dit gebied is het instrumentarium van de landmacht te beperkt om het gat tussen letale en minder-letale inzet sluitend te dichten. Deze tekortkoming is niet uniek voor gemechaniseerde eenheden, maar betreft alle vormen van manoeuvre-optreden. Gemechaniseerde eenheden verleggen ten opzichte van de andere vormen van manoeuvre-optreden de grens van escalatie-dominantie dus vooral aan de bovenzijde van het spectrum.

Bepantsering geeft gemechaniseerde eenheden incasseringsvermogen en ze kunnen bereden, uitgestegen en te voet opereren (hier de M2A3 Bradley IVF in Irak).

Overigens betekent de toepassing van escalatie-dominantie niet dat een conflict permanent in een bepaald deel van het geweldspectrum wordt vastgezet. Integendeel, een kortstondige militaire escalatie kan conflictpartijen ertoe bewegen versneld tot een resolutie te komen. Escalatie-dominantie heeft per definitie dus geenszins een vernietigend karakter. Op basis van dat inzicht besloot de VS in 2006 zijn grondtroepen in Irak te versterken met een operatie die bekend werd als the Surge.
Vanwege de benodigde slagkracht en het vermogen om te escaleren bestond 62 procent van de ingevaren en ingevlogen formaties uit gemechaniseerde eenheden. De meeste waren niet voorbestemd voor inzet in de open ruimte, maar juist in verstedelijkte gebieden, daar waar de gevechtsafstanden kort en het incasseringsvermogen groot moet zijn.

In januari 2007 zei de toenmalige president George W. Bush in een tv-toespraak over de Surge: 'This is the new way forward. The overall operational objective is to help Iraqi's clear and secure neighborhoods, to help them protect the population, and to help ensure that the Iraqi forces left behind are capable of providing adequate security'. Een serie omvangrijke counterinsurgency-operaties in voornamelijk door sjiitische milities gedomineerde steden en wijken volgde in 2007 en 2008. Al op 10 september 2007 rapporteerde generaal David Petraeus, de Commander Multinational Forces Iraq: 'the military objectives of the surge are, in large measure, being met'. Hij refereerde aan de recente en consistente daling van het aantal veiligheidsincidenten sinds juni 2007, die hij toeschreef aan de verzwakking van al-Qaeda en sjiitische extremisten in Irak.

De denktank Brookings Institution concludeerde op 22 december 2007 dat de veiligheidssituatie in Irak ingrijpend was verbeterd en zich op het niveau van 2004 bevond. In diezelfde periode rapporteerde het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken dat het aantal burgerdoden scherp was gedaald. Dat positieve beeld werd in augustus 2008 beaamd in de Washington Post, waarin werd beargumenteerd dat 'The Iraq war is not over, but our war effort is on a firmer foundation. (...) The surge has created the space and time for the competition for power and resources in Iraq to play out in the political realm, with words instead of bombs.' Volgens de schrijver, Petraeus chef-staf kolonel Peter Mansoor, had de escalatie van militaire macht aantoonbaar geleid tot meer veiligheid en de bereidheid van Iraakse influentials om tot een oplossing van hun belangenconflicten te komen.

Eén van de bekendste en meest uitvoerig beschreven operaties tijdens de Surge was Operation Imposing Law and Order. In maart 2008 werd het hart van Bagdad, waaronder de internationale Green Zone, ernstig bedreigd vanuit de enorme woonwijk die de naam Sadr City had gekregen. De wijk bood onderdak aan ongeveer twee miljoen sjiitische moslims en was de thuisbasis van de militante geestelijke Muqtada al-Sadr. Zijn extremistische militie, de Mahdi Army, opereerde straffeloos en met haast volledige vrijheid van handelen in en vanuit de wijk. Als antwoord op de voortdurende aanslagen en raketaanvallen begon de U.S. Army eind maart 2008 met zuiveringsoperaties, maar liep al gauw vast door de zware weerstand van de Mahdi Army. Ondanks de permanente luchtsteun bleken sjiitische strijders voortdurend in staat om de Amerikanen verliezen toe te brengen. De Strykers, evenals de Armored Humvees en de Mine-Resistant Ambush Protected (MRAP) voertuigen, waren vaak niet bestand tegen het doordringend vermogen van Improvised Explosive Devices (IED's) en draagbare antitank-wapens van Iraanse makelij. Daarnaast bleken deze wielvoertuigen niet in staat om de opgeworpen hindernissen te over- of doorschrijden. Pas nadat de lichtere eenheden waren versterkt of afgelost door gemechaniseerde eenheden, uitgerust met het M2A3 Bradley Infantry Fighting Vehicle (IFV) en M1A2 Abrams Main Battle Tank (MBT), kon vooruitgang worden geboekt. Nog steeds werden veel Amerikaanse soldaten slachtoffer van snipervuur, maar de Mahdi Army kon geen goed antwoord vinden op de heavy armor die nu hun hindernissen doorbrak en sleutelposities in Sadr City bezette. Op 10 mei 2008 beval al-Sadr zijn militie het gevecht te staken, waarna op 20 mei Iraakse troepen bezit namen van de wijk.

Het gaat te ver om in dit artikel alle factoren die aan het slagen van de Surge hebben bijgedragen te analyseren. Er zijn ook critici die beweren dat de statistieken onbetrouwbaar zijn of dat Iran om opportunistische redenen zijn steun aan de sjiitische milities staakte. Toch is de algemeen geldende opvatting bij de U.S. Army en coalitiepartners die in 2007 en 2008 aan de counterinsurgency-operaties deelnamen dat de militair-operationele doelen werden gerealiseerd. Dominante vuurkracht, grote mobiliteit en goede bescherming waren de sleutels voor het winnen van dit counterinsurgency-gevecht. Dat de veiligheidssituatie niet duurzaam is gestabiliseerd zou te wijten zijn aan het uitblijven van resultaten in het politieke domein.

Tot besluit
Naar onze mening zijn gemechaniseerde capaciteiten een krachtig en toekomstbestendig antwoord op de dreigingen in de 21ste eeuw. De dreiging die voortkomt uit proliferatie, nieuwe wapenwedlopen, extremisme en de bereidheid van (her)rijzende grootmachten hun militair vermogen in te zetten, is serieus te nemen. Het ligt dus niet voor de hand de landmacht in te richten op alleen operaties met een beheersbaar risicoprofiel, die met relatief goedkope platforms tot een goed einde kunnen worden gebracht. Juist nu is er behoefte aan robuuste formaties, waarmee potentiële risico's af te wenden of te beperken zijn. Nederland maakt geen voorbehoud voor bepaalde typen operaties en vraagt van zijn krijgsmacht om full spectrum capable te blijven. Tenzij Nederland de rekening van veiligheid naar bondgenoten wil verleggen, vraagt dit om intensivering van capaciteiten aan de bovenzijde van het geweldsspectrum. Dat is waar de afgelopen decennia het meest ingrijpend is bezuinigd en waar het meeste aan effectbrengers is ingeleverd.

Schützenpanzer Puma van de Bundeswehr.

De ambitie om in het hoogste deel van het geweldsspectrum te kunnen blijven opereren deelt Nederland met Duitsland. De Duitse krijgsmacht is op zichzelf al een relevante en autonome machtsfactor en is in kwantitatieve zin niet afhankelijk van internationale partners. Beide landen hebben elkaar vooral in kwalitatieve zin veel te bieden. De landmacht is bijvoorbeeld vanwege haar veelzijdigheid en relatief beperkte omvang zeer geschikt als proeftuin: nieuwe methoden en middelen kunnen op bruikbaarheid worden getest en snel breed worden ingevoerd. De voorsprong die Nederland heeft op het gebied van command and control met systemen als TITAAN (Theatre Independent Army and Air Force Network) en het Battlefield Management System ELIAS (Essential Land-Based Information Application and Services) was zonder die experimentele omgeving niet mogelijk geweest. Maar Duitsland staat ook aan de vooravond van de invoering van de Puma ter vervanging van de Marder. Nederland heeft met de aanschaf van de CV9035NL al veel ervaring opgedaan met het invoeren van een modern en gedigitaliseerd gevechtsvoertuig, waarvan de implicaties tot ver buiten de technologie alleen reiken.

Toepasselijk voor zijn leidende rol in Europa manifesteert Duitsland zich steeds sterker als framework nation: internationale partners worden uitgenodigd om aansluiting te zoeken bij Duitsland tijdens operaties, maar ook - nog belangrijker - voor de ontwikkeling van staande multinationale formaties. Het Connected Forces Initiative, waar smart defence een onderdeel van is, geeft een belangrijke impuls aan de verdieping van interoperabiliteit en de ontwikkeling van adequaat en betaalbaar militair vermogen. Ook 43 Gemechaniseerde Brigade heeft de uitgestoken hand aangenomen en bevindt zich op het pad naar diepe integratie, in ons geval met 1 Duitse Panzerdivision. Met deze samenwerking zal Nederland ook in de toekomst op het hoogste geweldsniveau kunnen blijven opereren.


Noot van de redactie
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Militaire Spectator 2015 - nummer 6. In het kader van de terugkeer van de tank wilde de redactie dit belangwekkende artikel echter ook onder de aandacht brengen van de reservisten en oud-gedienden van onze vereniging. De auteurs maken duidelijk waarom ook in de 21e eeuw gemechaniseerde eenheden noodzakelijk blijven. Een stelling, waar de redactie van de VOC-Mededelingen volledig achter staat. Kolonel Paul van der Touw is recent uitgezonden geweest als Military Assistant to NATO's Senior Civilian Representative to Afghanistan (Kabul) en is thans werkzaam bij de Defensiestaf in Den Haag als Hoofd Afdeling Evaluaties. Luitenant-kolonel Bert Stam is commandant 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Johan Willem Friso in Havelte.


Operationeel Concept Gemechaniseerd Optreden
Binnen de kaders van het Operationeel Concept Landoptreden (OCL) heeft Commandant 43 Gemechaniseerde Brigade (Mechbrig) het concept van gemechaniseerd optreden verder ontwikkeld. Met dit Operationeel Concept voor geMechaniseerd optreden (OCM) creëren we eenheid van opvatting. Het maakt onze omgeving duidelijk wat we kunnen en hoe we dat doen. Dat biedt niet alleen herkenbaarheid aan het eigen personeel, maar ook aan de parlementariër, de (joint) stafofficier en de brigades en collega's van 1. Panzerdivision, waarin 43 Mechbrig gaat integreren.

In de komende nummers van de VOC-Mededelingen schenken we uitgebreid aandacht aan de manier waarop 43 Mechbrig optreedt in een moderne operationele omgeving. Dit doen we aan de hand van de vier NAVO-campagnethema's, te weten COMBAT, SECURITY, PEACE-SUPPORT en PEACETIME MILITARY ENGAGEMENT. In nummer 346 van de VOC-Mededelingen (2016-1) het eerste deel van dit vierluik: campagnethema COMBAT.

TERUGKEER VAN DE TANK.

Terugkeer van de tank.

Luitenant-kolonel b.d. Ed Westerhuis

Door velen is het besluit om de krijgsmacht om te vormen tot een leger zonder tanks als een historische fout bestempeld. De 'capability gap' op het gevechtsveld voor de manoeuvre-eenheden als gevolg van het ontbreken van een voertuig met voldoende pantsering, moderne sensoren en verbindingsmiddelen, beslissende vuurkracht en een grote mobiliteit, is domweg onoverbrugbaar. Niet alleen binnen de Cavalerie, maar ook buiten ons Wapen kon deze draconische bezuinigingsmaatregel daarom op weinig begrip rekenen. De oplossing om toch te kunnen beschikken over dit noodzakelijke wapensysteem binnen het arsenaal van de Koninklijke Landmacht, is gevonden in de intensivering van de succesvolle Duits-Nederlandse samenwerking.

Bundeswehr
Begin oktober 2014 worden er in de Duitse pers berichten gepubliceerd dat de Bundeswehr het voornemen heeft om onder druk van de geopolitieke ontwikkelingen in Oost-Europa en het Midden-Oosten, twee mobilisabele tankbataljons wederom paraat te stellen. Eén bataljon zou in Zuid-Duitsland moeten worden gelegerd en één bataljon in Noord-Duitsland. In het noorden is de legerplaats Bergen-Hohne als onderkomen voor de nieuwe tankeenheid een van de opties, waar na het vertrek van de Nederlandse en de Britse gevechtseenheden voldoende faciliteiten aanwezig zijn. Het zijn duidelijk andere geluiden dan in politiek Den Haag te horen zijn. De Koninklijke Landmacht staat er op dat moment na decennia van onafgebroken bezuinigingen financieel nog slechter voor als in de tijd van het 'Gebroken Geweertje', eind jaren dertig van de vorige eeuw. Namens de fractie van de CDU/CSU in de Bundestag spreekt defensiespecialist Henning Otte zich uit voor nauwe samenwerking met de Nederlanders: 'Angestrebt ist der Aufbau einer multinationalen Einheit. Hier werbe ich für eine Kooperation mit den Niederlanden, die in Bergen bereits lange traditionelle Verbindungen haben'. Verder sprak hij: 'Geplant ist die Eingliederung einer niederländische Panzerkompanie. Hierzu fehlt allerdings noch die parlamentarische Zusage aus den Niederlanden. Militärisch ist dies jedoch bereits empfohlen'.

Oprichting OTK peloton op 12 januari 2015.

OTK-peloton Tankoptreden
Eind oktober 2014 verschijnen er plotseling INFOOPs, informatiebulletins waarin defensie zijn vacatures binnen de organisatie bekend stelt, waarin personeel wordt geworven voor een Opleidings-, Trainings- en Kennisbehoudpeloton (OTK-peloton) Leopard-2A6. In de toelichting staat vermeld dat Commandant Landstrijdkrachten weliswaar heeft onderkend dat de tankbataljons zijn opgeheven, maar dat de kennis over en ervaring met het tankoptreden geborgd dient te blijven. In het bijzonder bij commandanten van gemechaniseerde infanterie-eenheden en battle groups, om hen te trainen in het optreden met tanks en de mogelijkheden en beperkingen van dit wapensysteem in tijd en ruimte onder diverse operationele omstandigheden. In de betreffende INFOOPs staat verder dat de Inspekteur des Heeres (InspH) heeft aangeboden om Nederlands CLAS-personeel op te leiden en als peloton te integreren in een Duits tankbataljon. Er zal gebruik worden gemaakt van Duitse tanks. Het zijn noodzakelijke initiatieven om de broodnodige kennis van het tankoptreden voor onze krijgsmacht te behouden.

Op 12 januari 2015 is de oprichting van dit OTK-peloton een feit. Op de Johannes Post-kazerne in Havelte staan die maandagochtend 18 'tankers' aangetreden. Zij worden voorlopig ondergebracht bij 43 Brigade Verkennings Eskadron en registratief ingedeeld bij het Regiment Huzaren van Boreel. De tankbemanningen zijn vooralsnog voorbestemd voor plaatsing bij PanzerLehrbataillon 93 te Münster op de Lüneburger Heide. Van onderbevelstelling bij Panzerbataillon 414 in Bergen-Hohne is immers op dat moment nog geen sprake. De opleiding zal voor een groot deel gaan plaatsvinden bij de Panzertruppenschule in Münster. Wijziging van standplaats wordt overigens niet eerder voorzien dan begin 2016. Verregaande samenwerking tussen 43 (NLD) Gemechaniseerde Brigade en 1. (DEU) Panzerdivision is op dat moment nog onderwerp van studie door het Commando Landstrijdkrachten.

Overleg tussen minister Hennis-Plasschaert en minister von der Leyen.

Duits-Nederlandse samenwerking
De ontwikkelingen staan echter niet stil. Na een drukke en soms moeizame periode van anderhalf jaar, gekenmerkt door diverse studies, diepgaand overleg, lobbyen en onderhandelingen, wordt op 15 september 2015 het resultaat van de overeenkomst tussen Nederland en Duitsland wereldkundig gemaakt. In een gezamenlijk persbericht maken de beide ministers van Defensie hun plannen voor een verregaande samenwerking bekend. Na het succes van de binationale legerkorpsstaf in Münster (opgericht in 1995) en de integratie van 11 Luchtmobiele Brigade in de Duits-Nederlandse interventie-eenheid Division Schnelle Kräfte (DSK) in juni 2014, wil minister Jeanine Hennis-Plasschaert nu ook op het gebied van gemechaniseerd optreden gaan samenwerken met de Bundeswehr.

De overeenkomst houdt in: Voorts is met de Duitsers overeengekomen dat beide landen separaat over de tanks kunnen beschikken. Dit betekent dat als ons land aan een buitenlandse missie deelneemt, waarbij de Bundeswehr niet is betrokken, de tanks onder Nederlands commando mee kunnen naar het operatiegebied. De tanks kunnen ook in eigen land voor oefeningen worden ingezet.

Op 13 juli 2015 hebben de kwartiermakers van Panzerbataillon 414 de sleutels van het eerste gebouw in ontvangst genomen van de Kommandantur Bergen-Hohne. Het bataljon krijgt de beschikking over vijftien gebouwen, inbegrepen werkplaatsen en tankgarages.

Multinationale Pantserdivisie
De samenwerking resulteert uiteindelijk in een multinationale Duits geleide pantserdivisie, waarin Nederlandse militairen vanaf eskadrons- tot en met divisieniveau werkzaam zullen zijn. Met deze grensverleggende integratie van gevechtseenheden, zetten beide landen een belangrijke stap bij de Europese defensiesamenwerking. Deze samenwerking past bij de collectieve verdediging van het NAVO-bondgenootschap en bij de geruststellende maatregelen voor de oostelijke bondgenoten, aldus de minister, waarbij zij refereert aan de gespannen toestand in onder meer de Oekraïne.

Van 1963 tot de opheffing in 1994 was NATO Camp Bergen-Hohne de thuisbasis van 41 Tankbataljon RHPA. In juni 2015 vertrokken ook de laatste Britse eenheden en werd de legerplaats overgedragen aan de Bundeswehr. De laatste jaren zijn een aantal legeringsgebouwen van deze legerplaats grondig gerenoveerd.

Stand van zaken
Luitenant-kolonel Diana Verweij, de Nederlandse projectofficier bij deze Duits-Nederlandse samenwerking, stelt ons in dit nummer van de VOC-Mededelingen op de hoogte van de stand van zaken bij de voorgenomen onderbevelstelling van 43 Gemechaniseerde Brigade bij 1. Panzerdivision (Project TAURUS). Majoor Chris Sievers, de beoogde eerste commandant van de Nederlandse 'Panzerkompanie', informeert ons over de laatste ontwikkelingen bij de opleiding en training van het OTK-peloton tankoptreden en de paraatstelling van het Nederlandse eskadron in Bergen-Hohne.

Het zijn verheugende ontwikkelingen voor het Wapen der Cavalerie. Na het opheffen van de laatste twee Nederlandse tankbataljons in 2011, nu de terugkeer van de tank!

Bergen-Hohne biedt alle faciliteiten voor het beoefenen van gemechaniseerd optreden.

INTEGRATIE.

Integratie 43 Gemechaniseerde Brigade in 1. Panzerdivision.

Luitenant-kolonel Diana Verweij

Met het opheffen van de staf 1 Divisie '7 December' in 2005 is voor Nederland het werken in een groot verband als een divisie verloren gegaan. Met het vlammend laatste schot van de Leopard-2A6 op 18 mei 2011 in Bergen-Hohne zijn de laatste twee tankbataljons opgeheven. Met deze opheffing bestonden beide gemechaniseerde brigades uit nog slechts twee manoeuvre bataljons. Op 15 september 2015 is op een veel positievere manier geschiedenis geschreven. De Duitse en Nederlandse Minister van Defensie, dr. Ursula van der Leyen en mw. Jeanine Hennis-Plasschaert hebben bekend gemaakt dat 43 Gemechaniseerde Brigade (43 Mechbrig) wordt versterkt met een Duits tankbataljon. Tegelijk wordt 43 Mechbrig geïntegreerd in de Eerste Duitse Pantserdivisie (1. Panzerdivision, afgekort: 1. PzDiv). Hiermee krijgen stafofficieren weer het inzicht in het tactisch optreden in een groter verband. Door bovendien één gevechtseskadron en delen van de staf en de verzorgings- en ondersteuningscompagnie met Nederlands personeel te vullen, kan de landmacht invulling geven aan het behoud van kennis over het tactisch optreden met tanks op vanaf het niveau enkele tank tot en met bataljon.

Integratie 43 Mechbrig en 1. PzDiv.

Dit bericht komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Zowel in de Beleidsbrief 'Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld' van 8 april 2011 als in de Nota 'In het Belang van Nederland' van 17 september 2013, wordt naast bezuinigingen ook intensivering van de internationale samenwerking aangekondigd. De samenwerking tussen de landmachten van Duitsland en Nederland is traditioneel goed. Het recente 20-jarig bestaan van 1 GNC onderstreept dit nog eens. Om de samenwerking tussen de landmachten naar een hoger plan te trekken en, vooral, om het proces te versnellen hebben de toenmalige Duitse Inspecteur des Heeres, luitenant-generaal W. Freers, en de Nederlandse Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal M.C. de Kruijf, op 1 februari 2012 een structuur voor de samenwerking ingesteld. Op deze datum werden de Therms of Reference ondertekend voor de Duits-Nederlandse samenwerking in de Army Steering Group. De resultaten van hun inspanning zijn nu goed zichtbaar. Eerst in 2014 met de integratie van 11 Luchtmobiele Brigade AASLT in de Division Schnelle Kräfte (DSK), en nu met de aangekondigde integratie van de versterkte 43 Mechbrig in de 1. PzDiv. (In de werkafspraken tussen de Nederlandse en Duitse vertegenwoordigers, is afgesproken voor de Duitse eenheden de Duitse namen en afkortingen te gebruiken.)

Nu er al twee Nederlandse brigades geïntegreerd zijn in Duitse eenheden, wordt het nog relevanter om beeld te krijgen bij de manier waarop de Duitse landmacht georganiseerd is. Daarom volgt eerst een beschrijving van de organisatie van Kommando Heer, voordat verder wordt ingegaan op de verschillende onderdelen van de integratie van 43 Mechbrig in 1. PzDiv en de Nederlandse bijdrage aan het tankbataljon, om af te sluiten met een blik op de activiteiten die nog moeten worden verricht.

Organisatie Duitse Landmacht
De staf van de Duitse landmacht (Kommando Heer) bevindt zich in Strausberg, een stadje op ongeveer 80 km ten oosten van Berlijn. Het geven van opleidingen en trainingen en het ontwikkelen van doctrine is gescheiden in twee instanties. Het Ambt für Heeresentwicklung is verantwoordelijk voor de (verdere) ontwikkeling van doctrine, optreden, opleiden, oefenen en trainen, organisatie en structuur en materieelplannen van de Duitse landmacht. Opgericht in 2013 is het Ambt für Heeresentwicklungg het jongste onderdeel van Kommando Heer. Opleidingen en trainingen worden gegeven door de 11 opleidings- en trainingscentra van het Ausbildungskommando. Voor Nederland is het bekendste trainingscentrum het Gefechtsübungszentrum Heer (GÜZ) bij Altmark. Het door majoor C. Sievers in het artikel over het OTK-peloton genoemde Ausbildungszentrum Münster, meer specifiek het Ausbildungszentrum Panzertruppen waar de tankopleidingen worden gegeven, maakt ook onderdeel uit van het Ausbildungskommando.

Locaties Kommando Heer en 1. Panzerdivision.


De gevechtskracht van de Duitse landmacht wordt gevormd door drie divisies. (www.bundeswehr.de) Binnen de Division Schnelle Kräfte (DSK) zijn de Special Forces, de Air Manoeuvre en Search and Rescue capaciteit te vinden. (www.deutschesheer.de) Ook is de DSK verantwoordelijk voor Non Combattant Evacuation Operations. Sinds 12 juni 2014 is de 11 (NLD) Luchtmobiele Brigade AASLT geïntegreerd in de DSK. 1. PzDiv zal vanaf 1 december het hoofdkwartier hebben in Oldenburg. Naast de Nederlandse 43 Mechbrig bestaat de divisie uit PanzerLehrbrigade 9, Panzerbrigade 21, en Panzergrenadierbrigade 41. De gevechtsondersteunende eenheden van de divisie zijn Artillerielehrbatallion 325, Fernmeldebatallion 610 en Schweres Pionierbatatallion 901 (mobilisabel). Waar de 1. PzDiv zich vooral in het noorden van Duitsland bevind, heeft 10. PzDiv het zwaartepunt in het zuiden. 10. PzDiv bestaat uit een pantserbrigade, een pantserinfanteriebrigade, een infanteriebrigade voor bergachtig terrein en divisietroepen. Opdrachten voor de beide divisies kunnen zijn een deelname aan stand by missies van de EU Battle Group (EUBG), NATO Response Force (NRF), en missies in het kader van de VN en/of de NAVO. In het gereedstellingssysteem van de Duitse landmacht wordt jaarlijks een Leitdivision aangewezen. Hierbij leveren 1. PzDiv en 10. PzDiv afwisselend eenheden die gereed staat voor uitzendingen. Zo is in het jaar 2016 1. PzDiv de eenheid die de kern vormt voor de Duitse bijdrage aan de missie Resolute Support, in nauwe samenwerking met 43 Mechbrig.

Organogram 1. Panzerdivision.

De laatste eenheid van het Kommando Heer is het Duitse deel van de Duits/Franse brigade (D/F Brigade). De brigade is in 1989 opgericht als uitkomst van een overeenkomst tussen President François Mitterand en Bundeskanzler Helmut Kohl. De brigadestaf bevindt zich in Müllheim. De D/F Brigade draagt bij aan de vriendschappelijke betrekkingen tussen beide landen en het vergroten van de interoperabiliteit. De eenheden van de D/F Brigade zijn inzetbaar voor missies en stand by missies zoals de NRF en de EUBG. Voor een goed begrip van de Duitse krijgsmacht is het tot slot van belang om op te merken dat de gehele geneeskundige dienst, inclusief doctrine ontwikkeling, opleidingen en trainingen niet tot de Duitse landmacht behoren, maar een apart krijgsmachtdeel zijn, het Kommando Sanitätsdienst der Bundeswehr.

Eenheden van 1. Panzerdivision tijdens de ISAF-missie in Afghanistan.

Integratie 43 Mechbrig in 1. PzDiv
Doel van de integratie is: to attain a high level of integration by inter-force doctrine, organisation and formation, education, training, exercises, intelligence and military security, logistics, personnel, medical support, command and control, communications, computers and information (C4I) and the integration of units. Dat dit nogal wat betekent moge duidelijk zijn. Daarom is gesteld: 1. PzDiv must be able to operate as a Multinational Heavy Armoured Division for operations as of 2020. Voor het traject van de integratie tot en met 2020 wordt daarom een Roadmap opgesteld.

Als eerste de integratie van 43 Mechbrig in de 1. PzDiv. Om aansluiting te vinden tussen het brigade- en het divisieniveau, zullen er Nederlandse stafofficieren in de divisiestaf worden geplaatst. De eerste drie stafofficieren zijn inmiddels begonnen, zij werken in de secties G3 en G6. Met deze integratie maakt 43 Mechbrig, voor het eerst sinds 2005, weer deel uit van een operationele divisie. Wat dat precies betekent, zal de komende jaren pas in volle omvang duidelijk worden, maar de eerste ervaringen zijn er al. In voorbereiding op het jaar als Leitdivision organiseert de divisiestaf een Command Post Exercise (CPX) voor al zijn brigades, dus ook voor 43 Mechbrig. De oefening DECISIVE TAURUS heeft een prominente plaats gekregen in het oefenprogramma voor het brigade hoofdkwartier. Tijdens de Initial Planning Conference blijkt meteen dat de Duitse manier van aansturen van een oefening toch anders is als wat we de afgelopen jaren met de Nederlandse eenheden hebben gedaan. Het nadenken over de oefendoelstellingen heeft de divisiecommandant zeer nadrukkelijk al gedaan vóórdat de eenheden aanschuiven. Ook is al snel duidelijk dat een voornemen tot integratie nog niet hetzelfde is als daadwerkelijk geïntegreerd zijn. Zo is er het nodige af te stemmen om ervoor te zorgen dat alle benodigde gegevens voor het voorbereiden van de oefening tijdig bij de brigade sectie G2 zijn. Ook zal DECISIVE TAURUS een prima test zijn of de interoperabiliteit van het Duitse Command & Control Informatie Systemen (C2IS) met de Nederlandse systemen inderdaad werkt. De ervaringen die de huidige generatie stafofficieren binnen staf 1. PzDiv en hoofdkwartier 43 Mechbrig opdoet in over het optreden van formaties van brigade- en divisiegrootte, zijn in ieder geval al binnen.

1. PzDiv - Kampfpanzer Leopard-2A.

1. PzDiv - Schützenpanzer Puma.

1. PzDiv - Spähwagen Fennek.

1. PzDiv - Spähwagen FennekVersterking 43 Mechbrig met Panzerbataillon 414
De integratie van 43 Mechbrig in 1. PzDiv stopt niet op het brigadeniveau. Met het ondertekenen van het Technical Agreement wordt 414 Tankbataljon (Panzerbataillon 414, afgekort: PzBtl 414) onder bevel gesteld bij 43 Mechbrig. PzBtl 414 was tot voor kort een van de mobilisabele bataljons van 1. PzDiv. Op 20 juli 2015 heeft Commandant 9. PanzerLehrbrigade het voorlopige wapenschild aan de commandant van de Oprichtingsstaf van PzBtl 414 uitgereikt. Het bataljon wordt gelegerd in het voormalige Britse deel (Caen Barracks) van kamp Bergen-Hohne. De gebouwen zijn al gedeeltelijk aan Duitsland overgedragen en worden de komende twee jaar opgeknapt en deels gerenoveerd. De oprichting van PzBtl 414 staat gepland voor de eerste helft van 2016. Binnen de beide andere tankbataljons van 1. PzDiv worden momenteel ieder één tankcompagnie paraat gesteld en opgeleid. Deze tankcompagnieën zullen begin 2016 onder bevel van PzBtl 414 worden gesteld. Zodra de infrastructuur gereed is zullen deze tankcompagnieën verhuizen naar Bergen-Loheide.

Met de versterking met PzBtl 414 heeft 43 Mechbrig niet alleen aan gevechtskracht gewonnen. Ook kan het gevecht van de verbonden wapens weer in de volle omvang worden beoefend. Nadat PzBtl 414 Fully Operational Capable is, zal het gebruikelijk zijn dat bij bataljonsoefeningen een tankcompagnie wordt toegevoegd aan een van de pantserinfanteriebataljons en een pantserinfanteriecompagnie aan een van de tankbataljons. Binnen de bataljons en bij compagniesoefeningen zal in teamverband worden opgetreden.

Dit zal niet vanzelf gaan. PzBtl 414 zal worden opgewerkt als een Duits bataljon, in de Duitse doctrine, met de Duitse voorschriften en handboeken. Aan Nederlandse zijde is het alweer 4 jaar geleden dat met de YPR-765 en de Leopard-2A6 het teamoptreden vanzelfsprekend was. Inmiddels is de CV-90 ingevoerd en is daarmee het infanterieoptreden doorontwikkeld. Komende jaren zal er hard moeten worden gewerkt om tot een gezamenlijke set voorschriften ('technics, tactics & procedures') te komen voor binationaal teamoptreden. Een essentiële succesfactor is hierbij goede interoperabiliteit van beveiligde C2IS. Ook dit aspect zal pas in de loop van de jaren zijn optimale situatie hebben bereikt.

1. PzDiv - Panzerhaubitze 2000.

1. PzDiv - Pionierpanzer 3 Kodiak.

1. PzDiv - Panzerschnellbrücke Leguan.

Versterking PzBtl 414 met Nederlands personeel
Zoals uit het voorgaande blijkt, bestaat PzBtl 414 bij de oprichting uit slechts twee gevechtseskadrons. De Nederlandse bijdrage zal bestaan uit het personeel voor het laatste tankeskadron, in het Duits: 4e Panzerkompanie (4. PzKp). PzBtl 414 bestaat uit de bataljonstaf, de 1e Versorgungs und Unterstutzungskompanie en de 2e, 3e en 4e Panzerkompanie. Naast de vulling van het 4e eskadron zal Nederland ook staffunctionarissen leveren voor de bataljonsstaf en twee herstelploegen binnen de Versorgungs und Unterstutzungskompanie.

Binnen PzBtl 414 werkt iedereen, dus ook het Nederlandse personeel, met de zelfde wapens, uitrustingstukken, voertuigen en tanks. Het Nederlandse personeel zal wel de eigen Persoons Gebonden Uitrusting (PGU) en gerelateerde uitrusting blijven gebruiken, maar maakt verder volledig gebruik van Duits materieel. Dit betekent dat het personeel volledig op dit materieel moet worden opgeleid en getraind. Nederland zal dan ook volledig het Duitse opleidings- en trainingssysteem gebruiken, zowel voor de individuele functieopleidingen als voor de tank, pelotons- en eskadrons oefeningen en trainingen. Hierdoor is het personeel volledig opgeleid met de Duitse doctrine en met de Duitse voorschriften als achtergrond. Het komt er in feite op neer dat de 4. PzKp een Duits eskadron is, gevuld met Nederlands personeel. In de basis is afgesproken dat we bij de vulling van de 4. PzKp zoveel mogelijk de Duitse structuur zullen handhaven. Er is wel één belangrijk verschil, de 4. PzKp zal uit vier tankpelotons bestaan. Door in het Nederlandse eskadron één extra peloton op te richten, is meer capaciteit beschikbaar om te oefenen met twee pantserinfanteriebataljons.

Oprichting Nederlandse bijdrage aan PzBtl 414
In het totaal zullen er zo'n 100 Nederlandse functies in PzBtl 414 komen. Dat betekent dat voor de Nederlandse bijdrage aan PzBtl 414 het gebruikelijke reorganisatie proces zal worden gevolgd conform 'Aanwijzing SG A/983 Uitvoering reorganisaties Defensie'. Er is besloten dat deze bijdrage gefaseerd in zal stromen vanaf eind 2016 tot en met 2018. Er zijn verschillende redenen die deze fasering noodzakelijk maken. Het op korte termijn onttrekken van zoveel manoeuvre-functionarissen uit de bestaande eenheden, zet de vulling van deze eenheden nog verder onder druk. Aan Duitse zijde is er belang bij om in de oprichtingsfase van een Duits bataljon op een aantal specifieke velden initieel Duitse functionarissen te plaatsen. Eerder is al beschreven dat er volledig gebruik gaat worden gemaakt van Duitse opleidingen. Het is goed voor te stellen dat daar niet in één keer voldoende capaciteit is om zoveel tankpersoneel op te leiden. Spreiding is daarmee noodzakelijk. In de reorganisatie voor de Nederlandse bijdrage aan PzBtl 414 zal het OTK-peloton worden meegenomen. Het peloton wordt dan losgekoppeld van 43 Brigadeverkenningseskadron en gaat over naar de 4. PzKp.

1. PzDiv - Bergepanzer Büffel.

1. PzDiv - Gepanzerte Transport-Kraftfahrzeug Boxer.

1. PzDiv - Radfahrzeug Dingo 2.

Werk voor de toekomst
Het besluit van beide Ministers dat de integratie plaats gaat vinden, is tegelijk het startpunt voor de daadwerkelijke uitvoering. Tussen CLAS en Kommando Heer hebben inmiddels besprekingen plaats gevonden over de Technical Agreement, waarin de afspraken tussen beide landmachten over de samenwerking staan beschreven. Na afstemming tussen beide ministeries van Defensie, volgt de ondertekening en de start van de integratie. Hieronder staan een aantal aspecten die de komende periode van belang zijn. Dit zijn zeker niet alle zaken rondom de integratie, slechts een selectie, want er is nog veel meer te doen.

Om van de integratie een succes te maken zullen er op de scheidslijnen van de diverse delen afspraken moeten worden gemaakt. Om bovenaan de organisatie te beginnen, startende met de oefening DECISIVE TAURUS, zal er een begin worden gemaakt met het schrijven van Standard Operating Procedures en Instructions (SOP & SOI) tussen de divisie en de brigade. Intern de brigade zal worden bekeken of de huidige bestaande SOPs voldoende aansluiten op de werkwijze van het nieuwe hogere niveau, de 1. PzDiv. Eerder is al gesproken over het ontwikkelen van gezamenlijke 'technics, tactics & procedures' voor het optreden op eskadrons- en pelotonsniveau.

Een ander belangrijk werkterrein is de interoperabiliteit van communicatie en informatiesystemen. Dit omvat zowel het werken vanaf kazernelocaties als veilig kunnen communiceren tijdens oefeningen, het omvat spraak en data en op alle niveaus vanaf de enkele man tot en met het divisieniveau. Op de hogere niveaus hebben een aantal testen plaatsgevonden om de Duitse en Nederlandse C2IS systemen te koppelen. Interoperabiliteit tussen de brigade en het bataljon en binnen de bataljons met zowel infanterie- als tankeenheden is nog niet zo eenvoudig. Meerdere rotaties pantserinfanteriebataljons hebben een Duitse Panzerkompanie onder bevel gehad bij de niveau V oefening op het Gefechtsübungszentrum (GÜZ) en hebben daarbij de beperkingen van het koppelen van Duitse en Nederlandse systemen ervaren. Dit is ook een issue wat niet binnen korte termijn is op te lossen. Gelukkig biedt de hele periode van integratie tot 2020 daarvoor de ruimte.

De integratie gaat natuurlijk verder dan alleen oefenen. Op iedere staffunctionaliteit zal aansluiting worden gezocht bij het hogere niveau, zo is de sectie G4 van 43 Mechbrig al aanwezig geweest op de Logistieke Conferentie van de divisie. Een zelfde aansluiting moet worden gevonden met PzBtl 414. De bataljonscommandant zal een vol lid worden van de ondercommandantenvergadering van de brigade. Evenzo zullen de stafsecties aansluiten bij de diverse functionele overlegfora. Dit heeft een aantal consequenties. We kunnen niet van onze collega's van PzBtl 414 verlangen dat zij zo goed Nederlands kunnen spreken dat deze vergaderingen in het Nederlands kunnen worden gehouden, dus dergelijke vergaderingen moeten in het Engels. De afstand van de brigade naar PzBtl 414 is veel groter dan we in Nederland gewend zijn. Dit zal aanpassingen vragen. Enerzijds bieden de moderne technologieën de ruimte om met beeldverbindingen te communiceren, anderzijds kan soms de vraag worden gesteld of een meeting écht nodig is.

Dwars door alles heen loopt de samenwerking tussen individuen. Op alle niveaus zullen Duitse en Nederlandse militairen op dagelijkse basis samenwerken, niet in een gezamenlijke staf zoals bij 1 GNC of tijdens uitzendingen, maar ieder op zijn eigen werkplek. In ieder land, sterker nog bij iedere eenheid, zijn daarbij geschreven en ook ongeschreven regels. Landen hebben een eigen cultuur en militaire eenheden ook. Dit vraagt veel van de mentale weerbaarheid van de betrokken militairen. Op sommige momenten is het goed om mee te bewegen met de ander, op andere momenten is het essentieel een eigen punt vast te houden, maar altijd met respect naar de persoon. Om van deze integratie een succes te maken is het belangrijk aan deze aspecten voldoende aandacht te geven.

Ten slotte
Later zal men constateren dat op 15 september 2015 geschiedenis is geschreven. Nooit eerder, bij geen enkele internationale militaire samenwerking zijn er eenheden zo diep geïntegreerd. De versterking van 43 Mechbrig met een Duits tankbataljon, waarbij één van de eskadrons en een deel van de bataljonsstaf door Nederlands personeel wordt gevuld, de integratie van 43 Mechbrig in 1. PzDiv, het zijn unieke verbanden. Veel moet nog gebeuren om niet alleen op papier te integreren, maar ook daadwerkelijk tot een goed functionerende eenheid te komen, maar nu de beslissing is genomen, is het aan de eenheden om de integratie uit te werken, uit te voeren en tot een succes te maken.

OTK-PELOTON.

Duitse tanks - Nederlandse bemanningen.

Het Opleidings-, Trainings- en Kennisbehoudpeloton Tankoptreden.

Majoor Chris Sievers MSc

In uitgave 339 (nummer 2 - 2014) van de VOC-Mededelingen, verzorgde luitenant-kolonel Marcel de Beus, Länderreferent bij het Duitse Kommando Heer, een uitvoerige inleiding over de Duitse Panzertruppen. Over de samenwerking met Nederland schreef hij, dat er '14+2 cavaleristen' in Münster op Duitse tanks zouden worden opgeleid ten einde het behoud van de kennis van het wapensysteem Leopard-2 binnen de Koninklijke Landmacht te borgen. Nu, ruim een jaar later is het dan zover. We staan aan de vooravond van de oprichting van het Opleidings-, Trainings- en Kennisbehoudpeloton Tankoptreden (OTK-pel Tkoptr). De 'Datum Begin Geldigheid Eenheid' van dit peloton is 1 januari 2016. Een goed voornemen voor het nieuwe jaar!

In dit artikel heb ik mij ten doel gesteld u inzicht te geven in de taken, organisatie en werkwijze van deze eenheid. Ik start met een korte uiteenzetting over het ontstaan van de Capability Gap gevechtstank en neem u mee in het realisatietraject van het OTK-peloton. Ik sluit dit artikel af met reeds opgedane ervaringen met de zachte kant van de integratie; een niet onbelangrijk aspect in de samenwerking met de Duitse kameraden.

Capability Gap Gevechtstank
De wereldwijde kredietcrisis van begin 2010 was destijds de aanleiding voor het kabinet om verdere bezuinigingsmaatregelen te nemen met verstrekkende gevolgen. Voor Defensie betekende dit een volgende financiële reductie in een serie van eerdere bezuinigingen. De beleidsbrief 'Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld' van 8 april 2011 resulteerde bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) naast reducties binnen bestuur en ondersteuning, ook in het snijden in operationele capaciteiten. Zo werden onder andere de laatste twee resterende tankbataljons (11 en 42 Tankbataljon) opgeheven. Met het wegvallen van de tankcapaciteit in 2011 is in de Nederlandse krijgsmacht een Capability Gap ontstaan, waardoor de krijgsmacht niet meer in staat is om onder alle omstandigheden zichzelf te beschermen en te handelen tegen een opponent die wel over gevechtstanks of wapens met een lange dracht beschikt. De risico's en beperkingen ten aanzien van deelname aan full spectrum operations binnen het domein van het landoptreden, die uit het gemis aan gevechtstanks voortvloeien, onderstrepen de noodzaak om de Capability Gap te dichten. (Bron: Nota C-LAS 'Onderzoek Capability Gap gevechtstank', 25 juli 2014, CLAS2014010944). Met de integratie van 43 Gemechaniseerde Brigade (43 Mechbrig) in 1. Panzerdivision (1. PzDiv) en de oprichting van het OTK-peloton Tankoptreden in 2015/2016, wordt een eerste stap gezet in de dichting van de ontstane Capability Gap.

Taken, organisatie en werkwijze van het OTK-peloton Tankoptreden
In zijn beleidsvoornemen gaf C-LAS aan, dat de oprichting van het OTK-peloton Tankoptreden een reorganisatie betreft bestaande uit de bemanning van een tankpeloton en 2 coördinerende staffunctionarissen, die allen in Duitsland worden geplaatst. Deze reorganisatie is onderdeel van het project LvM.10 'Tankcapaciteit' en maakt deel uit van het masterplan 'De Landmacht van Morgen'.
Verder stond in het beleidsvoornemen, dat de tankbemanningen in pelotonsverband de benodigde opleidingen gaan volgen bij het Duitse Ausbildungsbereich Panzertruppen (voorheen de Panzertruppenschule) van het Ausbildungszentrum Münster (Duitsland) en in samenwerking met het Duitse PanzerLehrbataillon 93. De opleidingen worden gegeven op Duitse gevechtstanks conform de Duitse doctrine. De voertaal is Duits. (Bron: Beleidsvoornemen C-LAS 'Oprichten van het Opleidings-. Trainings- en Kennisbehoudpeloton Tankoptreden', 16 februari 2015, CLAS2015002607).

Vanuit de Army Steering Group, een Duits/Nederlands overlegforum, werd nog als aanvullende richtlijn meegeven dat het peloton in december 2015 moest deelnemen aan de FTX van 43 Mechbrig in het Duitse Gefechtsübungszentrum (GüZ) Heer te Altmark. In 2015 moest het peloton dus worden opgericht, moest het personeel Duits worden opgeleid en diende er te worden geoefend en getraind, ten einde in december de startlijn in het GüZ te kunnen overschrijden. Een ambitieus jaar stond voor de boeg.

Om dit alles te kunnen realiseren moesten er in 2015 drie dingen gebeuren. Ten eerste, het bouwen van de organisatiestructuur van het peloton en deze in een Duits tankbataljon integreren. Hierin dienden de hiërarchieke vorm, alle voorkomende functies en de personele bezetting van de functies te worden beschreven. Voor het bouwen van de organisatiestructuur kent Defensie een standaard manier van werken, die beschreven staat in de Aanwijzing SG A/983 Uitvoering Reorganisaties Defensie (URD). Voor de integratie van het peloton in een Duits bataljon diende een 'Implementing Arrangement' tussen Duitsland en Nederland te worden gerealiseerd, waarin binationale afspraken ten aanzien van de integratie worden vastgelegd. Ten tweede moest er personeel gereed worden gesteld om de te creëren functies te bezetten, en ten derde diende er te worden opgeleid, geoefend en getraind.

Landmacht Reorganisatieplan (LRP)
Het Landmacht Reorganisatieplan (LRP) 1631 beschrijft de taken, organisatie en werkwijzen van het OTK-peloton. Het betreft een eenheid met Nederlands personeel (18), opgeleid op Duitse tanks en ondergebracht in een Duitse tankeenheid om kennisbehoud over het tankoptreden te genereren. Het peloton is administratief ondergebracht bij 43 Brigade Verkenningseskadron (BVE), dat deel uitmaakt van 43 Mechbrig. Het BVE vormt de moedereenheid van het peloton en ondersteunt deze op het gebied van de bedrijfsvoering. Verder is het peloton, bij besluit van Commandant Landstrijdkrachten (C-LAS) en de Wapenoudste der Cavalerie, registratief ingedeeld bij het Regiment Huzaren van Boreel. Dit zal overigens ook gelden voor de gehele Nederlandse inbreng in Panzerbataillon 414
.
Het OTK-peloton binnen 43 BVE.

Het OTK-peloton Tankoptreden bestaat uit een Coördinerend Stafelement (CSE) dat de commandogroep van het peloton vormt, een Tankeenheid (TE) dat uit een op Duitse leest geschoeid tankpeloton met Nederlandse bemanningen bestaat en heeft als oogmerk: het ontwikkelen van kennis over en ervaring met het tankoptreden (vechten met en tegen tanks), door dit optreden binnen de context van Duitse formaties, met Duitse tanks te beoefenen en te trainen ten einde deze kennis en ervaring in het Commando Landstrijdkrachten in het algemeen en de Nederlandse (gemechaniseerde) infanteriebataljons en -compagnieën in het bijzonder te borgen. Hiermee voorziet het peloton in de behoefte aan basis tankcapaciteit voor het beoefenen van de planmatige inzet en aansturing van deze capaciteit op het niveau van (infanterie)peloton en (infanterie)compagnie, tijdens (gemechaniseerde) gevechtsacties binnen het landoptreden, waarbij gevochten wordt tegen gemechaniseerde eenheden in het algemeen en tanks in het bijzonder.

Het OTK-peloton Tankoptreden heeft twee hoofdtaken:
  1. Het ontwikkelen, het verzamelen en ordenen en het beschikbaar stellen en verspreiden van gefundeerde kennis over het vechten met en tegen tanks (tankoptreden) ten behoeve van de gereedstellingsactiviteiten van Nederlandse infanteriepelotons en -compagnieën (de kennistaak).
  2. Als operationeel getrainde tankeenheid de onderdeelsopleiding, -training en -vorming (de operationele gereedstelling) van Nederlandse infanteriepelotons en -compagnieën, daar waar mogelijk, te ondersteunen (de Opleidings- en Trainingstaak).
Binnen het assortiment eenheden waarover het Commando Landstrijdkrachten beschikt, is dit peloton wel een aparte eenheid, omdat het de eerste Nederlandse eenheid is die binnen de context van een Duitse formatie wordt opgericht. Het oprichten van deze eenheid aan Nederlandse zijde is een relatief 'eenvoudige' klus, maar het binnen een Duitse formatie onder te brengen is een exercitie van een hele andere orde. Hiertoe dienden binationale afspraken tussen Duitsland en Nederland te worden gemaakt die in een zogenaamde Implementing Arrangement worden vastgelegd.

Het OTK-peloton Tankoptreden.

Implementing Arrangement
Het Implementing Arrangement is een formeel document, waarin de principeafspraken tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden over de integratie van het OTK-peloton Tankoptreden in PanzerLehrbataillon 93 (stap 1) en Panzerbataillon 414 (stap 2) zijn opgenomen. Daar waar in het Nederlandse LRP de bouwtekening en de bouwblokken van het peloton worden gemaakt, vormt het Implementing Arrangement het cement om de organisatie, binnen de context van een Duitse formatie, daadwerkelijk te kunnen bouwen.

In het Implementing Arrangement staat onder meer dat 'The end state of the NLD ACD&T unit (Armor Concept Development and Training Unit) [OTK-peloton Tankoptreden] is the integration of the unit into the 4th company of PzBtl 414 in order to attain and maintain a high level of training on the integrated deployment of tanks in mechanised units'.

Verder is in het Implementing Arrangement opgenomen dat 'The integration process will happen in three steps.
Step 1: ACD&T unit becomes a part of PzLehrBtl 93.
Step 2: ACD&T unit moves with 5th company PzLehrBtl 93 to PzBtl 414.
Step 3: ACD&T unit transforms to 4th company PzBtl 414.

In the first semester of 2015 the NLD personnel for a tank platoon has commenced with education and training at the DEU Ausbildungsbereich Panzertruppen (AusbBerPzTr) and PzLehrBtl 93. As of the 1st of January of 2016 the NLD ACD&T unit will be part of 5th company of PzLehrBtl 93 and will participate in training activities of PzLehrBtl 93 and NLD armoured infantry units. In the second step 5th company will be detached from PzLehrBtl 93, move from Münster to Bergen Loheide, and will be attached to PzBtl 414 as 2nd company. The NLD personnel for a tank platoon (from the NLD ACD&T unit) will follow the company. The CSE is integrated in the staff of PzLehrBtl 93 (first step). In the second step, it will move to PzBtl 414 along with the NLD personnel for a tank platoon. The third step is the establishment of 4th company as a DEU company with NLD personnel. As soon as the company is established, the NLD personnel for a tank platoon will transfer from 2nd company to 4th company and become its first of four platoons. The CSE will then be disbanded. The details of this reorganisation will be described separately.

Reorganisatieproces van OTK-peloton naar 4. Kp - PzBtl 41.

Personele gereedstelling en oefenen
Personele gereedstelling is een proces waarin personeel beschikbaar en geschikt wordt gemaakt voor hun functionele taken. In het geval van het OTK-peloton Tankoptreden betekent dit enerzijds dat het peloton gevuld dient te zijn met personeel en anderzijds dat dit personeel individueel geschikt dient te zijn, te zijn opgeleid, voor het uitoefenen van zijn/haar taak. Met andere woorden, het peloton dient kwantitatief en kwalitatief gevuld te zijn. Oefenen is ook een proces en bestaat uit 'trainen' en 'oefenen'. Trainen is het, zowel bij individuele militairen als eenheden, op peil houden en vergroten van kennis, vaardigheden en attitude, benodigd voor de uitvoering van de militaire taak. Oefenen is het in een gesimuleerde operationele situatie in de praktijk brengen van kennis, vaardigheden en attitude met als doel de bedrevenheid in het plannen, voorbereiden en uitvoeren van de toegewezen operationele taken te onderhouden, te vergroten en te evalueren.

Het lastige in dit kader is, dat de Datum Begin Geldigheid Eenheid van het OTK-peloton Tankoptreden pas op 1 januari 2016 is gesteld en dat, conform de aanvullende richtlijn van de Army Steering Group het peloton in december 2015 moet deelnemen aan de FTX van 43 Mechbrig in het Duitse GüZ. In formele zin bestaat het peloton in 2015 dus nog helemaal niet, waardoor het personeel officieel niet kan worden gereedgesteld, terwijl het peloton in december wel al 'op de mat moet'. Om dit dilemma het hoofd te bieden, is er in het najaar van 2014 voor gekozen om 18 militairen via een zogenaamde INFOOP-procedure, in 2015 op Duitse vaktechnische opleidingen op de Panzertruppenschule in Münster te sturen.

Aan de ene kant is in 2015 dus hard gewerkt om het peloton aan de hand van de eerder beschreven URD-procedure, ondersteund met de binationale afspraken uit het Implementing Arrangement formeel op te richten, terwijl aan de andere kant 18 militairen - vooruitlopend op de formele oprichting - al in het Duits, in de Duitse doctrine, op Duits materieel, op een Duits opleidingsinstituut en bij een Duitse eenheid werden opgeleid, getraind en geoefend. Uiteindelijk moeten deze twee 'operatielijnen' tijdens de implementatiefase van het URD-proces (de fase van het reorganisatietraject waarin het peloton daadwerkelijk in de staande organisatie van het Commando Landstrijdkrachten wordt opgenomen) samenkomen en wordt het opgeleide personeel formeel op de gecreëerde arbeidsplaatsen geplaatst.

Het OTK-peloton in opleiding bij het Ausbildungsbereich Panzertruppen in Münster.

Het geschikt maken van deze 18 militairen voor de activiteiten van het toekomstige OTK-peloton Tankoptreden bestond uit een Nederlands en een Duits deel. Daar op de Bernhardkazerne in Amersfoort de opleidingsinfrastructuur van de Nederlandse vaktechnische tankopleiding nog beschikbaar was, is de kennis van de 18 militairen - allen oud-tankers - op de diverse simulatoren gedurende drie maanden opgefrist. In april zouden namelijk de diverse Duitse tank- en tank gerelateerde opleidingen in Duitsland, bij PanzerLehrbataillon 93 en de Panzertruppenschule gaan beginnen. Deze herhaling van de Nederlandse vaktechnische opleiding zorgde ervoor dat de militairen een uitstekende basis hadden bij aanvang van de opleidingen in Duitsland.

De opleidingsperiode in Duitsland bestond uit twee delen. Deel 1 duurde vanaf begin april tot aan het zomerreces en bestond uit de Ausbildung am Arbeitsplatz en de Dienstpostenausbildung. Deel 2 begon na het zomerreces en duurt tot het kerstreces en bestaat vooral uit Gefechtsdienst en een afsluitende oefening bij het Schiessübungszentrum in Münster, waarin de tankeenheid van het OTK-peloton als een Duits tankpeloton wordt gecertificeerd.

De Ausbildung am Arbeitsplatz die de Nederlanders binnen de 5. Kompanie tot aan het zomerreces kregen, had ten doel ten doel de militair verder op te leiden in de meer algemene aspecten van het Duitse militaire bedrijf, gericht op het werken binnen een Panzerkompanie. De Dienstpostenausbildung heeft ten doel om commandant, schutter, lader en bestuurder van de tank op hun arbeidsplaats op/in de tank op te leiden. Deels wordt deze opleiding binnen de Kompanie gegeven en deels wordt deze opleiding aan het Ausbildungsbereich Panzertruppen van het Ausbildungszentrum Münster gegeven. Daarnaast werden door de kaderleden aan de Panzertruppenschule nog aanvullende, vaktechnische tankopleidingen gevolgd, te weten, schietinstructeur Leopard-2, commandant tankpeloton en commandant tanksectie.

De 18 militairen zijn, zoals in het Implementing Arrangement is afgesproken, geïntegreerd in de 5. Panzerkompanie van PanzerLehrbataillon 93 als de Delta Zug (vierde peloton) en volgden binnen deze Kompanie de eerder genoemde opleidingen. Een ideale situatie, omdat deze Kompanie in 2015 pas was omgevormd van een AGA (Allgemeine Grundausbildung) Kompanie tot een Panzerkompanie en is voorbestemd om de 2. Panzerkompanie van Panzerbataillon 414 te worden en van voren af aan moest beginnen met de Duitse tank- en tank gerelateerde opleidingen.

Na het zomerreces tot aan het kerstreces is het de bedoeling dat het Nederlands personeel van het tankpeloton zich samen met Duitse tanks, binnen de 5. Kompanie tot een Duits tankpeloton formeert en de reeds opgedane kennis, vaardigheden en attitude van en over het Duitse tankoptreden in de praktijk brengt om zo, binnen het geformuleerde oogmerk, te kunnen voldoen aan de twee opgedragen hoofdtaken van het OTK-peloton Tankoptreden.

Schietopleiding Leopard-2A6.

Zachte kant van integratie
In mijn inleiding gaf ik aan dat de zachte kant van integratie een niet onbelangrijk aspect is in de samenwerking met Duitse collega's. Met de zachte kant doel ik op de verschillende percepties die Duitsers en Nederlanders op 'vaak ongeschreven, maar sterk ervaren regels over vorm, hiërarchie en hoffelijkheid' (luitenant-generaal b.d. Ruurd Reitsma) hebben, die bij veronachtzaming of overaccentuering tot frictie in de samenwerking leiden en niet bijdragen aan een synergetische integratie. De ervaringen die ik tot nu toe heb opgedaan tijdens onze integratie in een Duitse eenheid en in de samenwerking met Duitse kameraden komen sterk overeen met de ervaringen die luitenant-generaal b.d. Ruurd Reitsma als eerste commandant van 1 Duits/Nederlands legerkorps heeft opgedaan. Ik verwijs dan ook graag naar zijn artikel elders in dit blad, waarin hij terugblikt op 20 jaar succesvolle binationale samenwerking bij de staf van 1 Duits/Nederlands legerkorps in Münster.
Ook bij ons gaat het om 'individuele mensen, die binnen (hun eigen cultuur) hun weg naar synergie moeten vinden'. Ik merk, dat beide 'personen' hier heel veel zin in hebben en ben ervan overtuigd dat het gaat lukken. Deze integratie is als een huwelijk tussen twee partners; je moet er iedere dag energie in blijven steken, de gemeenschappelijkheden uitbuiten en elkaars verschillen bespreken en respecteren.

Majoor Chris Sievers MSc, is projectleider van het LRP 1631 'Oprichten van het OTK-peloton Tankoptreden' en vanaf 1 januari 2016 de Senior National Officer en Senior Stafofficier CSE van het OTK-peloton Tankoptreden. Hij is geplaatst bij PanzerLehrbataillon 93 in Münster en gaat in 2016 over naar Panzerbataillon 414 in Bergen-Loheide (voorheen Bergen-Hohne).
(Foto's OTK-peloton : Evert Jan Daniëls).

Binationale samenwerking: van OTK-peloton naar een volledig Nederlands eskadron bij Panzerbataillon 414.