Cavalerie: Dodenherdenking Foto's

25 april 2019























Geachte aanwezigen, hier en nu - al voor de eerste dagen van mei dit jaar - herdenken wij onze gevallenen van de Cavalerie. Fijn, dat u allen vandaag in ons midden wilt en kunt zijn. Met respect zijn wij bijeen rondom ons Monument Gevallenen Cavalerie. Het sculptuur, tonend twee cavaleriesabels gekruist - uitbeeldend de wil om de strijd aan te gaan voor Vrede en Gerechtigheid - werd hier onthuld in 1984. De namen van de gevallen kameraden staan niet op het monument maar staan vermeld in het register, in te lezen in het Museum. Tevens is de plaquette van de in 1940 tot 1950 gevallen leerlingen van de SROC bijgeplaatst in het monument. Ruim vijftig namen: een bijzonder gedenkteken.

Op de voet van het monument met de sabels staat VOOR DE GEVALLENEN DER CAVALERIE. Dus voor ALLE gevallenen van ons Wapen sedert het oprichten van ons Koninkrijk. Dat wil zeggen sinds de bevrijding van de Franse overheersing. En dan denken wij aan onze gevallenen van:
De slag bij Quatre Bras en Waterloo in 1815
De Belgische opstand 1830
Nederlands oost- IndiŽ 1815 - 1940
De Tweede Wereldoorlog
Nederlands - IndiŽ 1945 - 1950
De vredesmissies sedert 1945.

Op veel locaties in Nederland en BelgiŽ treffen wij monumenten en plaquettes met een verwijzing naar gesneuvelde Cavaleristen aan. Soms zijn de namen vermeld.
Op meer dan 150 monumenten worden Cavaleristen en/of Cavalerie-eenheden vermeld. Daarbij zijn niet inbegrepen die monumenten, die de laatste jaren in gemeenten zijn en worden opgericht voor inwoners, die in 1945-1950 in Nederlands-IndiŽ omkwamen.
De namen van onze gevallenen uit Nederlands IndiŽ zijn hier achter mij - op de plaquettes - expliciet vernoemd, omdat de gang naar de oorlogsbegraafplaatsen in IndonesiŽ niet voor iedereen is weggelegd en er bij de veteranen grote behoefte bestond om hier, rondom een tastbare herinnering, hun kameraden te herdenken.
Ditzelfde was het gevoel wat zich in toenemende mate ontwikkelde bij veteranen en familie van gevallenen tijdens vredesoperaties sedert 1945. Ook daar geldt immers dat de plaats van sneuvelen - altijd ver verwijderd van Nederland - niet makkelijk toegankelijk is.
Daarom hebben we dit monument uitgebreid met een sculptuur dat die vredesoperaties uitbeeldt - een gestileerde wereldbol welke symboliseert dat Nederlandse militairen en dus ook cavaleristen overal ter wereld worden ingezet. Velen aanwezig vandaag hebben op vele plaatsen in de wereld ons land gediend.
Maar ook velen zijn niet aanwezig vandaag, niet hier en niet bij hun families, juist omdat zij nu ergens in de wereld zijn ingezet voor vrede en veiligheid. Laten we vandaag ook in gedachten bij hen zijn en hen succes wensen in de missies en een veilige terugkeer na de inzet toewensen.

Vorig jaar heb ik bij deze Dodenherdenking, toen honderd jaar nŠ de oprichting van de School Reserve Officieren Cavalerie, aandacht geschonken aan de gevallenen in de periode 1940-1950 opgeleid aan de School Reserve Officieren Cavalerie.
Dit jaar schenk ik extra aandacht aan de Cavaleristen die dienden bij de Luchtvaartafdeling, toen nog als onderdeel van de Koninklijke Landmacht. Het is niet bij iedereen bekend dat wij Cavaleristen dienend bij het 'Luchtwapen' hadden.
Ik neem u terug naar de Eerste Wereldoorlog. Toen de legers in 1914 ten strijde trokken beschikten zij slechts over een onbetekenend aantal fragiele luchtvaartuigen. Vier jaar later was het vliegtuig niet meer weg te denken. In de oorlogvoerende landen maakte het luchtwapen tussen 1914 en 1918 een enorme technologische ontwikkeling door en werden ruim 150.000 vliegtuigen geproduceerd.
In ons land kreeg in die jaren de Luchtvaartafdeling vorm als onderdeel van de Koninklijke Landmacht. Luitenant-generaal Snijders en kapitein Walaardt Sacrť stonden aan de basis. De eerste de grote promotor en wegbereider, de tweede de eerste commandant en letterlijk de grondlegger van het vaderlandse luchtwapen. Beiden waren overigens Genist. Op 1 juli 1913 werd een officieel begin gemaakt met de militaire luchtvaart in Nederland.
Het krijgsmachtdeel 'Koninklijke Luchtmacht' werd pas in 1953 opgericht. Tot die tijd waren ruim veertig Cavaleristen actief als vlieger of waarnemer bij de Luchtvaartafdeling. Een aantal Cavaleristen van de Luchtvaartafdeling sneuvelt bij de uitvoering van de dienst. Enkelen door een vliegongeval.

Vandaag herdenken wij in het bijzonder de vijf vliegers, gevallen in de strijd met de vijanden, Duitsland en Japan, want ook in het KNIL streden Cavaleristen bij het luchtvaartwapen. Ik noem de volgende (Cavalerie-vliegers):

Reserve Eerste Luitenant-vlieger H.P.J. Tutein Nolthenius (1916-1943).
In januari 1941 werd de kornet Nolthenius in Nederlands-IndiŽ in werkelijke dienst geroepen. In maart van dat jaar is hij beŽdigd tot Reserve Tweede Luitenant.
Medio 1941 ging hij over naar de Militaire Luchtvaart en behaalde zijn klein brevet. Hij haalde in de Verenigde Staten zijn groot brevet.
1 Februari 1943 werd hij overgeplaatst naar Engeland als plaatsvervangend commandant van een Nederlands Fighter Squadron en gedetacheerd bij de Royal Netherlands Naval Air Force.
Op 27 juni 1943 als Reserve Eerste Luitenant-vlieger omgekomen bij een ongeval met zijn Hawker-Hurricane.

Kapitein-vlieger-waarnemer M.W. van der Poel, Bronzen Leeuw (1910-1942).
Na de KMA benoemd tot Tweede Luitenant bij de Cavalerie van het KNIL. In april 1936 haalde hij zijn groot brevet.
Bij het uitbreken van de oorlog met Japan werd hij als commandant van een afdeling jachtvliegtuigen in het oosten van Java geplaatst.
Hij heeft op onverschrokken wijze verschillende luchtgevechten tegen de Japanners geleverd. Op 3 februari 1942 werd hij boven Madioen als piloot van een Curtiss Hawk vliegtuig afgeschoten. Hij kwam, gewond zijnde na een geslaagde parachutesprong, in de Madioenrivier terecht en verdronk. Van der Poel is onderscheiden met de Bronzen Leeuw.

Eerste Luitenant-vlieger P.J.B. Ruys de Perez, Vliegerkruis (1909-1942).
Op 10 mei 1940 Commandant van de Afdeling Jagers D-21. Tijdens gevechten met de verreweg superieure Duitse Luchtstrijdkrachten werden vrijwel alle jagers neergeschoten. Zelf bracht hij het er bij een noodlanding levend af.
Hij poogde met twee kameraden met een motorboot naar Engeland te gaan. Buitengaats werd de motorboot door de Kustwacht zwaar beschoten. De bemanning, waarvan een gedeelte zwaar gewond, werd gearresteerd. Ruys werd tot drie maal toe veroordeeld, de laatste keer tot de doodstraf.
Op 15 augustus 1942 werd hij geŽxecuteerd door een vuurpeloton.

Wachtmeester-vlieger J.W. Wildschut, Verzetskruis (1913-1945).
Diende bij het 1e Regiment Huzaren, werd in toegelaten tot de opleiding tot vlieger en diende vervolgens bij het 2e Luchtvaart Regiment.
Op 10 mei heeft hij vanuit Haamstede vluchten uitgevoerd tegen de oprukkende Duitsers, onder meer bij de Grebbeberg.
Uiteindelijk zijn alle toestellen neergeschoten, maar Wildschut overleefde. Vanaf 1942 was hij actief in diverse Verzetsgroepen.
Hij overviel met succes distributiekantoren en politieposten, zelfs die van de Sicherheitspolizei.
In juni 1944 gepakt bij een overval op een distributiekantoor te Haarlem.
Bij een poging hem te bevrijden werd vervolgens Johannes Post gepakt. Jan Wildschut bezweek op 31 januari 1945 in het Nacht und Nebelkamp Natzweiler.
Wachtmeester-vlieger Wildschut is postuum onderscheiden met het Verzetskruis. Wildschut ontving ook de Yad Vashem medaille voor het redden van Joodse onderduikers.

Ten slotte noem ik de Wachtmeester-vlieger der Cavalerie Jacob ("Jackie") van Zuylen.
Van Zuylen werd als dienstplichtig Huzaar in 1932 ingelijfd bij het Eerste Halfregiment Huzaren. Het oorspronkelijke Eerste Regiment had toen al een forse aan het Ministerie van Oorlog opgelegde 'vermagering' ondervonden, was in sterkte gehalveerd en vervolgens heel eerlijk Halfregiment genoemd.
Nadat Van Zuylen was bevorderd tot dienstplichtig Wachtmeester in 1933 ging hij met groot verlof, om in datzelfde jaar terug te komen als beroepsmilitair, in de rang van - wederom - huzaar, en uiteindelijk in 1936 weer wachtmeester te worden. Vervolgens werd hij, vermoedelijk op eigen verzoek, vlieger in opleiding bij de Luchtvaartafdeeling (afgekort LUVA). Hij haalde op 20 oktober 1939 zijn brevet en werd Wachtmeester-vlieger bij de Cavalerie, onderdeel 2e Eskadron Pantserwagens, maar gedetacheerd bij de LUVA.
Van Zuylen was vlieger op een Fokker (D XXI) met toestelnummer 223. En in die hoedanigheid werd ingezet tegen de Duitse inval.

Over de uitrusting van de vliegtuigen moet iets worden opgemerkt. Het Ministerie van Oorlog had na lang aandringen uiteindelijk erkend dat er ook tijdens een vlucht instructies en inlichtingen moesten kunnen worden doorgegeven.
Daartoe had de patrouillecommandant een radio zend/ontvanger aan boord.
Het zou echter veel te duur worden, zo vond men, als alle vliegtuigen met een radio zouden worden uitgerust. De vliegers moesten dus tijdens patrouilles met handgebaren- en vliegtuigbewegingen communiceren.
Daar werd natuurlijk duchtig op getraind.

Op 10 mei 1940 was de situatie echter ingrijpend anders dan tijdens oefeningen. Er was een echte gevechtssituatie, en er waren overal goed getrainde tegenstanders.
Het eigen toestel moest in de hand worden gehouden, de positie van je doelen en van de aanvallers ook, de bewapening moest worden bediend, het onderling verband van de eigen formatie was belangrijk, maar, geheel anders dan ooit was beoefend ... er werd met scherp op ze geschoten. Het was menens.
Toen de tegenstand te sterk werd, gaf de patrouille-commandant, de reserve Tweede Luitenant-vlieger Van der Stolk, aan zijn eskader het afgesproken handsein voor terugkeer. Dat sein werd door bijna alle vliegers gezien, maar niet door Van Zuylen, die was afgeleid door de hectiek van het moment.
Hij was tijdens een aanval bezig te ontkomen aan een Duits vliegtuig en vloog weg uit de formatie. Alleen doorvliegend, moet hij zijn geraakt, en vermoedelijk heeft hij daarbij direct het leven verloren. Hoe dat ook zij, het is zeker dat zijn vliegtuig in een rechte lijn is doorgevlogen, na enige tijd zelfs dwars door een vijandelijke formatie Heinkels, die daardoor danig zijn geschrokken.
Ten slotte was de brandstof op en stortte de Fokker bij Wassenaar neer in de duinen.
Het toestel is daar door de Duitsers gevonden en de stoffelijke resten van Van Zuylen zijn ter plekke begraven, met als herkenningsteken de verbogen schroef van zijn Fokker die vlakbij in de grond stak.
Veel later is Van Zuylen herbegraven op het Militair Ereveld Grebbeberg. De schroef van zijn Fokker heeft nu een ereplaats in het NMM te Soesterberg.

Korte, maar indrukwekkende verhalen uit het militaire leven van vijf 'vliegende' Cavalerie collega's. Cavaleristen die net als wij de kernwaarden van de Koninklijke Landmacht Moed, Toewijding en Veerkracht hoog in 'de standaard' hadden. Dit zijn de waarden die wij uitdragen en trainen en waar we ons krachtig aan verbinden: van jonge huzaar tot generaal, niemand uitgezonderd.
Dit jaar en in 2020 herdenken we dat het 75 jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog werd beŽindigd. We vieren dat we sindsdien weer in vrijheid leven, in het besef dat we samen verantwoordelijk zijn om vrijheid door te geven aan nieuwe generaties. Een van de doelstellingen van het Nationaal Comitť 4 en 5 mei is het vergroten van het besef dat 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog vrijheid nog steeds kwetsbaar is en inzet vraagt van iedereen. Vrede en vrijheid zijn immers niet gratis.
Velen van u hebben die momenten van spanning en levensbedreiging meegemaakt in recente uitzendingen of voor een enkeling tijdens inzet al wat langer geleden. De medailles en gevechtsinsignes, die U met trots draagt, getuigen daar van. Door ons te verdiepen in de collega's die ons voorgingen, putten wij kracht en energie om zelf door te gaan, ook als het moeilijk is ťn juist als het moeilijk is. Daarom zijn herdenkingen als deze zo belangrijk en waardevol. Met respect en dankbaarheid gedenken wij onze gevallenen op deze wijze. Met het respect wat hen toekomt en zodat zij niet vergeten raken. Opdat ook wij verder kunnen gaan.

Ik dank u voor uw aandacht.