|
Wapenoudste der cavalerie
'Geen Tanks: een onverstandige handicap'
Het stilzetten van de tankbataljons is een historische gebeurtenis voor het Commando Landstrijdkrachten. Generaal-majoor buiten dienst Harm de Jonge, wapenoudste der cavalerie, heeft er grote bedenkingen bij en kent de klasse van het tankpersoneel. In een open brief aan de landmacht geeft hij zijn duiding aan het verlies van de tanks.
'De "brandweer" van het gevechtsveld, dat is altijd de rol van de tanker geweest. Optreden met autoriteit en vuurkracht waar op korte termijn een oplossing geboden is. Of het nou een wachtmeester, luitenant of ritmeester betreft; die rol zit in de tanker verankerd. De cavalerist beheerst bij uitstek het denken in tijd en ruimte. Hij is een snelle, innovatieve denker. Hij moet altijd vijf of zes opties van optreden bedenken, uitwerken en kunnen uitvoeren en snel schakelen tussen die opties. Dat kenmerkt de hele tankwereld. Die focus op plannen maken, in de diepte kijken: dat maakt tankers anders dan hun broeders van de andere wapens en dienstvakken. Niet beter; anders. Het is dan ook zeer verstandig dat de andere wapens en dienstvakken gebruik blijven maken van deze bijzondere eigenschappen.
Er is in het verleden al vaak aan de zware cavalerie geknabbeld. Tijdens de Koude Oorlog, toen alle dreiging nog uit het oosten kwam, was de tank het belangrijkste wapen op het slagveld met de infanterie in de ondersteunende rol. Na het einde van de Koude Oorlog is dat allemaal veranderd. Het tankbestand werd - terecht - flink verkleind en het optreden van de landmacht kreeg een compleet nieuwe invulling. De focus kwam te liggen bij grondgebonden en luchtmobiele infanterie en het tankwapen werd gedacht een meer ondersteunende rol te hebben.
In het recente optreden, gedurende vredesbewarende stabilisatieoperaties en in een counterinsurgency of guerrillagevecht, kreeg de Leopard wederom een rol waarbij haar meerwaarde buiten kijf staat. Tijdens oefeningen Optreden Verstedelijkt Gebied (OVG) bijvoorbeeld, maar ook tijdens recente missies als IFOR en SFOR, hebben we de tanks altijd succesvol ingezet ter ondersteuning van de infanterie. En ook in de meest recente conflicten in Irak en Afghanistan waaronder de provincies in het zwaartepunt, Kandahar en Helmand hebben de belangrijkste troepenleverende landen hun tanks tot op heden ingezet. De Canadezen, Denen en Amerikanen hebben reeds begrepen dat de theorie dat de tank ook in de 21e eeuw een force mulitplier is, zeker ook in een counterinsurgency, opgaat.
De meerwaarde van het tankwapen in het counterinsurgency optreden is dan ook veelvoudig. Ten eerste de bescherming die het kan genereren voor de lichte infanterie en de enabelers. Immers zij dienen met patrouilles onder de bevolking aanwezig te zijn. Ten tweede de vuurkracht - alleen met een Leopard kom je bijvoorbeeld door een qualamuur. Ten derde vuurprecisie, de tank is hierin beter dan een F16 of Apache. Met de tank kun je zodoende collatoral damage optimaal vermijden. Dat hebben onze partners in Afghanistan goed begrepen. Ten vierde is de aanwezigheid van een tank bovendien al erg overweldigend. We hebben in Bosnië gezien dat we alleen al met het binnenrijden van een dorp vaak bedreigingen wegnamen. Gevechten of ongeregeldheden vonden gewoonweg niet plaats omdat er een tank kwam aanrijden. De tank is aantoonbaar een pacificator die altijd 24/7 aanwezig kan zijn op patrouilles. Let wel, het gaat er hier niet om dat andere middelen niet goed zijn. Het gaat erom dat jonge operationele commandanten alle zware middelen beschikbaar moeten hebben (Tanks, Pantserhouwitser, Apache, CAS) om complementair te kunnen inzetten ter ondersteuning van de infanterie. Counterinsurgency win je niet in de lucht.
De rol van de tank is mijn inziens dus zeker niet uitgespeeld, verre van dat, het heeft zich aangepast aan een vorm van optreden die nu nodig is. Niemand kan voorspellen hoe de wereld er over vijf jaar uitziet. Zie de Canadezen, het tankwapen was daar uitgefaseerd maar zij zijn met rasse schreden teruggekomen toen men onderkende dat de tank in een counterinsurgency in Kandahar nodig was. Nu is Afghanistan en onze inzet in Uruzgan niet per definitie de maatstaf. Dreigingen zijn er voldoende, inzet van de krijgsmacht is nog altijd een verantwoordelijkheid van politiek Nederland. Daarom moet, zoals het rapport Toekomstverkenningen aangeeft, er een veelzijdig inzetbare krijgsmacht zijn. Welnu, dit is met deze maatregel om zonder tanks door te gaan, niet meer het geval, waarmee wij ons land onnodig tekort doen.
De tank had nog levensreddend kunnen optreden voor onze broeders van de infanterie. Die mogelijkheid valt nu ineens weg. Ik ben de eerste om te erkennen dat we de beschikking hebben over goede andere wapensystemen. De keuze van het CLAS om de tank te schrappen en haar taken deels op te laten vangen door de CV90, Pantzerhouwitser en Apache gevechtshelikopter, is duidelijk. Maar dat gaat alleen goed werken als we altijd een mix van alle drie systemen tegelijker tijd kunnen inzetten. Iets wat niet gegarandeerd kan worden.
Als hoofdreden wordt de bezuinigingen aangehaald. Wij moeten ons realiseren dat de veelvuldige inzet van de Apache een vreselijk kostbare aangelegenheid is. Het heeft eraan bijgedragen dat de kosten van vier jaar Uruzgan zo uit de klauw zijn gelopen. Verder dient de doorontwikkeling van de CV90 waarvan sprake is, ook betaald te worden. Wat dat betreft is de huidige Leopardtank qua instandhouding én inzet juist buitengewoon kosteneffektief. In ieder geval in de komende tien jaar. Dat besef is wrang.
Het is niet verstandig dat het hele wapensysteem wordt geschrapt. We gooien een hele discipline uit ons leger die we goed kunnen gebruiken en die we nooit meer terug krijgen. De expertise die je nu hebt over tankinzet, de ervaring en de kennis; die is over een paar jaar uit de organisatie verdampt. Daarom is het ook doodzonde om nu zo snel de tanks weg te doen.
Een goed alternatief is, bijvoorbeeld de helft van het tankbestand te behouden en in te bedden bij de infanterie. Twee tankpelotons per pantserinfanteriebataljon bijvoorbeeld lijkt erg zinvol. Om op ontwikkelings-, herstel- en opleidingskosten te besparen, hadden we dan verder kunnen samenwerken met de Bundeswehr, die dezelfde tanks heeft en ons, mijn inziens graag had ondersteund. Ik vrees dat deze optie nooit grondig is onderzocht. Dat maakt het afscheid van de tanks nu extra pijnlijk.
Ik wil beslist niet overkomen als een oude, mopperende cavalerist. Dat ben ik ook niet, want als het beter zou zijn voor het CLAS en de NLD krijgsmacht, mogen ze van mij alle tanks er uitgooien. Traditie moet bestaansrecht hebben en elk wapen moet zijn waarde op het gevechtsveld hebben. Daar moet je altijd reëel in kunnen zijn. Maar ik ben een oud-militair met recente expertise in manoeuvreoperaties en counterinsurgency en ik weet oprecht dat we de tank niet moeten willen missen. Het beperkt ons onnodig in toekomstige vormen van optreden. Dat doet mij niet alleen als cavalerist pijn, maar vooral als voormalig officier van de krijgsmacht.
Het zijn sombere tijden voor de cavalerie. Toch wil ik tegen elke tanker zeggen: vertrouw op je eigen kwaliteiten. Tankers zijn over het algemeen wat rustiger en beschouwender. Zij die bij Defensie willen blijven, kunnen voor manoeuvre-eenheden een meerwaarde zijn dankzij deze eigenschappen. En zij die de dienst uitgaan, staan er dankzij hun technische kennis, hun expertise en karaktereigenschappen op de huidige arbeidsmarkt goed op. Dus: ga uit van eigen kracht.'
|
|